WAT IS GEZONDE BINNENLUCHT? INLOOPTEAM NIEUW-GENT VALT MET DE DEUR IN HUIS(KAMERS) VIA WHATSAPP

Elk nadeel heeft zijn voordeel: de coronacrisis zorgde ook voor innovatieve initiatieven. Zoals bij Inloopteam Nieuw-Gent, een zorgorganisatie die kwetsbare jonge gezinnen ondersteunt. In volle lockdown organiseerden ze via WhatsApp een interactief en informatief spel rond een gezond binnenmilieu.  

We moesten allemaal zoveel mogelijk ‘in ons kot’ blijven, tijdens die eerste lockdown van maart 2020. Voor de bewoners van de sociale woonblokken in onder meer Nieuw-Gent betekent dat: veel tijd met een groot gezelschap op een kleine oppervlakte doorbrengen, zonder tuin of terras. Gezonde binnenlucht is dan extra belangrijk. Maar niet iedereen weet wat dit precies is. Zo kwam Inloopteam Nieuw-Gent op het idee om hun doelgroep op een speelse manier iets bij te brengen over onder meer verluchten en ventileren, gevaarlijke producten en bedwantsen. 

Actieweek 2021

Laagdrempelige ondersteuning 

“Onze werking biedt ondersteuning aan kwetsbare gezinnen met kinderen van 0 tot 6 jaar”, kadert Ruth Vanhouwaert, groepswerker bij Inloopteam Nieuw-Gent. “We bieden gratis opvoedingsondersteuning aan bijvoorbeeld gezinnen die het financieel niet breed hebben, anderstalige nieuwkomers of eenoudergezinnen. We doen dat in verschillende vormen, op een laagdrempelige manier. Op woensdagvoormiddag gaan er groepswerkingen door over uiteenlopende opvoedkundige thema’s of gezondheidsthema’s, zoals zindelijkheid, sociaal gedrag bij peuters, een gezond gebit of CO-vergiftiging. Daarnaast is er een open onthaal waar mensen terecht kunnen met vragen over gezondheid of opvoeding, en op maandag- en donderdagvoormiddag zijn er ontmoetingen tussen ouders met jonge kinderen, “De Plek”, waarop ouders elkaar leren kennen terwijl de kinderen zich in de binnenspeeltuin uitleven.” 

Bijleren via WhatsApp

 De coronacrisis zorgde ervoor dat – je raadt het al – al deze activiteiten tijdelijk on hold werden gezet. Een aanleiding voor Ruth en haar collega’s om toch iets coronaproof op poten te zetten, specifiek rond een gezond binnenmilieu. Het werd een online spel via WhatsApp. Een communicatiekanaal dat de doelgroep  kent én al gebruikt, waardoor de drempel verlaagt om mee te doen.  

 Gezinnen die wilden deelnemen, kregen een enveloppe in de brievenbus. Daarin vonden ze kaartjes – rode en groene voor ‘goed’ of ‘fout’, of ‘a’, ‘b’, ‘c’ voor meerkeuzevragen – een blaadje met opdrachten en quizvragen. Via een WhatsAppgroepsgesprek speelden 5 gezinnen mee. “Het was een interactief spel. We vroegen hen bijvoorbeeld om een bijtend poetsproduct uit de kast te halen in hun woning en voor de camera te laten zien, of een foto te nemen van hoe ze verluchten …”   

Gezondheidsstraat 13 

Voor de inhoud van de vragen baseerde Ruth zich op “Gezondheidsstaat 13”, een educatief spel rond een gezond binnenmilieu. “Ik filterde daaruit de juiste onderwerpen, afgestemd op de doelgroep. Zo kwamen we tot de thema’s ventileren en verluchten, schimmel in huis, huisstofmijt en bedwantsen, de gevaren van CO, poetsmiddelen met gevarensymbolen,… We stelden hen vragen en zorgden daarna voor het antwoord. Bijvoorbeeld: hoeveel vocht denk je dat er vrijkomt in een gezin van vier? Wanneer zetten jullie het raam open in de badkamer? Hoe vaak vervang je de lakens – met het oog op huisstofmijt? Waar bewaren jullie de gevaarlijke schoonmaakproducten thuis? Door concrete voorbeelden in de praktijk te tonen, kan je een meerwaarde creëren.”  

