Vragen over de gebruikersbijdrage voor gezinszorg

Vragen:

  1. Wat is de gebruikersbijdrage voor gezinszorg?
  2. Hoe wordt de gebruikersbijdrage voor gezinszorg berekend?
  3. Wat is de gezinscode?
  4. Welke soorten van inkomsten worden in rekening gebracht bij het bepalen van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg?
  5. Wat zijn uitzonderlijke medische en farmaceutische kosten?
  6. Wat is de BEL-profielscore?
  7. Waarom moet ik een toeslag van 5% betalen voor wijkwerking?
  8. Wat zijn afwijkingen van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg?
  9. Heb ik recht op bepaalde kortingen op mijn gebruikersbijdrage voor gezinszorg?
  10. Betaal ik meer voor de uren gezinszorg die ik ’s avonds of tijdens het weekend krijg?
  11. Verandert de hoogte van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg wanneer een van beide partners naar een woonzorgcentrum gaat?
  12. Waar vind ik meer informatie over de wijze waarop mijn gebruikersbijdrage voor gezinszorg bepaald werd?

 

1. Wat is de gebruikersbijdrage voor gezinszorg?

De gebruikersbijdrage is de kostprijs die u als gebruiker moet betalen per uur gezinszorg dat aan u verleend wordt. Hoe de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg die gebruikersbijdrage moeten berekenen, wordt geregeld in bijlage II bij het ministeriële besluit van 26 juli 2001 tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg.

Vooraleer er hulp wordt geboden, komt het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg bij u thuis voor een sociaal onderzoek. Tijdens dat onderzoek luistert hij naar uw zorgvragen en behoeften, en gaat hij ook uw hulpbehoevendheid na. Het begeleidend personeelslid zal tijdens dat huisbezoek ook uw gebruikersbijdrage berekenen. Minstens 1 keer per jaar komt het begeleidend personeelslid opnieuw bij u langs. Tijdens dat bezoek wordt de hulpverlening geëvalueerd en de bijdrage herberekend.

Het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg zal tijdens het huisbezoek aan u een aantal documenten (in verband met uw inkomsten) vragen die nodig zijn om de hoogte van de gebruikersbijdrage te bepalen. Van die documenten wordt een kopie als bewijsstuk bij uw dossier op de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg gevoegd.

Bij acute zorg (= gezinszorg die gedurende maximaal 14 dagen wordt geboden in geval van een noodsituatie die niet vooraf kan worden ingeschat en waarin onmiddellijk zorg vereist is) bedraagt de bijdrage 7,58 euro per gepresteerd uur gezinszorg. Die forfaitaire bijdrage wordt verlaagd tot 4,55 euro als de gebruiker recht heeft op de verhoogde tegemoetkoming. Die forfaitaire bijdrage kan maximaal 14 dagen gehanteerd worden, te rekenen vanaf de eerste dag van de hulpverlening. Na die periode wordt, bij een voortzetting van de gezinszorg, de bijdrage volgens de normale werkwijze berekend; die nieuwe bijdrage kan hoger of lager zijn dan de forfaitaire bijdrage.

Voor gezinnen met een drieling (of een tweede tweeling waarvan de leeftijd niet meer dan 18 maanden verschilt van de eerste) is er een regeling om de hulp betaalbaar te houden.

2. Hoe wordt de gebruikersbijdrage voor gezinszorg berekend?

Bij het bepalen van de gebruikersbijdrage wordt er hoofdzakelijk rekening gehouden met de volgende 2 elementen:

  • de samenstelling van uw gezin, waarbij er uitgegaan wordt van de feitelijke gezinssituatie;
  • alle inkomsten (berekend op maandbasis) van de persoon waarvoor de gezinszorg gevraagd wordt, en ook alle inkomsten (ook op maandbasis) van de personen die met hem samenleven in dezelfde woning, en die behoren tot dezelfde generatie (bijvoorbeeld: echtgeno(o)t(e), broer of zus, leeftijdsgenoot waarmee men samenwoont …). 

Aan de hand van die gegevens kan de gebruikersbijdrage afgelezen worden van de  die vastgelegd is in bijlage I bij het ministerieel besluit van 26 juli 2001 tot vaststelling van het bijdragesysteem voor de gebruiker van gezinszorg.

Als de basisbijdrage niet rechtstreeks van de schaal afgelezen kan worden omdat het inkomen te hoog is, moet de dienst die schaal extrapoleren volgens een pdf bestandFormule voor de extrapolatie van de gebruikersbijdrage (39 kB) . De opbouw van de schaal wordt dan verder doorgetrokken tot maximaal de kostprijs van een uur gezinszorg.

De dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kan beslissen om bepaalde uitzonderlijke medische en farmaceutische kosten, die het gezinsbudget erg belasten, in mindering te brengen van de inkomsten. Als u zwaar zorgbehoevend bent, is de dienst bovendien verplicht om een korting op uw gebruikersbijdrage toe te passen.

Bij gebruikers van meerlingenhulp mag de gebruikersbijdrage nooit meer bedragen dan 7,58 euro per gepresteerd uur gezinszorg of poetshulp. Als de bijdrage op basis van de bijdrageschaal hoger is, dan moet de dienst die aftoppen op 7,58 euro. Bijkomend wordt bij meerlingenhulp de maandfactuur voor gezinszorg en poetshulp begrensd op:

  • 6% van het netto maandinkomen van het gezin tijdens het eerste jaar na de geboorte;
  • 9% van het netto maandinkomen van het gezin tijdens het tweede jaar na de geboorte;
  • 12% van het netto maandinkomen van het gezin tijdens het derde jaar na de geboorte.

3. Wat is de gezinscode?

De hoogte van de gebruikersbijdrage is onder andere afhankelijk van de samenstelling van uw gezin. Om de gebruikersbijdrage te kunnen aflezen van de wettelijk vastgelegde pdf bestandBijdrageschaal voor gezinszorg (29 kB) zal het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg de gezinscode bepalen. Voor het toekennen van die code gaat hij uit van de feitelijke gezinstoestand op het ogenblik van de aanvraag.

Woont u alleen, dan zal het begeleidend personeelslid basiscode 1 toekennen aan u. In alle andere gevallen wordt basiscode 2 toegekend. Bij die basiscode kunnen onder bepaalde voorwaarden nog punten bijgeteld worden, om tot de gezinscode te komen:

  • een bijkomend punt voor elke volwassene (uitgezonderd de partner van de persoon voor wie de hulp wordt ingeroepen) die samenleeft met de gebruiker in dezelfde woning, en die zelf geen eigen inkomsten heeft;
  • een bijkomend punt voor elk kind dat samenleeft met de gebruiker in dezelfde woning, en dat zelf geen eigen inkomsten heeft, en voor elk kind op internaat of geplaatst in een instelling, als de ouders instaan voor de financiële vergoeding van dat verblijf;
  • een bijkomend punt voor het nog ongeboren kind, vanaf de zesde maand zwangerschap;
  • een bijkomend punt voor elke persoon (ook de gebruiker zelf) met een invaliditeitspercentage of een arbeidsongeschiktheid van minstens 65%, een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten of een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, en voor elk kind dat minstens 4 punten behaalt in pijler 1 (lichamelijke en geestelijke gevolgen van de handicap of aandoening).

Wanneer verschillende generaties samenleven in dezelfde woning, en de persoon waarvoor de gezinszorg gevraagd wordt - of een van de andere personen die met hem samenleven in dezelfde woning, en die behoren tot dezelfde generatie - een bejaarde is (= 65 jaar of ouder), dan mogen er echter alleen codepunten bijgeteld worden wanneer die bejaarde een invaliditeitspercentage van minstens 65% of een vermindering van de zelfredzaamheid met minstens 9 punten heeft.

4. Welke soorten van inkomsten worden in rekening gebracht bij het bepalen van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg?

Bij het bepalen van de gebruikersbijdrage moet er rekening gehouden worden met alle inkomsten van de persoon waarvoor de gezinszorg gevraagd wordt (dit is de persoon met de hoogste zorgbehoevendheid). Ook alle inkomsten van de andere personen die met hem samenleven in dezelfde woning, en die behoren tot dezelfde generatie, moeten in rekening gebracht worden. 

Het gaat onder andere om de volgende soorten van inkomsten:

  • beroepsinkomsten (maandloon, vakantiegeld, eindejaarspremie ...);
  • roerende inkomsten (intresten van belegde kapitalen, aandelen, obligaties ...);
  • inkomsten uit onroerende goederen;
  • sociale uitkeringen (alle soorten van vervangingsinkomens en sociale tegemoetkomingen).

Voor alle inkomsten wordt berekend hoeveel het gemiddelde op maandbasis bedraagt. 

Het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg zal aan u een aantal documenten vragen die nodig zijn om de hoogte van uw inkomsten te bepalen. Hiervan wordt een kopie gemaakt en als bewijsstuk bij uw dossier op de dienst gevoegd. Het kan bijvoorbeeld gaan om de volgende documenten: een pensioenstrookje, een rekeninguittreksel, het aanslagbiljet van de belastingen ... 

