Veelgestelde vragen over de hervorming van de eerstelijnszorg

Op deze pagina:

Provinciale info-avonden

In september en oktober voorzien we een reeks avonden om de stand van zaken toe te lichten, een blik te werpen op de toekomst en op uw vragen te antwoorden. Deze avonden vinden plaats op verschillende locaties en momenten (in Antwerpen en Gent zijn de locaties gewijzigd, en in Brugge de datum):

Provincie Datum Locatie Presentatie
Antwerpen 12 september 2017 Universiteit Antwerpen, Middelheimlaan 1, 2020 Antwerpen (aula Jan Fabre) pdf bestandinfosessie-antwerpen120917.pdf (1.51 MB)
Vlaams-Brabant 20 september 2017 Vlaams Administratief Centrum, Diestsepoort 6, 3000 Leuven pdf bestandinfosessie-leuven200917.pdf (1.52 MB)
Oost-Vlaanderen 26 september 2017 Hogeschool Gent, Valentin Vaerwyckweg 1, 9000 Gent  (auditorium D van het gebouw D op de campus Schoonmeersen) pdf bestandInfosessie-Gent 260917 (1.53 MB)
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 3 oktober 2017 VGC Administratie, E. Jacqmainlaan 135, 1000 Brussel pdf bestandInfosessie-Brussel-031017 (1.93 MB)
West-Vlaanderen 5 oktober 2017 Vlaams Administratief Centrum, Koning Albert I-laan 1-2, 8000 Brugge pdf bestandprovinciale avond brugge.pdf (1.34 MB)
Limburg 18 oktober 2017 Vlaams Administratief Centrum, Koningin Astridlaan 50, 3500 Hasselt pdf bestandprovinciale avond hasselt1.pdf (1.45 MB)

 

Gelieve voor deze avonden in te schrijven via eerstelijn@zorg-en-gezondheid.be met vermelding van de locatie en het aantal personen dat zal deelnemen.

Conceptnota ‘Een geïntegreerde zorgverlening in de eerste lijn’

Wat is de status van de conceptnota ‘Een geïntegreerde zorgverlening in de eerste lijn’ ?

De conceptnota is aangenomen door de Vlaamse Regering op 17 februari 2017. Een advies werd verleend door het Samenwerkingsplatform Eerstelijnsgezondheidszorg en de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin. Mogelijks wordt op basis van deze adviezen nog een en ander bijgestuurd. De (aangepaste) conceptnota vormt dan de basis voor aanpassing van de regelgeving en nieuwe regelgeving.

Programmamanagement/transitiecoaches

De complexiteit en de breedte van de hervorming, die Zorg en Gezondheid overstijgt, vragen een coördinerende functie. Hiervoor wordt programmamanagement aangesteld, met een rol als coördinator en ondersteuner in het veranderingsproces.

Terwijl het programmamanagement zich zal richten op de inhoud van de verandering, zullen transitiecoaches het veranderingsproces op het terrein begeleiden. Deze transitiecoaches zijn personen die voeling hebben met de praktijk en daarnaast deskundig zijn in verander- en transitiemanagement. De wijze waarop met de hervorming wordt omgegaan moet voldoende aandacht en tijd krijgen. Dit vergroot de kans op een duurzame hervorming.

Eerstelijnszones

Wanneer wordt de oproep voor de vorming van eerstelijnszones gelanceerd?

Zorg en Gezondheid heeft in juli 2017 de oproep voor de vorming van eerstelijnszones gelanceerd en breed verspreid naar de organisaties die actief zijn in zorg en welzijn, en de lokale openbare besturen. Voorafgaandelijk is afgestemd met een aantal partners via het Samenwerkingsplatform Eerstelijnsgezondheidszorg.

Wie zal de voorstellen beoordelen? Op basis van welke criteria?

Zorg en Gezondheid zal de voorstellen beoordelen. De criteria worden vermeld in de oproep. Er zijn een aantal ontvankelijkheidscriteria, bv. één gemeente kan niet in twee eerstelijnszones zitten. De projectgroep zal ook beoordelen of het voorstel past in een Vlaamse kaart: heeft deze zone een logische, consistentie vorm, die andere zonevorming in de regio niet hypothekeert? In sommige gebieden is dat evident, in andere niet.