Poetsen met citroen of azijn  

Het WhatsApp-spel duurde ongeveer anderhalf uur, en verliep – na een iets moeizamere start - over het algemeen vlot. “In het begin was het wat chaotisch. Iedereen praatte door elkaar, dus vroeg ik om de micro’s uit te zetten. Ik duidde dan telkens iemand aan die mocht praten – al neemt dat natuurlijk wel wat van de spontaniteit weg. Maar de deelnemers waren enthousiast en zeiden dat ze er ook echt iets uit hadden opgestoken.” 

“Het kan natuurlijk altijd dat ze tijdens het spel zelf sociaal wenselijk hebben geantwoord op bepaalde vragen – bijvoorbeeld over waar ze normaal gezien hun producten met gevaarsymbolen bewaren. Maar dan zullen ze het in de toekomst misschien wél anders doen, en ze buiten het bereik van kinderen stockeren. De deelnemers gaven elkaar ook tips, onder meer om met citroen of azijn te poetsen, in plaats van met chemische producten.” 

Problemen met privacy 

Een groep van vijf deelnemers lijkt niet veel, maar toch kijkt Ruth tevreden terug op het initiatief. “Er was plek voor acht deelnemers in zo’n online groepsgesprek. Maar achteraf gezien had dat misschien te druk geweest. In onze live groepswerkingen zijn we meestal met 10 à 12.” 

Er hadden op voorhand meer gezinnen ingeschreven, maar die haakten op het laatste moment af. Begrijpelijk, want zo’n online groepswerking is minder laagdrempelig, verklaart Ruth. “Als ik hen daarna vroeg waarom, zeiden ze dat ze met kleine kinderen thuis zitten. Ze waren bang dat die het gesprek zouden verstoren. Omdat de baby moet huilen, of de gsm afpakt … Op onze live groepswerkingen is er altijd iemand aanwezig die met de kinderen bezig is, dus dan is die zorg er niet. Een andere drempel om deel te nemen is de privacy. Je geeft je voor een stuk bloot in zo’n gesprek, door je thuisomgeving voor de camera  te tonen. Niet iedereen wil dat.” 

Liever live 

Als Ruth het opnieuw zou doen, zou ze eerst de doelgroep bevragen om te polsen waarom ze wel of niet willen meespelen. “Nu wisten we pas achteraf wat  gezinnen heeft tegengehouden om mee te doen. Als je die struikelbokken op voorhand weet, kan je er meer op inspelen. Maar alles bij elkaar ben ik erg blij dat ik dit gedaan heb. Het was erg leerrijk, ook voor mezelf. En het thema slaat duidelijk aan. Al geef ik eerlijk gezegd toch de voorkeur aan live ontmoetingen. Onze organisatie staat immers voor elkaar ontmoeten en een netwerk uitbouwen. ” 

Heeft Ruth tot slot nog suggesties voor lokale besturen om dit soort projecten te ondersteunen? “Ik denk dat het vooral belangrijk is om duidelijk in kaart te brengen welke organisaties wat specifiek doen rond het thema gezond binnenmilieu. Zo kan je mensen gericht helpen en doorverwijzen. Een andere manier om te ondersteunen is voldoende promotiemateriaal voorzien, ook in de talen van de doelgroep. Denk bijvoorbeeld aan infofiches over renovatie, of bijtende producten met gevarensymbolen. Daar staan soms termen in die ik in het Nederlands al bijna niet begrijp. Rond bepaalde topics zou het nuttig zijn om die informatie ook in andere talen ter beschikking te stellen.”  

 

Tips voor wie met een gelijkaardig project aan de slag wil 

 

  • Bevraag eerst je doelpubliek: zien ze zo’n online vorming zitten? En waarom wel/niet? 

  

  • Gebruik een toegankelijk kanaal zoals WhatsApp. Ruth: “WhatsApp wordt al actief gebruikt door onze doelgroep. We gebruiken het ook om te communiceren over onze activiteiten. Je kan niet verwachten dat iedereen bijvoorbeeld Teams of Skype heeft, of zal installeren.”  

  

  • Selecteer de vragen op basis van de doelgroep. “In ‘Gezondheidsstraat 13’ staan ook vragen over de gevel schilderen of de tuin onderhouden. Maar dat is minder relevant voor een doelgroep die in huurappartementen woont.”  

  

  • Beperk je tot kleine groepjes deelnemers. Vraag hen om één voor één te praten, en de microfoon uit te zetten als ze niet aan de beurt zijn.