Vermijdbare sterfte (2016)

Op deze pagina:

Vermijdbare sterfte is een indicator voor waar nog verbeteringen mogelijk zijn in het gezondheidsbeleid. Het is een theoretisch concept dat evolueert met de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis en sterk afhankelijk is van welke doodsoorzaken met welke leeftijdsgrenzen als mogelijk vermijdbaar worden geselecteerd. Vanaf publicatiejaar 2016 wordt een recentere definitie met nieuwe selecties gehanteerd.

Percentage vermijdbaar

Met de hier gebruikte selecties, was 1 op de 5 sterfgevallen in 2016 theoretisch te vermijden: hiervan was 87% preventief te voorkomen (zelfdodingen, ongevallen, longkanker, ischemische hartziekten) en 36% was behandelbaar (borstkanker, colorectale kanker, ischemische hartziekten, cerebrovasculaire aandoeningen)*.

Aandeel vermijdbare sterfte (en subgroepen) in totale sterfte en vroegtijdige sterfte (0-74 jaar), Vlaams Gewest, 2016
  Alle leeftijden 0-74 jaar
Totaal 21,0% vermijdbaar:
  • 18,3% te voorkomen
  • 7,6% te behandelen
63,9% vermijdbaar:
  • 54,5% te voorkomen
  • 25,9% te behandelen
Mannen 26,0% vermijdbaar:
  • 22,6% te voorkomen
  • 8,4% te behandelen
65,2% vermijdbaar:
  • 56,0% te voorkomen
  • 23,0% te behandelen
Vrouwen 16,0% vermijdbaar:
  • 13,9% te voorkomen
  • 6,7% te behandelen
61,7% vermijdbaar:
  • 52,0% te voorkomen
  • 30,8% te behandelen

* De percentages binnen vermijdbare sterfte mogen niet eenvoudig opgeteld worden, omdat sommige doodsoorzaken beschouwd worden als zowel preventief te voorkomen als te vermijden door een vroegtijdige opsporing en behandeling. Bij het beschrijven van de totale vermijdbare sterfte houden we hier rekening mee (deze sterfgevallen worden niet dubbel geteld).

bron: Sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2016
Download: meer details: xlsx bestandCijfers vermijdbare sterfte (2016) (488 kB)

Terug naar boven

Vermijdbare sterfte per leeftijd

Net als het totale sterfterisico, stijgt het risico op vermijdbare sterfte exponentieel met de leeftijd (tot 74 jaar). Maar op jongere leeftijd is het aandeel van de vermijdbare sterfte in de totale sterfte veel groter dan op oudere leeftijd.

  • Tussen 15 en 49 jaar is minstens 70% van de overlijdens “vermijdbaar”. Het grootste aandeel hiervan kan beschouwd worden als mogelijk preventief te voorkomen.
  • De vermijdbare sterfte op jonge leeftijd is meer uitgesproken bij mannen dan bij vrouwen.

Gemiddeld leeftijdsspecifiek risico (per 100.000 inwoners) door vermijdbare sterfte, Vlaams Gewest, 2014-2016

Gemiddeld leeftijdsspecifiek risico (per 100.000 inwoners) door vermijdbare sterfte, Vlaams Gewest, 2014-2016
Opgelet: Logaritmische schaal
bron: Sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2014-2016
Download: meer details: xlsx bestandCijfers vermijdbare sterfte (2016) (488 kB)

Terug naar boven

Evolutie vermijdbare sterfte

De vermijdbare sterfte is in de periode 2011-2016 gedaald, bij zowel mannen als vrouwen.

  • Gemiddeld daalde het gestandaardiseerde aantal vermijdbare overlijdens bij mannen (alle leeftijden) met 6,6 per 100.000 per jaar, waarbij de sterkste daling te zien is bij ‘preventief te voorkomen’ overlijdens.
  • Gemiddeld daalde het gestandaardiseerde aantal vermijdbare overlijdens bij vrouwen (alle leeftijden) met 3,1 per 100.000 per jaar, waarbij de sterkste daling te zien is bij sterfte door ‘behandelbare aandoeningen’.
  • Het aandeel vermijdbare sterfte in de totale gestandaardiseerde sterfte bleef echter gelijk, zowel bij mannen (23%) als bij vrouwen (19%).