Op de bovenstaande regel gelden slechts een beperkt aantal uitzonderingen. Alleen met de volgende inkomsten mag de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg geen rekening houden bij het bepalen van uw gebruikersbijdrage:

  • gezinsbijslag (kinderbijslag, kraamgeld en adoptiepremie);
  • studiebeurzen;
  • toelagen voor het bijhouden van pleegkinderen;
  • mantelzorg- en thuiszorgpremies en/of -toelagen, toegekend door het gemeentebestuur, het OCMW, het provinciebestuur, de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) of het ziekenfonds;
  • vergoedingen van de Vlaamse zorgverzekering.

5. Wat zijn uitzonderlijke medische en farmaceutische kosten?

De dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kan beslissen om bepaalde uitgaven, die op een abnormale wijze het gezinsbudget belasten, van uw inkomsten af te trekken. Hierdoor moet u een lagere gebruikersbijdrage betalen. De dienst is echter niet verplicht om dat te doen. 

Niet alle soorten van zware uitgaven kunnen echter in mindering gebracht worden. Dat kan alleen voor uitzonderlijke medische en farmaceutische kosten die gedurende de periode dat gezinszorg wordt verleend, op een abnormale wijze het gezinsbudget belasten. Het gaat met andere woorden om ziekenhuis-, dokters- en apothekerskosten en kosten voor speciale toestellen en uitrustingen voor personen met een handicap, voor zover die niet terugbetaald worden door het ziekenfonds, een verzekeringsmaatschappij of het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Eenmalige grote kosten (bijvoorbeeld ziekenhuiskosten) moeten gespreid over 1 jaar in mindering gebracht worden. 

Er mag echter geen rekening gehouden worden met de aankopen van kleine hoeveelheden geneesmiddelen of andere farmaceutische producten die in ieder gezin normaal gezien steeds voorhanden zijn. Met occasionele doktersbezoeken mag er evenmin rekening gehouden worden. 

Het is het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg dat oordeelt over het uitzonderlijke karakter van de medische en farmaceutische kosten. Hierbij wordt er rekening gehouden met de specifieke gezinssituatie en met de omvang en belangrijkheid van deze kosten ten opzichte van de inkomsten en de samenstelling van het gezin.

6. Wat is de BEL-profielscore?

Tijdens het huisbezoek peilt het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg naar de zorgbehoevendheid van de gebruiker. Dat gebeurt door middel van het scoren van deze persoon via 27 items. Die 27 items zijn gegroepeerd tot 4 blokken die elk verwijzen naar een welbepaalde invalshoek: de zorgbehoefte op huishoudelijk, lichamelijk, sociaal en geestelijk vlak. De scores op de 27 items worden opgeteld, en vormen de BEL-profielscore. 

Hoe hoger de BEL-profielscore, hoe groter de zorgbehoevendheid van de gebruiker. Een dossier voor gezinszorg wordt altijd opgesteld voor de persoon in de woning met de hoogste BEL-profielscore. Als u een BEL-profielscore hebt van 35 of meer, dan hebt u recht op een korting op uw gebruikersbijdrage.

7. Waarom moet ik een toeslag van 5% betalen voor wijkwerking?

Diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kunnen beslissen om in een bepaalde regio (dat zijn een of meerdere (deel)gemeenten) wijkwerking te organiseren. Wijkwerking is het overleg op regelmatige basis van een groep verzorgenden, die instaan voor de hulp- en dienstverlening in een bepaald gebied. Wijkwerking gebeurt onder begeleiding van het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, met als doel het verlenen van zorg op maat aan de gebruikers.

De dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg mag de gebruikersbijdrage met 5% verhogen bij elke gebruiker die woont in een regio waar wijkwerking georganiseerd wordt. Bij gebruikers van meerlingenhulp mag de dienst die toeslag van 5% echter niet toepassen.

8. Wat zijn afwijkingen van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg?

Het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg bepaalt de gebruikersbijdrage op basis van enerzijds de samenstelling van het gezin en anderzijds de inkomsten van de persoon waarvoor de gezinszorg gevraagd wordt, en van de personen die met hem samenleven in dezelfde woning, en die behoren tot dezelfde generatie. Aan de hand van die elementen kan de bijdrage afgelezen worden op de vastgelegde pdf bestandBijdrageschaal voor gezinszorg (29 kB)

Als het begeleidend personeelslid echter van oordeel is dat de op basis van de bovenstaande gegevens verkregen gebruikersbijdrage te hoog of te laag is, dan kan er van de bijdrageschaal afgeweken worden en een lagere of een hogere gebruikersbijdrage gevraagd worden.  

Het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg moet elke afwijking van de bijdrageschaal wel altijd individueel en omstandig motiveren in het gebruikersdossier. Als u hierover vragen hebt, en wilt weten waarom uw gebruikersbijdrage verhoogd of verlaagd werd, dan kunt u altijd terecht bij het begeleidend personeelslid voor meer informatie.