Zullen de criteria strikt beoordeeld worden?

In een eerste fase zullen te kleine of te grote regio’s niet erkend worden, met uitzondering van de grootsteden Antwerpen en Gent. We leggen de lat voor iedereen gelijk. Anderzijds is een pragmatische benadering wenselijk: één huisartsenkring die drie eerstelijnszones omvat, zullen we niet verplichten om in drie te splitsen. We zullen ook geen fusies verplichten, maar als er een duidelijke win-win ontstaat, is het misschien wel wenselijk om in die richting te evolueren.

Tot wanneer zullen voorstellen ingediend kunnen worden?

In een eerste fase kunnen voorstellen ingediend worden tot 31 december 2017. Afhankelijk van het aantal voorstellen dat ingediend en goedgekeurd wordt, zal beslist worden over de verdere aanpak.

Als er bottom-up geen eerstelijnszone kan gevormd worden, welk is dan het scenario?

Op een bepaald ogenblik zullen knopen doorgehakt moeten worden, dat is onvermijdelijk. Het is immers de bedoeling om geen blinde vlekken te hebben in Vlaanderen. Dan zullen we de argumentatie rationaliseren en opteren voor de geografische -indeling die het meeste kans op succes heeft.

Wie zal een voorstel kunnen indienen?

Alle verplichte en optionele partners die omschreven worden in de oproep, kunnen een voorstel indienen. Huisartsenkringen, Samenwerkingsinitiatieven Eerstelijnsgezondheidszorg, Lokale Multidisciplinaire Netwerken, thuiszorgvoorzieningen, openbare besturen, enz. kunnen trekker zijn bij de vorming van de eerstelijnszones. De grootste opdracht zal erin bestaan de vereiste partners op dezelfde lijn te krijgen: is er voldoende draagvlak om in deze gemeenten te starten met een eerstelijnszone? Er zal geen uitgebreid administratief dossier moeten voorgelegd worden. We verwachten niet dat alles al volledig in orde is.

Principieel akkoord of formeel engagement?

Er wordt een formeel engagement gevraagd van alle vereiste partners; enkel wanneer dit binnen het tijdsbestek niet mogelijk is, kan een principieel akkoord gegeven worden. Dat wordt dan later omgezet in een formeel engagement. Het principieel akkoord is dus eerder uitzondering dan regel. De aanvraag moet kunnen steunen op een breed draagvlak. Een formeel engagement van de verplichte partners geeft aan dat dit draagvlak werkelijk aanwezig is.

Hoe kunnen de verplichte GGZ-partners zich engageren?

De GGZ-partners actief in de functie 1 van de netwerken volwassenen artikel 107 en activiteitenprogramma 1 van de netwerken geestelijke gezondheid kinderen en jongeren zijn een verplichte partner. Op welke manier moeten deze partners vertegenwoordigd worden / het dossier ondertekenen?

Er kan gewerkt worden met een formele afvaardiging namens de betrokken netwerken, die dan via de netwerkcoördinatoren en de sturende beleidsorganen van de netwerken gemandateerd kunnen worden.

Krijgen de eerstelijnszones financiële ondersteuning?

In 2018 kunnen er via detachering vanuit SEL/LMN al personeelsleden en werkingsmiddelen ter beschikking gesteld worden voor de eerstelijnszones. De regelgeving biedt hiervoor de nodige flexibiliteit en de opdrachten van het SEL en LMN komen overeen met een deel van de opdrachten van de op te richten eerstelijnszones.

Eerstelijnszones die aan de autonomiecriteria voldoen, zullen vanaf 1 januari 2019 gefinancierd worden met middelen die onttrokken worden aan de subsidie van SEL, GDT en LMN. De subsidie aan SEL, GDT en LMN blijft gewaarborgd tot 31 december 2018. We voorzien (op termijn) ook de mogelijkheid dat deelnemende organisaties/partners of openbare besturen eigen personeel of middelen inbrengen in de eerstelijnszone.

Hoeveel personeel is voorzien voor een eerstelijnszone?

