Zelfdoding: Vlaanderen in Europa (2013-2015)

Zelfdoding (als zodanig geregistreerd)

Het Vlaams Gewest bevindt zich in het gezelschap van Europese lidstaten met hogere suïcidecijfers en ruim boven het EU-gemiddelde. Voor vrouwen bevindt het zich bovenaan (samen met België) na Litouwen. Voor mannen hebben 9 andere landen en België  nog hogere cijfers.

Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door suïcide en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 - op basis van Europese Standaardbevolking 2013
Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door suïcide en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015

Het Vlaamse suïcidecijfer ligt 1,5 keer hoger dan het EU-gemiddelde.

  • Bij de Cypriotische, Griekse en Italiaanse mannen wordt het minst vaak suïcide geregistreerd.
  • Cypriotische, Griekse en Maltese vrouwen lijken het minst vaak te sterven door zelfdoding.
  • Verder valt het op dat de meeste Oost-Europese lidstaten slecht scoren voor suïcide bij mannen.
  • Ook Frankrijk, Finland en Oostenrijk hebben relatief hoge suïcidecijfers, voor mannen vergelijkbaar met die voor Vlaamse mannen.
  • Het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Luxemburg hebben lagere cijfers voor mannen dan het EU-gemiddelde. Enkel het Verenigd Koninkrijk heeft ook voor vrouwen een lager cijfer dan het EU-gemiddelde. De cijfers voor Duitsland liggen net iets boven het Europees gemiddelde, zowel voor mannen als voor vrouwen.

Bron: Sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2013-2015 & Eurostat, juni 2017
Download: xlsx bestandcijfers suïcide en sterfte onbepaalde intentie Europa (2013-2015) (206 kB)

Het aantal suïcides in Vlaanderen is vermoedelijk licht onderschat (zie "evolutie sterfte door suïcide"). Dat geldt echter ook voor andere Europese landen: elk land heeft zijn eigen wetgeving (suïcide is/was strafbaar of niet), culturele gevoeligheden (suïcide is een taboe) en registratiemethodes. Deze Europese cijfers moeten dus steeds met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden en kunnen gedeeltelijk genuanceerd worden met het aantal overlijdens door uitwendige oorzaken waarvan de intentie niet kon bepaald worden. Suïcides kunnen ook verdoken zijn in ongevallen.

Invloed van overlijdens door uitwendige oorzaken waarbij de intentie niet kon bepaald worden

In Vlaanderen stijgt de laatste jaren het aantal niet-natuurlijke sterfgevallen waarbij de intentie niet kon bepaald worden (ongeval, doding of zelfdoding). Vaak kunnen de speurders wel uitsluiten dat er een derde persoon bij betrokken was, maar kunnen ze geen onderscheid maken tussen ongeval of zelfdoding. Het gebruik van de categorie ‘onbepaalde intentie’ verschilt sterk van land tot land. Daarom is het zinvol om bij vergelijkingen tussen landen ook naar het aantal zelfdodingen samen met het aantal sterfgevallen met onbepaalde intentie te kijken.

Het Vlaamse sterftecijfer van zelfdodingen samen met onbepaalde intenties is nog steeds 1,5 keer hoger dan het EU-gemiddelde, en ook hier situeren we ons bij de lidstaten met de hoogste sterftecijfers vooral voor vrouwen.

  • De laagste cijfers blijven voor Cypriotische, Griekse en Italiaanse mannen en voor Cypriotische, Griekse en Maltese vrouwen.
  • In Slovakije is het aantal sterfgevallen met een onbepaalde intentie het hoogst en zelfs 2,5 keer zo veel als het aantal zelfdodingen. Het verschil is het grootst bij vrouwen (4,5 keer hoger dan het aantal suïcides). In Portugal is het aantal sterfgevallen met een onbepaalde intentie bijna even hoog als het aantal zelfdodingen. Ook hier is het verschil vooral opvallend bij vrouwen.

Spreiding Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door suïcide en door sterfte waarvan intentie niet bepaald kon worden en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 (voor zover beschikbaar) - op basis van Europese Standaardbevolking 2013

Spreiding Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door suïcide en door sterfte waarvan intentie niet bepaald kon worden en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015
Bron: sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2013-2015 & Eurostat-databank (juni 2017)
Downloads: xlsx bestandcijfers suïcide en sterfte onbepaalde intentie Europa (2013-2015) (206 kB)

Hoe vergelijken we lidstaten?

De sterfte in verschillende landen vergelijken, moet met enige voorzichtigheid gebeuren. U moet altijd in het achterhoofd houden dat in elk land andere praktijken gelden voor het certificeren van doodsoorzaken, de registratie van sterfgevallen, autopsie …

Ook zijn er jaarlijkse schommelingen die de positie van een land ten opzichte van de andere landen kunnen beïnvloeden. Om alvast dat laatste probleem uit te sluiten, vergelijken we niet het cijfer van het laatste beschikbare jaar, maar het gemiddelde van de periode 2013-2015 (beschikbaar voor alle Europese lidstaten).

In de Vlaamse cijfers ontbreken sterfgevallen van wie in Vlaanderen woont, maar in Wallonië of in het buitenland overlijdt. Daardoor is er een lichte onderschatting van de sterfte met ongeveer 1%. Ook in de cijfers van andere landen ontbreken vaak de sterfgevallen in het buitenland, maar niet bij Nederland.

Sinds registratiejaar 2014 gebruiken we voor het vergelijken van de cijfers binnen Europa de nieuwe Europese standaardbevolking 2013. Hierdoor zijn deze cijfers niet meer rechtstreeks vergelijkbaar met die gepubliceerd tot registratiejaar 2013, maar wel met die op de nieuwe website van Eurostat.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden is gebeurd, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.