Wat voor hulp kunt u krijgen bij gezinszorg?

U kunt een beroep doen op een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg voor verschillende soorten hulp bij u thuis. Voor het gedeelte “gezinszorg” stuurt de dienst een verzorgend personeelslid. Welke hulp die allemaal kan en mag bieden, staat hier opgelijst.

Persoonsverzorging

  • dagelijkse lichaamszorg en comfort bieden:

    • hygiënische zorgen: dagelijks en wekelijks toilet, bad, haarverzorging, voet- en nagelverzorging, mondhygiëne, zorg voor een hoorapparaat, contactlenzen of een bril, scheren, opmaak en make-up, en babybadje en navelverzorging;
    • helpen bij het bewegen en verplaatsen, zowel binnenshuis als buitenshuis;
    • zorgen voor rust en slaap: ziekenbed installeren en opmaken, helpen om in bed te stappen of in de zetel te gaan zitten, zorgen voor een goede houding;
    • helpen bij het omkleden en bij het kiezen van de gepaste kledij;
    • helpen bij het eten en drinken;
    • helpen bij het naar toilet gaan: begeleiden van en naar het toilet, het urinaal en de bedpan gebruiken, helpen bij incontinentie;
    • bijstand verlenen bij het gebruik van geneesmiddelen die vrij zijn van voorschrift van een arts;
    • de fysieke veiligheid van de gebruiker ondersteunen;
    • comfort bieden: ervoor zorgen dat een zwaar zorgbehoevende persoon comfortabeler verzorgd kan worden, met minder pijn en ongemak;
  • specifieke zorg voor zorgbehoevende personen:
    • ondersteuning bieden bij passieve of actieve beweging;
    • een verband of steunkousen aanbrengen (met uitzondering van compressie door middel van windels);
    • een prothese aanbrengen;
    • een stomazakje verversen bij een genezen stoma;
    • ondersteuning bieden bij een warmte- of koudebehandeling;
    • ondersteuning bieden bij het gebruik van aangepaste hulpmiddelen en verzorgingsmateriaal (met inbegrip van het vaststellen van de behoefte aan hulpmiddelen);
  • observeren en rapporteren volgens afspraak over temperatuur, stoelgang, symptomen bij disfuncties en nevenwerkingen bij behandelingen;
  • bijstand verlenen bij het gebruik van orale geneesmiddelen op voorschrift van een arts, toezien op het gebruik van geneesmiddelen, therapietrouw bevorderen en de stiptheid daarbij ondersteunen, bijstand verlenen bij het verzorgen van huidirritaties;
  • eerste hulp bij ongevallen;
  • zorg voor een goed functionerend lichaam:
    • aanreiken van tips voor een gezonde levenswijze en een goede lichaamszorg: gezonde en aangepaste voeding, valpreventie en zorg voor voldoende slaap;
    • ondersteuning bieden bij borstvoeding;
    • besmettingen voorkomen: beschermingsmaatregelen tegen infectie toepassen, materialen reinigen en ontsmetten;
    • drukletsels helpen voorkomen, verstijving en misgroeiingen helpen voorkomen, en ademhaling en bloedcirculatie helpen bevorderen;
    • afspraken over de veiligheid van en het toezicht op zorgvragers (onder meer rusteloze en stervende personen) opvolgen en naleven.

Psychosociale en pedagogische of agogische ondersteuning

  • aandacht geven en aanwezigheid verzekeren;
  • opmerken en begrijpen van psychosociale en emotionele problemen en ondersteuning bieden bij de verwerking ervan;
  • ondersteunen bij:
    • sociale contacten;
    • ontspanning;
    • administratie en gezinsbudget;
    • mobiliteitsproblemen;
    • revalidatie en therapietrouw;
  • zorg en ondersteuning voor specifieke doelgroepen, zoals:
    • kansarmen;
    • psychische zieken;
    • jonge gezinnen voor en na de geboorte van een kind;
    • personen met dementie;
    • terminale zieken;
  • zorg voor kinderen, zoals:
    • zorgen voor een baby;
    • ondersteuning bieden bij de opvoeding;
    • kinderen begeleiden bij spel en huiswerk;
    • toezicht houden op kinderen;
  • preventie:
    • ondersteunen van sociale vaardigheden;
    • ondersteunen van de draagkracht van zorgvragers en mantelzorgers, problemen opvangen en signaleren en de zelfzorg stimuleren;
    • opvangen en signaleren van crisissituaties, en de zorgvrager en zijn omgeving bijstaan in moeilijke momenten;
    • voorkomen en signaleren van misbehandeling of verwaarlozing;
    • signaleren van suïcidaal gedrag.

Huishoudelijke hulp

  • de organisatie van het huishouden;
  • helpen bij de maaltijden: maaltijden bereiden, opdienen, afruimen en afwassen;
  • zorg voor kleding: wassen, strijken en verstellen;
  • zorg voor woon- en leefklimaat : leefruimten hygiënisch onderhouden, bedden opmaken en verschonen, zorgen voor planten in de woning en zorgen voor huisdieren;
  • boodschappen doen;
  • zorg dragen voor veiligheid en hygiëne in de woning.