Er zijn momenteel 90 VTE ter beschikking voor 60 eerstelijnszones. Echter, dit aantal VTE is niet overal gelijkmatig verdeeld, er zullen kleinere en grotere eerstelijnszones zijn, en waarschijnlijk meer of minder dan 60 eerstelijnszones, … De verdeling van het aantal VTE zal dus ook onderwerp van discussie worden. We gaan ervan uit dat de personeelsbezetting een groeiproces wordt, waarvoor we de nodige tijd moeten voorzien. Eerstelijnszones die snel tot een consensus komen en een werkbaar overlegmodel vinden, zullen ook ambitieuzer zijn en zelf middelen en personeel zoeken om de ambities waar te maken.

Moet een eerstelijnszone rechtspersoonlijkheid hebben?

De overheid zal geen rechtspersoonlijkheid opleggen bij de start. Dit proces zal eerder casuïstisch verlopen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat medewerkers van een eerstelijnszone in de transitiefase op SEL-niveau gealloceerd worden.

Kunnen SEL, GDT en LMN blijven bestaan in 2019 en volgende jaren?

In gebieden waar geen eerstelijnszones opgericht zijn (of worden) zullen SEL, GDT en LMN nog een beperkte periode kunnen functioneren. Het is niet de bedoeling dat er nog entiteiten of vzw’s blijven bestaan zonder opdracht.

Wat houdt deze transitie in voor de medewerkers van SEL, GDT en LMN?

In de komende periode zal overlegd worden met de verantwoordelijken van SEL, GDT en LMN, en de medewerkers. De bedoeling is dat iedereen meestapt in de transitie. We gaan ervan uit dat iedereen die mee wil werken aan het verhaal van de geïntegreerde zorgverlening in de eerste lijn, ook effectief kan en zal overstappen. De huidige structuren zullen opgaan in de nieuwe eerstelijnszone, maar we hebben de knowhow van de medewerkers nodig. Als er een eerstelijnszone start, is het de bedoeling om personeel te werven bij LMN, SEL en GDT. Uiteraard zal er ook nood zijn aan administratief personeel.

Er worden veel taken omschreven voor niet zo veel VTE. Hoe realistisch is dat?

Naast de uitgebreide lijst met taken die toebedeeld worden aan de eerstelijnszone, is er ook een lijst met prioritaire taken opgenomen in de beleidstekst. Dit zal een groeiproces worden, waarvoor we de nodige tijd moeten voorzien. Eerstelijnszones die snel tot een consensus komen en een werkbaar overlegmodel vinden, zullen ook ambitieuzer zijn en zelf middelen en personeel zoeken om de ambities waar te maken.

In hoeverre is er een structurele, formele samenwerking mogelijk op niveau van de regionale zone?

De verschillende eerstelijnszones binnen één regionale zone zullen aangemoedigd worden om te overleggen, af te stemmen en samen te werken, zowel onderling, als met de regionale zone. Bij de oprichting van de regionale zorgzones zal er ook vertegenwoordiging voorzien worden vanuit de eerstelijnszones.

Wat is de rol van de openbare besturen in de eerstelijnszone?

Goede ondersteuning van chronische zorg vraagt een link met welzijn en preventie, en dus met de lokale besturen. Zij zijn een onmisbare partner om geïntegreerde zorg te kunnen realiseren. In een samenleving met een toenemend aantal mensen met een chronische zorgnood (o.a. door de vergrijzing van de bevolking), zal preventie alleen maar aan belang winnen. De zorg zal zich in de komende jaren anders moeten organiseren. De focus verschuift van het behandelen van ziektes naar het voorkomen ervan en naar het behalen van een optimale levenskwaliteit binnen de grenzen van het mogelijke. Het zorgaanbod zal meer en meer moeten aansluiten op de behoeften van mensen met chronische aandoeningen, waarbij genezing vaak niet meer mogelijk is.

Het lokaal bestuur kan via het lokaal sociaal beleid bijdragen aan een leefomgeving die stimuleert tot gezonder leven. Denk aan de inrichting van de publieke ruimte die uitnodigt tot beweging en sociale interactie, investeringen in sportinfrastructuur, het organiseren van zorg en zorgzame buurten, het stimuleren van gezonde huisvesting en allerlei preventieve acties die kaderen in het concept van ‘gezonde gemeente’.