Bij gebruikers van meerlingenhulp kan de dienst nooit een afwijking op de bijdrageschaal toepassen. Maar als de bijdrage op basis van de bijdrageschaal hoger is dan 7,58 euro, dan moet de dienst die wel aftoppen op 7,58 euro.

9. Heb ik recht op bepaalde kortingen op mijn gebruikersbijdrage voor gezinszorg?

Als u zwaar zorgbehoevend bent, is de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg verplicht om een korting toe te passen op de gebruikersbijdrage voor elk uur gezinszorg dat bij u gepresteerd wordt. U hebt recht op die korting van 0,65 euro wanneer u een BEL-profielscore hebt van 35 of meer.

Deze korting wordt verhoogd tot 0,90 euro wanneer u al langer dan 1 jaar ononderbroken gezinszorg krijgt, en tot 1 euro wanneer u per maand minstens 60 uur gezinszorg krijgt. Zwaar zorgbehoevenden die al langer dan 1 jaar ononderbroken gezinszorg krijgen, én aan wie per maand minstens 60 uur hulp verleend wordt, hebben recht op een korting van 1,25 euro.

Samengevat:

BEL-profielscore van 35 of meer

 0,65 euro

BEL-profielscore van 35 of meer
en langer dan één jaar ononderbroken gezinszorg

 0,90 euro

BEL-profielscore van 35 of meer
en minstens 60 uur gezinszorg per maand

 1,00 euro

BEL-profielscore van 35 of meer,
langer dan één jaar ononderbroken gezinszorg

en minstens 60 uur gezinszorg per maand

 1,25 euro

Gebruikers van kraamzorg of van meerlingenhulp hebben geen recht op de bovenstaande kortingen.

10. Betaal ik meer voor de uren gezinszorg die ik ’s avonds of tijdens het weekend krijg?

De dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg mag uw gebruikersbijdrage verhogen voor de uren gezinszorg die ’s avonds of tijdens het weekend aan u verleend worden. Dat is echter niet verplicht.

Voor de uren gezinszorg die verleend worden op weekdagen tussen 20 uur en 7 uur en op zaterdagen, mag de gebruikersbijdrage verhoogd worden met een toeslag van 30%. Voor de uren gezinszorg die verleend worden op zon- en feestdagen, mag de gebruikersbijdrage verhoogd worden met een toeslag van 67%.

Het percentage van de verhoging (30% of 67%) wordt bepaald door de astronomische dag (van 0 tot 24 uur) waarop de uren gepresteerd worden.

11. Verandert de hoogte van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg wanneer een van beide partners naar een woonzorgcentrum gaat?

Wanneer een van beide partners opgenomen wordt in een woonzorgcentrum, wordt het dossier op naam van de thuisblijvende partner gezet en moet de gebruikersbijdrage herberekend worden. De gezinscode moet opnieuw bepaald worden: de basiscode is niet langer 2, maar 1 (te verhogen met extra codepunten als aan de voorwaarden voldaan is). Om het inkomen van de thuisblijvende partner te bepalen, wordt het gezinsinkomen gedeeld door 2.

De BEL-profielscore van de thuisblijvende partner moet bepaald worden. Als de thuisblijvende partner een BEL-profielscore van 35 of meer heeft, dan moeten de verplichte kortingen op de gebruikersbijdrage toegepast worden op de gebruikersbijdrage die berekend wordt voor de thuisblijvende partner. Heeft de thuisblijvende partner een BEL-profielscore van minder dan 35, dan mogen er geen kortingen toegepast worden.

De kosten van het woonzorgcentrum mogen niet van de inkomsten afgetrokken worden.

12. Waar vind ik meer informatie over de wijze waarop mijn gebruikersbijdrage voor gezinszorg bepaald werd?

Op het formulier 'Berekening van de gebruikersbijdrage na het sociaal onderzoek' worden de verschillende elementen opgesomd die gebruikt werden om uw gebruikersbijdrage te bepalen. Het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg vult dat formulier samen met u in tijdens het huisbezoek. Dat formulier moet zowel door het begeleidend personeelslid van de dienst als door uzelf ondertekend worden, waarna u een kopie van dat formulier ontvangt, zodat u een overzicht hebt van de wijze waarop uw gebruikersbijdrage voor gezinszorg berekend werd. 

Als u nog bijkomende vragen zou hebben over die berekening, dan kunt u daarmee terecht bij het begeleidend personeelslid van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg.

De dienst mag het formulier 'Berekening van de gebruikersbijdrage na het sociaal onderzoek' alleen gebruiken voor gezinszorg, niet voor aanvullende thuiszorg. Ook voor andere vormen van hulpverlening moet de dienst een eigen formulier gebruiken. Dat formulier is dus exclusief voorbehouden voor de berekening van de gebruikersbijdrage voor gezinszorg.