We worden 2 jaar ouder dan 10 jaar geleden

  • 21 september 2016

De levensverwachting in Vlaanderen blijft stijgen. Op tien jaar tijd is de levensverwachting met twee jaar toegenomen. Dat is vooral te danken aan een steeds kleiner wordend risico om op jongere leeftijd te sterven aan hart- en vaatziekten of aan kanker. Vlaanderen scoort ook goed binnen Europa met een lage “mogelijks vermijdbare sterfte”. De cijfers wijzen zowel op een behoorlijke preventie als op goede hulpverlening. Het aantal zelfdodingen blijft te hoog, maar zit globaal in dalende lijn.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Deze cijfers geven aan dat onze preventie en gezondheidszorg op het goede spoor zitten. We blijven investeren in ons vaccinatieprogramma, onze bevolkingsonderzoeken en de promotie van een gezonde levensstijl, en zeker ook in suïcidepreventie.”

Stijgende levensverwachting, dalend sterfterisico

Uit de officiële en meest recente (2014) sterftecijfers van Zorg en Gezondheid blijkt dat de Vlaming twee jaar ouder wordt dan tien jaar geleden. In 2004 had een man in Vlaanderen bij zijn geboorte een levensverwachting van 77,2 jaar. In 2014 is dat gestegen tot 79,8 jaar. Voor de vrouwen was de levensverwachting bij de geboorte 82,5 jaar in 2004. In 2014 is dat al 84,3 jaar. Vrouwen hebben dus duidelijk een hogere levensverwachting dan mannen, maar het verschil tussen mannen en vrouwen wordt steeds kleiner.

Dokter Anne Kongs van Zorg en Gezondheid: “De levensverwachting moet je bekijken over een langere periode. In 2012 en 2013 hadden we bijvoorbeeld een koudere winter en een meer uitgesproken griepseizoen dan in 2014. Ook in 2015 verwachten we een iets lagere levensverwachting dan in 2014. Maar als je kijkt over 10 jaar, is de stijgende trend nog steeds onmiskenbaar: onze levensverwachting blijft stijgen.”

De stijgende levensverwachting maakt dat de vergrijzing van de bevolking nog niet leidt tot beduidend meer sterfgevallen per jaar. In 2014 stierven er in totaal 58.301 Vlaamse inwoners in Vlaanderen of Brussel, wat niet veel verschilt van het gemiddelde van de voorbije tien jaar.

Doodsoorzaken

Hart- en vaatziekten en kanker blijven de belangrijkste doodsoorzaken voor de meeste mensen. Het risico om daaraan te sterven op jongere leeftijd wordt echter steeds kleiner. In de laatste 10 jaar daalde de sterfte door hart- en vaatziekten bij mannen en vrouwen met 36%. De sterfte door kanker daalde sinds 2004 met 15% bij mannen en met 5% bij vrouwen. De sterfte door ziekten van het ademhalingsstelsel daalde nog meer, met 41% bij mannen en met 36% bij vrouwen, maar dat gaat over kleinere aantallen.

Dr. Kongs: “Door cijfers te standaardiseren hou je de leeftijdsverdeling van de bevolking jaar na jaar hetzelfde en kan je verschillende jaren beter met elkaar vergelijken. We zien zo een daling van de sterfte door hart- en vaatziektes, door kanker en ook door ziekten van het ademhalingsstelsel. Dit betekent dat je risico om hieraan te sterven op relatief jonge leeftijd, afneemt. We zien wel een stijging van overlijdens door psychische en neurologische aandoeningen zoals dementie. Dat is een symptoom van de vergrijzing.”

Op middelbare leeftijd (45-75 jaar) duiken longkanker en borstkanker op als belangrijkste doodsoorzaken. Longkanker als doodsoorzaak komt vooral veel voor bij mannen, en daalt daar wel, maar blijft toenemen bij vrouwen. Bij de vrouwen heeft longkanker borstkanker voorbij gestoken in een aantal leeftijdscategorieën. De hoge longkankercijfers zijn het gevolg van het rookgedrag van de naoorlogse generatie. Mannen hebben veel gerookt en ook steeds meer vrouwen begonnen te roken.