We zullen wel moeten rekening houden met de regelgeving die van toepassing is op de openbare besturen. Zorg en Gezondheid gaat na welke mogelijkheden en beperkingen er zijn op dat vlak.

Flanders Synergy zal twee projecten begeleiden. Worden de resultaten hiervan teruggekoppeld?

Absoluut, de bedoeling is juist om het pad te effenen en een aantal zaken uit te klaren. Maar we gaan niet wachten tot de projecten van Flanders Synergy afgerond zijn, om verder te werken. Wie vooruit wil, moet de kans krijgen. De bevindingen en resultaten van de projecten Flanders Synergy zullen gemeld worden naar de sector via een nieuwsbrief, de websites van de projecten Dender en Zuidoost-Limburg, en een mini-symposium in maart ‘18.

Hoe gebeurt de inpassing met de pilootprojecten geïntegreerde zorg?

In de gids, die de pilootprojecten geïntegreerde zorg begeleidt, staat omschreven hoe met de hervorming op Vlaams niveau moet omgegaan worden. De pilootprojecten moeten hun projectregio afstemmen op de toekomstige eerstelijnszones. De hele opzet van de pilootprojecten geïntegreerde zorg vormt  een evolutief gegeven.

Wordt het verplicht om een kringwerking uit te bouwen of aan te sluiten bij een kring?

De overheid zal op dat vlak niets verplichten, en we moeten ook bekijken hoe we de zelfstandige zorgverstrekkers bij dit hele proces kunnen betrekken. Niettemin willen we via de eerstelijnszones inzetten op het ondersteunen van de (ontwikkeling van een) kringwerking van de verschillende beroepsgroepen. Er zijn al een aantal lokale initiatieven genomen op dat vlak. Het spreekt voor zich dat je als kring meer armslag hebt dan als individu; het is in ieders belang. Met een kringwerking kan een beroepsgroep gemakkelijker betrokken worden bij de werking van de eerstelijnszones.

Zorgraad

Hoe wordt de Zorgraad samengesteld?

De Zorgraad is pluralistisch en divers samengesteld en bestaat uit zorgaanbieders van verschillende disciplines en uit vertegenwoordigers van de woonzorgcentra, gezinszorg, diensten maatschappelijk werk, CAW, en lokale besturen, aangevuld door een vertegenwoordiging van de zorggebruikers en mantelzorgers. Wie actief is in de regio zal een draagvlak moeten zoeken dat werkbaar is. We zullen een aantal essentiële leden benoemen. Betrokkenheid en efficiëntie zijn belangrijk. De Zorgraad wordt bij voorkeur samengesteld door geëngageerde personen die zich willen inzetten voor de uitbouw van een eerstelijnszone.

Rol van de mutualiteiten in de Zorgraad?

De mutualiteiten zijn vertegenwoordigd via de diensten maatschappelijk werk.

Wordt de Zorgraad een aparte vzw?

Dat is niet noodzakelijk; de zorgraad kan ook ingebed worden in een bestaande organisatie, die de rol opneemt van penvoerder. Er zijn bij de openbare besturen voorbeelden van intergemeentelijke organisaties die op die manier beheerd/aangestuurd worden.

Welk verantwoordelijkheden en taken hebben de leden van de zorgraad?

De zorgraad stuurt de eerstelijnszone aan. In eerste instantie zal de Zorgraad focussen op de prioritaire acties.

Welke financiering staat daar tegenover?

Dat moet nog bepaald worden door de overheid.

Hoe wordt casemanagement ingevuld?

Er zal eerst nagegaan worden welke initiatieven er op dat vlak al bestaan en daarna zullen we onderzoeken welke acties nodig zijn om het casemanagement concreet in te vullen.

Regionale zorgzone

Wat is de opdracht van de regionale zorgzone?

