Tweede kwaliteitsmeting in de geestelijke gezondheidszorg

  • 23 februari 2018

Zorgvoorzieningen in de geestelijke gezondheidszorg meten met verschillende indicatoren de kwaliteit van hun zorg- en dienstverlening. Zo kunnen ze hun sterktes en zwaktes ontdekken en de kwaliteit van hun zorg verbeteren. In 2017 heeft de sector van de geestelijke gezondheidszorg zijn doelstellingen gehaald: de metingen die in 2016 voor het eerst gebeurden, werden herhaald met meer deelname en betere resultaten en er werd een groeipad gerealiseerd voor nog meer en betere metingen in de toekomst. De kwaliteitsmetingen worden georganiseerd door de feitelijke vereniging “VIP² GGZ” binnen het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van de Zorg.

Dhr. Gert Peeters, voorzitter van  VIP² GGZ: “De geestelijke gezondheidszorg heeft in 2017 grote stappen vooruit gezet in het meten van zijn kwaliteit. We hebben onze ambitie gerealiseerd om de metingen te herhalen over de inzet van ervaringsdeskundigen, suïcidepreventie, de volledigheid van geneesmiddelenvoorschriften en patiënttevredenheid. Bovendien hebben er meer voorzieningen deelgenomen aan deze metingen dan vorige keer en zien we ook vooruitgang in de resultaten. Tegelijk is het groeipad voor de kwaliteitsmetingen vastgelegd. We starten nog dit jaar met testmetingen voor nieuwe indicatoren, die meer op maat zijn van de verschillende voorzieningen en patiënten.”

Resultaten van de metingen in 2017

Aan de metingen van 2017 nemen 105 voorzieningen deel. Alle resultaten vindt u hier.

  • De inzet van ervaringsdeskundigen:
    Meer en meer organisaties zien het nut en het belang van het inzetten van ervaringsdeskundigen: er worden meer dan dubbel zoveel ervaringsdeskundigen ingezet dan in 2016 (x2,25). In totaal zijn er nu 257 ervaringsdeskundigen gerapporteerd in de peiling. Dat komt neer op 0,55 voltijds equivalant per voorziening (+60%). Ervaringsdeskundigen worden in toenemende mate als volwaardige medewerkers ingezet, met een duidelijke functieomschrijving, een arbeidsovereenkomst, functioneringsbegeleiding en toegang tot het VTO beleid (vorming, training en opleiding). Een deel van hen blijft als vrijwilliger verbonden aan de voorziening. Ervaringsdeskundigen worden vooral ingezet op beleidsniveau en op procesniveau, in mindere mate in de individuele patiëntenzorg.

     

  • Het suïcidepreventiebeleid:
    Een adequaat suïcidepreventiebeleid omvat een aantal maatregelen die objectiveerbaar zijn en toetsbaar via een 10-item-checklist. Een audit in 72 voorzieningen (+9%) toonde aan dat gemiddeld 8 van de 10 items aanwezig waren, en dat is er gemiddeld één meer (+1) dan vorig jaar. Een jaarlijkse veiligheidsronde om suïcide-uitlokkende omstandigheden te detecteren bleef het item dat het vaakst afwezig was. Grote vooruitgang is er geboekt op de aandacht die dient gegeven te worden aan patiënten die een suïciderisico hebben en behandeling weigeren. De score op dit item lag 23% hoger dan vorig jaar.

     

  • De volledigheid van geneesmiddelenvoorschriften
    Een volledig geneesmiddelenvoorschrift is de eerste stap voor een correcte toediening van medicatie. Er werden 3.696 geneesmiddelenvoorschriften door auditor-apothekers onderzocht (+23% t.o.v. 2016). De kwaliteit van de gecontroleerde voorschriften was gemiddeld beter. Zo bleek 93% volledig ingevuld met de 10 noodzakelijke elementen (+18%). Handtekening arts (97,5% aanwezig), dosis van het geneesmiddel (97,1% aanwezig) en frequentie van toediening (96,9% aanwezig) ontbraken minder frequent dan vorig jaar. De ontbrekende items deden zich vooral voor bij de papieren voorschriften (90% volledig). De elektronische voorschriften waren het meest volledig (95%).   

