Welke verpleegkundige taken mag een zorgkundige uitvoeren?

De taken die een zorgkundige mag doen:

  1. Observeren en signaleren van veranderingen bij de patiënt/bewoner op fysiek, psychisch en sociaal vlak binnen de context van de activiteiten van het dagelijks leven (ADL).
  2. De patiënt/bewoner en zijn familie informeren en adviseren conform het zorgplan, voor wat betreft de toegestane technische verstrekkingen
  3. De patiënt/bewoner en zijn omgeving bijstaan in moeilijke momenten
  4. Mondzorg
  5. Verwijderen en heraanbrengen van kousen ter preventie en/of behandeling van veneuze aandoeningen, met uitsluiting van compressietherapie met elastische verbanden
  6. Problemen met de blaassonde signaleren
  7. Een geheelde stoma verzorgen, zonder dat wondzorg noodzakelijk is
  8. De orale vochtinname van de patiënt/bewoner bewaken en problemen signaleren.
  9. De patiënt/bewoner helpen bij inname van geneesmiddelen via orale weg, nadat het geneesmiddel door middel van een distributiesysteem door een verpleegkundige of een apotheker werd klaargezet en gepersonaliseerd
  10. De vocht- en voedseltoediening bij een patiënt/bewoner langs orale weg helpen verrichten, uitgezonderd bij slikstoornissen en bij sondevoeding
  11. De patiënt/bewoner in een functionele houding brengen met technische hulpmiddelen en het toezicht hierop, conform het zorgplan
  12. Hygiënische verzorging van patiënt: resident met een disfunctie van de ADL, conform het zorgplan
  13. Vervoer van patiënt/bewoner, conform het zorgplan
  14. Maatregelen toepassen om lichamelijke letsels te voorkomen, conform het zorgplan
  15. Maatregelen toepassen om infecties te voorkomen, conform het zorgplan
  16. Maatregelen toepassing om decubitusletsels te voorkomen, conform het zorgplan
  17. De polsslag en de lichaamstemperatuur meten en meedelen van de resultaten
  18. De patiënt/bewoner helpen bij niet-steriele afname van excreties en secreties
  19. Meting van de parameters behorende tot de verschillende biologische functiestelsels, met inbegrip van de glycemiemeting door capillaire bloedafname. De zorgkundige moet de resultaten van deze metingen tijdig en accuraat rapporteren aan de verpleegkundige.
  20. Toediening van medicatie, met uitsluiting van verdovende middelen, die voorbereid is door de verpleegkundige of de apotheker langs volgende toedieningswegen:
    1. Oraal (inbegrepen inhalatie
    2. Rectaal
    3. Oogindruppeling
    4. Percutaan
    5. Subcutaan: enkel voor wat betreft de subcutane toediening van gefractioneerde heparine
  21. Voeding en vochttoediening langs orale weg.
  22. Manuele verwijdering van fecalomen.
  23. Het verwijderen en heraanbrengen van verbanden en van kousen ter preventie en/of behandeling van veneuze aandoeningen.