Evolutie gestandaardiseerd aantal overlijdens die mogelijk vermijdbaar waren (per 100.000 inwoners), naar geslacht, Vlaams Gewest, 2011-2016

Evolutie gestandaardiseerd aantal sterfgevallen die mogelijk vermijdbaar waren (per 100.000 inwoners), naar geslacht, Vlaams Gewest, 2010-2016
bron: Sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2011-2016
Download: meer details en vergelijking met Europese lidstaten: xlsx bestandCijfers vermijdbare sterfte (2016) (488 kB)

Terug naar boven

Belangrijkste vermijdbare doodsoorzaken

De belangrijkste vermijdbare oorzaken volgens de hier gebruikte selectie (UK 2011 en Eurostat 2016), zijn bijna allemaal beschouwd als (deels) preventief te voorkomen, zowel bij mannen als bij vrouwen. Ischemische hartziekten en borstkanker worden bij beide groepen meegerekend.

3 belangrijkste vermijdbare oorzaken bij mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016
  Mannen Vrouwen
1 Longkanker (0-74 jaar) Ongevallen (alle leeftijden)
2 Zelfdoding (alle leeftijden) Longkanker (0-74 jaar)
3 Ischemische hartzieken (0-74 jaar) Borstkanker (0-74 jaar)

bron: Sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2016
Download: meer details en vergelijking met Europese lidstaten: xlsx bestandCijfers vermijdbare sterfte (2016) (488 kB)

Terug naar boven

Uitgebreidere analyses en andere benaderingen

Naast de algemene en uitgebreidere analyse op basis van deze selectie (UK 2011 en Eurostat 2016), vindt u hieronder nog andere rapporten over specifieke vermijdbare doodsoorzaken.

Overzicht rapporten
Lees hier het volledige rapport 2016 (en 2015, 2014) met meer details over geselecteerde doodsoorzaken, evolutie in de tijd, vergelijking met Europese cijfers (en leeftijdsspecifieke risico’s).
Het aandeel overlijdens door roken steeg in de periode 2006-2016 bij vrouwen van 6% naar 8% terwijl het bij mannen daalde van 28% naar 21%. De grootste bijdrage leveren sterfte door longkanker en sterfte door COPD.
Lees er meer over in dit rapport.
Er is geen duidelijke trend vast te stellen in de alcohol gerelateerde sterfte in de periode 2006-2016. Organen van het spijsverteringsstelsel hebben het zwaarst te lijden onder (langdurig) alcoholmisbruik.
Lees er meer over in dit rapport.
Er is geen trend vast te stellen in de druggerelateerde sterfte in de periode 2006-2016.
Lees er meer over in dit rapport.

xlsx bestandEvaluatie doelstelling ongevallensterfte (1998-2016) (156 kB)

Het aantal sterfgevallen in het verkeer daalde spectaculair, maar overlijden door vallen en andere ongevallen nam toe, vooral bij mannen. De doelstelling (-20% t.o.v. 1998) lijkt veraf.

pdf bestandEvaluatie doelstelling zelfdoding (2000-2016) (534 kB)

Het totaal aantal suïcides blijft schommelen rond 1.000 per jaar. Per leeftijd zien we wel andere trends. Er lijkt echter een verschuiving te zijn naar ‘sterfte waarvan de intentie niet kan bepaald worden’.

Terug naar boven

Verklaring: vermijdbare sterfte

Waarom “vermijdbare” sterfte berekenen?

Gezondheidsbeleid heeft tot doel het geheel van gezondheidsproblemen zo doelmatig en zo doeltreffend mogelijk te beïnvloeden. Cijfers over zogenaamd 'vermijdbare' sterfte moeten een beeld geven van waar verbetering mogelijk lijkt. In zekere zin is het een (erg bediscussieerbare) indicator voor de performantie van het gezondheidszorgsysteem en de bredere volksgezondheidspolitiek. Daarbij horen een paar belangrijke caveats:

  • “Vermijdbare” sterfte betekent zeker niet dat 100% van de geselecteerde sterfgevallen vermijdbaar waren. Het is vooral in vergelijking met andere regio’s dat je kan beoordelen of er nog een verbetering mogelijk is of niet.
  • Naast medische interventies en gezondheidsprogramma’s spelen ook socio-economische verschillen, omgevings- en leefstijlfactoren, percepties en bezorgdheden, kost van diagnose en behandeling een rol.
  • Bovendien verloopt er vaak (erg) veel tijd tussen het toepassen van bepaalde gezondheids(zorg) maatregelen of programma’s en het verhoopte effect ervan op sterftecijfers.
  • Wat als “vermijdbaar” wordt bestempeld hangt af van de meest recentste wetenschappelijke inzichten en verandert dus.