Vlaams minister Jo Vandeurzen: “Dit zijn doodsoorzaken waar we op kunnen ingrijpen. Preventief inspelen op de levensstijl, zoals roken ontmoedigen en rookstopbegeleiding, zullen eind dit jaar op de agenda van onze gezondheidsconferentie staan. Borstkanker blijven we vroegtijdig opsporen met het bevolkingsonderzoek voor vrouwen van 50 tot 69 jaar.”

Sterfte vermijden

“Vermijdbare sterfte” is een indicator voor waar nog verbeteringen mogelijk zijn in het gezondheidsbeleid. Het is een theoretische concept waarbij ervan uitgegaan wordt dat sterfte door bepaalde doodsoorzaken veelal vermeden had kunnen worden op basis van de meest actuele wetenschappelijke kennis over risicofactoren en de meest gevorderde technologische behandelingen. Dit wil niet zeggen dat die sterfgevallen echt vermijdbaar waren, maar eerder dat ze in de (verdere) toekomst in theorie zouden kunnen worden vermeden.

Vlaanderen doet het goed voor deze “vermijdbare sterfte”. Bij de sterfgevallen theoretisch vermijdbaar door optimale behandeling, zit Vlaanderen bij de beste 3 landen van Europa. Bij de sterfte theoretisch vermijdbaar met perfecte preventie, sluit Vlaanderen de top 10 af. Vooral het grote aantal zelfdodingen doet Vlaanderen hier een aantal plaatsen zakken.

Zelfdoding

In 2014 overleden in Vlaanderen 1.066 personen door suïcide.

De suïciderate voor mannen (uitgedrukt per 100.000 inwoners) daalde in 2014 naar 23,6/100.000 (in 2013 was dit 24,8/100.000) en voor vrouwen was er een stijging naar 10/100.000 (in 2013 was dit 8,5/100.000).

De gezondheidsdoelstelling streeft naar een daling van de suïcidecijfers in Vlaanderen met 20%, te behalen in 2020, in vergelijking met het ‘baseline’ jaar 2000.

Rekening houdend met de veranderende leeftijdsverdeling, de toenemende bevolking en een aantal sterfgevallen waarbij het onduidelijk is of het om zelfdoding ging, was in 2014 t.o.v. 2000:

  • het aantal suïcides bij mannen gedaald met ongeveer 17%
  • het aantal suïcides bij vrouwen gedaald met ongeveer 4%

Prof. Gwendolyn Portzky (Vlesp): “Globaal zijn de suïcidecijfers stabiel gebleven t.o.v. vorig jaar, maar er is een verschil tussen mannen en vrouwen. De cijfers bij mannen zijn gedaald terwijl deze bij vrouwen zijn gestegen. De daling bij mannen is zeker positief te noemen gezien we dit al het derde jaar op rij zien, in economisch niet zo gunstige tijden. Vermoedelijk heeft het Vlaams Actieplan hiertoe een preventieve bijdrage geleverd. Bij vrouwen zien we fluctuerende cijfers de laatste jaren. Bij vrouwen gaat het om lagere suïcidecijfers waardoor kleine schommelingen al relatief grote veranderingen in de rates kunnen geven, dus hier moeten we voorzichtig zijn met interpretaties. Maar het geeft aan dat we alert moeten zijn en sterk blijven inzetten op het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie.”

Meer info

pdf bestandPersvoorstelling sterftecijfers van 2014 (9.1 MB)

pptx bestandPersvoorstelling sterftecijfers van 2014 (5.35 MB)

Alle cijfers

Perscontact

Joris Moonens, woordvoerder Agentschap Zorg en Gezondheid
T 0490 654 640, joris.moonens@zorg-en-gezondheid.be

Dr. Gwendolyn Portzky, Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie
T 0486 32 06 81, Gwendolyn.Portzky@UGent.be