     

  • De Vlaamse patiëntenpeiling:
    Het Vlaams Patiëntenplatform ontwikkelde deze gevalideerde vragenlijst waarmee voorzieningen binnen de geestelijke gezondheidszorg patiëntenervaringen kunnen meten. In maart 2017 werden 5.534 vragenlijsten (+4% t.o.v. 2016) beantwoord door patiënten in behandeling in een van de deelnemende voorzieningen in Vlaanderen. Met 37 vragen gaven de patiënten hun mening over thema’s zoals inspraak, patiëntenrechten, de therapeutische relatie, resultaat van de zorg en algemene tevredenheid. Met 7,8/10 ligt de gemiddelde tevredenheidsscore op hetzelfde niveau dan vorig jaar. Ze wijst op een algemene tevredenheid bij de patiënten, al blijven de verbeterpunten dezelfde, o.m. op gebied van informatieverstrekking, inspraak van de patiënten en patiëntenrechten. Ook de sterke punten blijven onveranderd: informatie over bestemming na ontslag, inspraak over einde behandeling en respect voor privacy.

In de loop van dit jaar worden de resultaten van de individuele voorzieningen bekend gemaakt op de website zorgkwaliteit.be. Intussen hebben alle voorzieningen zich formeel geëngageerd om hun resultaten te publiceren op de eigen website en worden de sectorresultaten gepubliceerd op de website van het agentschap Zorg en Gezondheid.

Groeipad naar meer indicatoren op maat

De geestelijke gezondheidszorg is een sector met een heel breed spectrum aan zorg- en dienstverlening. Er zijn psychiatrische ziekenhuizen (PZ), psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ), initiatieven voor beschut wonen (IBW), psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT), centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG), enkele revalidatiecentra en verslavingszorgcentra, en een beperkt aantal mobiele teams. Het gaat in totaal om 257 voorzieningen die zeer divers zijn qua o.a. grootte, personeel en patiënten.

Om in al die diversiteit zinvol kwaliteit te meten, moeten er meer indicatoren op maat van elk type voorziening ontwikkeld worden.

Dr. Gert Peeters: “We hebben in 2017 een globaal referentiekader voor kwaliteit van zorg ontwikkeld. Daarin staat welke kwaliteitsdimensies het meest relevant zijn voor onze sector en wat die inhouden. Vervolgens hebben we elk type voorziening in onze sector uitgenodigd om de voor hen meest relevante indicatoren in de kwaliteitsdimensies van dat referentiekader te definiëren en te ontwikkelen. De top drie van elke voorziening zullen we in de loop van 2018 verder uitwerken en in een proefmeting testen. Op die manier verbreden we het initiatief naar alle voorzieningen van de sector en zorgen we tegelijk voor een kwaliteitsmeting op maat. Indicatoren over polyfarmacie, ziekenhuishygiëne, continuïteit van zorg, somatische zorg en opvolging, risicotaxatie, vrijheidsbeperkende maatregelen, betrokkenheid van de context, patiëntenparticipatie en outcome monitoring zijn maar enkele van de voorbeelden.”

Het Vlaams Patiëntenplatform werkt ook verder aan nieuwe versies van de Vlaamse Patiëntenpeiling. Die zullen meer op maat zijn van specifieke voorzieningen en meer op maat van specifieke doelgroepen (kinderen en jongeren, ouders). In samenwerking met het Familieplatform Geestelijke Gezondheid wordt onderzoek gedaan naar de betrokkenheid van de context in de sector van de geestelijke gezondheidzorg. In het najaar zal hiervoor een eerste proefmeting georganiseerd worden.

Pas sinds de zesde staatshervorming zijn de verslavingscentra, centra ambulante revalidatie (CAR) en revalidatieconventies Vlaamse bevoegdheden geworden. Deze nieuwe voorzieningen bereiden zich dit jaar voor om vanaf 2019 met de voor hen meest relevante indicatoren mee in te stappen in de kwaliteitsmetingen. Een aantal onder hen participeren vandaag al aan één of meerdere metingen.