Meestal kijken we enkel naar overlijdens van personen jonger dan 75 jaar , omdat met toenemende leeftijd de “vermijdbaarheid” afneemt. Uiteindelijk sterft iedereen.

Wat verstaan we hier onder “vermijdbare” sterfte?

Vanaf de analyse van de overlijdens 2014 baseren we ons op de nieuwe selectie die Eurostat hanteert vanaf de cijfers 2013. Deze is overgenomen van het Engelse Statistische Instituut (ONS-UK) dat elke 3-4 jaar een consultatieronde organiseert over wat volgens de actuele wetenschappelijke kennis (deels) vermijdbaar zou kunnen zijn. Omdat we dezelfde selectie en standaardpopulatie gebruiken als Eurostat kunnen we onze resultaten vergelijken met de Europese cijfers.

Volgende groepen worden hierbij gehanteerd:
Vermijdbare sterfte
'avoidable mortality'
Vermijdbare sterfte zijn alle sterfgevallen gedefinieerd als "te voorkomen (preventable)", als "behandelbaar (amenable)" of als beide, waarbij elk overlijden maar 1 keer is geteld. Hoewel een bepaalde aandoening kan beschouwd worden als vermijdbaar, betekent dit niet dat elk sterfgeval door die aandoening echt kon vermeden worden. Factoren als levensstijl, socio-economische status, leeftijd, het stadium van de ziekte en co-morbiditeit worden immers niet in rekening gebracht bij het opstellen van de lijsten en rapporten. Bovendien wordt uitgegaan van de wetenschappelijke kennis en technische mogelijkheden op het ogenblik van berekening.
Te voorkomen sterfte
'preventable mortality'
Een sterfgeval is “te voorkomen” als, in het licht van de kennis van gezondheidsdeterminanten op het moment van overlijden, alle of de meeste sterfgevallen door die oorzaak (met toepassing van eventuele leeftijdsgrenzen) zouden kunnen worden vermeden door gezondheidsbeleid in de ruimste zin (preventiemaatregelen zoals promotie van gezonde levensstijl, vaccinaties, bevolkingsonderzoek …).
Sterfte door behandelbare aandoeningen
'amenable mortality'
Een sterfgeval is “behandelbaar” als, in het licht van de medische kennis en technologie op het moment van overlijden, alle of de meeste sterfgevallen door die oorzaak (met toepassing van eventuele leeftijdsgrenzen) zouden kunnen worden vermeden door een optimale kwaliteit en bereikbaarheid van de gezondheidszorg.
Onder gezondheidszorg verstaan we hier een gepaste en tijdige behandeling, voor zover die door de patiënt goed wordt opgevolgd en verdragen.

Naast deze Eurostat-selectie gebruiken we nog andere groepen van vermijdbare doodsoorzaken

  • Tabaksgerelateerde sterfte: Peto R, Lopez AD et al.: Mortality form tobacco in developed countries: indirect estimation from national vital statistics. The Lancet, 1992; 339; 1268-78.
  • Alcohol gerelateerde sterfte: alle ICD-10-codes waar ‘alcohol’ wordt vermeld.
  • Druggerelateerde sterfte: EMCDDA-definitie (selectie B-ICD-10)
  • Vlaamse gezondheidsdoelstellingen: Zowel voor sterfte door ongevallen als voor zelfdoding zijn er Vlaamse gezondheidsdoelstellingen geformuleerd. De 4 andere gezondheidsdoelstellingen betreffen niet specifiek mortaliteit, en worden daarom hier niet besproken.

Meer info vindt u in de respectieve rapporten.

Terug naar boven

Gezondheidsdoelstellingen

Om prioriteiten te leggen binnen het preventieve gezondheidsbeleid werkt de Vlaamse overheid met gezondheidsdoelstellingen. Vandaag telt Vlaanderen er 5.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden is gebeurd, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.