Een aantal zaken moeten we op een hoger niveau organiseren, zoals het overleg met de gespecialiseerde zorg, en de expertise waarvan de incidentie te laag is om op te nemen in de eerstelijnszone. We starten in eerste instantie met het samenbrengen van de huidige opdrachten rond preventie, palliatie, dementie en overleg rond geestelijke gezondheidszorg telkens binnen eenzelfde geografisch afgebakende regionale zone. Daartoe zullen de bestaande LOGO’s (preventienetwerken), palliatieve netwerken en samenwerkingsverbanden, multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, regionale expertisecentra dementie en de overlegplatforms geestelijke gezondheidszorg samenwerkingsafspraken maken zodat er in elke zorgregio een afgestemd aanbod beschikbaar is. In de transitiefase kan het SEL  ondersteuning bieden waar nodig.

De regionale zorgzone zal bijvoorbeeld ondersteuning geven bij levenseindezorg in de woonzorgcentra door in gezamenlijk overleg na te gaan hoe deze expertise kan opgebouwd worden.

Zal de regionale zone de eerstelijnszone praktisch ondersteunen?

Als bij de vorming van de toekomstige eerstelijnszones frequent vragen naar ondersteuning geformuleerd worden, kan dat eventueel opgenomen worden in de transitiefase. Het is wel de bedoeling dat eerstelijnszones op termijn zelfstandig opereren.

Een opdracht van de regionale zorgzones is, onder andere, het behandelen van problemen, knelpunten of drempels die door de eerstelijnszone worden gesignaleerd en waarvoor geen oplossing op dat niveau kan gevonden worden.

Wie zal personeel en middelen inzetten voor de regionale zorgzone?

De LOGO’s, palliatieve netwerken en samenwerkingsverbanden, multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, regionale expertisecentra dementie en overlegplatforms geestelijke gezondheid zullen personeel en middelen leveren voor de regionale zorgzone. Personeel van het regionale niveau kan de werking van de eerstelijnszone mee ondersteunen. Bv. LOGO’s ondersteunen CLB’s en scholengemeenschappen die dan preventieve taken kunnen opnemen op het niveau van de eerstelijnszone.

Een financiering van de regionale zorgzone zal pas in regelgeving opgenomen worden vanaf 1/1/2019.

Bij de inkanteling van de huidige structuren, zoals de palliatieve netwerken, zullen de budgetten geanalyseerd worden met het oog op efficiëntiewinst. Op termijn wordt een groeipad voorzien om in te zetten op de zorgstrategische planning.

Wat is de rol van de regionale zorgzone in de zorgstrategische planning?

Er is momenteel een nieuwe visie op zorgstrategische planning in ontwikkeling. We evolueren van een zorgstrategisch plan als vereiste voor subsidiëring van investeringen naar een zorgstrategisch plan als basis voor erkenningen, planningsvergunningen, enz. De plannen zelf worden niet louter vanuit het perspectief van de voorziening geconcipieerd, maar wel vanuit de behoeftes van de regio. Op het niveau van de regionale zorgzone zullen deze behoeftes in kaart gebracht worden, in samenspraak met de voorzieningen. Deze behoeften kunnen regionaal verschillend zijn. Gegevens en data vormen de basis van de zorgstrategische planning.

Hoe zal afgestemd worden tussen de eerstelijnszone, de regionale zorgzone en de ziekenhuisnetwerken?

De afstemming van de zorgnoden op de eerste lijn met de noden aan basisspecialistische zorg gebeurt op het regionale zorgniveau: welk zorgaanbod is aanwezig? Is dat voldoende, vandaag, in de nabije toekomst, op middellange termijn? Welke hiaten zijn er? Waar liggen de opportuniteiten? De klinische netwerken zullen zich buigen over de vraag hoe zij de basisspecialistische zorg kunnen ondersteunen in samenwerking met de eerstelijnszones. Dit gebeurt door de ontwikkeling van een regionaal zorgstrategisch plan waarin de noden aan basiszorg op de eerste en tweede lijn worden gedocumenteerd en neergelegd. Bij de opmaak van dit zorgstrategisch plan is de inbreng en deelname van zowel het klinisch netwerk van ziekenhuizen als de eerstelijnsactoren onontbeerlijk. De regionale zorgzone zal als articulatieniveau tussen de eerste lijn en het gespecialiseerde zorgaanbod fungeren. Ideaal komen de regionale zorgzones op geografisch vlak - werkgebied - overeen met de klinische netwerken.

Hoe gebeurt de samenwerking/werking in de transitiefase tussen de huidige en de nieuwe structuren als het geografisch werkgebied verschillend is?

De structuren die zich nu bevinden op het regionaal niveau, zoals de palliatieve netwerken/samenwerkingsverbanden, MBE’s, Logo’s, …. zullen pas na de formele oprichting van de eerstelijnszones evenals de ziekenhuisnetwerken en de regionale zorgzone, hun werkgebied aanpassen. In de transitiefase blijven de werkgebieden behouden.

Is er een één-op-éénrelatie tussen de regionale zorgzone en de klinische netwerken?

De minister heeft geopteerd voor een bottom-upbenadering, te beginnen bij de vorming van eerstelijnszones. Als voldaan is aan de voorwaarden, en het plaatje voor de hele regio klopt (geen witte vlekken), kan de oprichting van de eerstelijnszones, zorgraden en regionale zorgzones gestart worden. Ideaal komen de regionale zorgzones op geografisch vlak – werkgebied -overeen met de ziekenhuisnetwerken. De één-op-éénrelatie zal in een aantal gevallen niet mogelijk zijn, en ook niet verplicht worden. We zullen de samenhang tussen klinische netwerken van ziekenhuizen en de regionale zorgzone zo goed als mogelijk bewaken. Een eerstelijnszone kan maar in één regionale zorgzone vallen.

Door wie wordt de regionale zorgzone aangestuurd?

Dit moet nog uitgeklaard worden. De eerstelijnszones zullen alleszins vertegenwoordigd zijn in de regionale zorgzone.

Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn

Timing en opdracht

De taken staan vermeld in de beleidstekst. Dit instituut zal geleidelijk aan vorm krijgen.

Het opzet is te groeperen wat we nu doen, in samenwerking met universiteiten en hogescholen. Een aantal ad hoc-financieringen kunnen gebundeld worden.

Hoe kan dit instituut de eerstelijnszone ondersteunen?

Het instituut kan de werking van de eerstelijnszones op diverse vlakken ondersteunen:

  • Bundeling van expertise, evidence, ervaringsdeskundigheid noodzakelijk voor de onderbouwing van geïntegreerde zorgmodellen
  • Volledig, actueel en klantgericht overzicht van het zorgaanbod in Vlaanderen
  • Ondersteunen van een vormingsbeleid en uitwerking van vormingspakketten. Vorming kan ook op regionaal niveau uitgewerkt worden mits goede afstemming met het Vlaams niveau. Het is niet de bedoeling om dezelfde taken op verschillende niveaus uit te voeren.
  • Ondersteuning verlenen aan de eerstelijnszones op vlak van de organisatie, financiering, planning, zorgstrategische planning, bestuur,…
  • Ondersteuning bieden bij het formuleren van gezondheids- en welzijnsdoelstellingen en indicatoren voor de eerste lijn.
  • Afspraken zo veel mogelijk uitklaren op Vlaams niveau

Het is niet de bedoeling om alle overeenkomsten, bv. met ziekenhuizen over ontslagmanagement, apart te onderhandelen. Beter is globale afspraken te maken op Vlaams niveau, met lokale accenten. Een standaardovereenkomst zal opgemaakt worden op Vlaams niveau.

Samenwerking tussen zorgverleners

Hoe wil de minister meer samenwerking concreet tot stand brengen tussen zorgverleners?

De samenwerking zal in grote mate afhangen van de realisatie van de digitale eerste lijn. De Vlaamse overheid deelt de ambitie met de federale overheid en de andere regio’s om een volledige digitalisering van de medische dossiers van de huisarts tegen 2020 te realiseren zoals geformuleerd in het actieplan e-Gezondheid. Voor Vlaanderen betekent dit dat tegen 2020 het multidisciplinair delen van een zorg- en ondersteuningsplan een feit is.
De zorgcoördinatoren en casemanagers zullen ook aanzetten tot samenwerking. Op termijn willen we komen tot duurzame samenwerkingsmodellen tussen zorgverstrekkers.