Tips voor een goede CO2-meter

Bij het kiezen van een geschikte en gebruiksvriendelijke CO2-meter zijn er een aantal zaken waar je op moet letten zoals type sensor, meetfout, meetbereik, kalibratiemethode, led-indicatoren, waarden led-indicatie, model en datalogging.  

Type sensor

Kies voor een NDIR (niet-dispersieve infrarood) CO-sensor. De fabrikant/verdeler vermeldt bij het type sensor vaak ook ‘single beam’ of ‘dual beam’, dit is een verwijzing naar de methode van kalibratie. Lees hierover meer bij kalibratiemethode. 

Display

Er zijn toestellen met een display die op elk moment de gemeten CO2-waarde toont. Dit heeft als voordeel dat je snel de waarde kan aflezen, vb als je meter in het oranje staat en je wil weten hoe ver je boven de 900 ppm zit. Bij andere toestellen kan je de waarden enkel online of via een app bekijken.

Meetfout 

Elk meettoestel, ook een sensor, heeft een meetfout. Dit is de mate dat het resultaat afwijkt van de reële waarde. Voor een CO2-meter (verplaatsbaar toestel, niet gebruikt voor aansturing van een HVAC-systeem) is een afwijking van < 10% aanvaardbaar. De afwijking mag zeker niet >10 % op 900 en 1500 ppm. Bij toestellen met een meetbereik tot 10 000 ppm mag de afwijking zeker niet >10 % op 900, 1500 en 5000 ppm. Je kan de meetfout terugvinden in de technische fiche van de meter. De ene geeft dit weer als een absolute waarde in procenten, bij andere meters wordt het als volgt weergegeven: +/- X % + Y ppm. In dit laatste geval reken je uit wat de afwijking is bij 900, 1500 en eventueel bij 5000 ppm . De fout bij 5000 ppm bereken je enkel bij toestellen met een meetbereik tot 10 000 ppm. De afwijking op 900, 1500 en 5000 ppm mag dan niet >10 %.

Meetbereik

In klassen kunnen CO2-waarden hoog oplopen. Kies dus voor een ruim meetbereik tot minstens 5000 ppm. 

Kalibratiemethode

Door veroudering van de sensor kan er “drift” optreden (=een kleine, constante verandering van de meetresultaten van eenzelfde toestel in dezelfde omstandigheden) waardoor de sensor niet meer juist meet. Het is daarom belangrijk dat de sensor regelmatig gekalibreerd (= het afstellen van de sensor zodat deze terug juist meet) wordt.  

Er zijn twee manieren om sensoren te kalibreren. Op basis van een externe referentie zoals een kalibratie-gasmengsel of verse buitenlucht of op basis van een interne referentie in het meettoestel zelf. Soms spreekt men ook van single beam in het geval van een externe referentie en dual beam in het geval van een referentie in het meettoestel zelf. Op lange termijn zijn de meetresultaten van een toestel dat gekalibreerd wordt op basis van een externe referentie meer betrouwbaar dan de meetresultaten van een toestel dat gekalibreerd wordt op basis van een interne referentie. 

In de groep van sensoren die gekalibreerd worden op basis van een externe referentie zijn er ook zelfkalibrerende toestellen. Deze toestellen maken gebruik van verse buitenlucht of lucht die daarmee vergelijkbaar is (zoals het geval is in een leeg, goed geventileerd/verlucht klaslokaal).   

Het eenvoudigste (geen praktische rompslomp om het toestel te laten kalibreren bij een externe firma) en goedkoopste (geen labokosten voor kalibratie) is dat je kiest voor een sensor met een zelf-kalibrerende functie; zoals bv ABC (Automatic Background Calibration) Logic™.

LED-indicator

Op de display van het toestel kan je op elk moment de gemeten CO2-waarde aflezen, maar met een kleuren LED-indicator is het ook snel duidelijk wanneer er een te hoge CO2-waarde wordt gemeten (de oranje led licht dan op) en er dus onvoldoende luchtverversing.

Waarschuwingsniveaus LED-indicatie

De CO2-waarden waarbij de LED op het toestel een bepaalde kleur (groen, rood of oranje) aangeeft worden vaak al ingesteld in de fabriek. Informeer bij de verdeler welke waarden staan ingesteld en vraag ze eventueel aan te passen. Bij sommige toestellen kan je ook zelf de waarden instellen.

Lees hier welke drempelwaarden je kiest voor jouw CO2-sensor: pdf bestandWelke drempelwaarden kies je voor jouw CO2 sensor? (167 kB)

Heb je reeds meters, maar komen de ingestelde waarden niet overeen, kijk dan of ze aanpasbaar zijn. Als je de waarden niet kan aanpassen, kan je om verwarring te vermijden de lichtjes afplakken.  

Geluid

Sommige meters piepen wanneer deze naar een andere kleur gaat. Dit kan hinderlijk zijn tijdens de les. Let er op dat je het geluid kan afzetten.

Model

Kies voor een tafelmodel dat je eenvoudig kan plaatsen op een tafel of lage kast. Er zijn ook toestellen die aan de muur bevestigd kunnen worden. De keuze van het type hangt af van het doel van de meting (steekproefgewijs of permanent). Toestellen die werken op batterijen hebben als voordeel dat ze gemakkelijk kunnen worden geplaatst, maar men dient wel de batterij af en toe te vervangen. Toestellen die op netvoeding werken hebben dit nadeel niet, maar de noodzaak van een kabel tussen een stopcontact en het toestel beperkt de flexibiliteit. Er zijn ook sensoren die via de USB-poort van een computer van stroom kunnen worden voorzien.

Datalogging

Sommige toestellen kunnen ook loggen, waardoor je de waarden later kan uitlezen of online kan bekijken. Dit heeft als voordeel dat je eenvoudig het verloop van de CO2-waarden gedurende een bepaalde periode kan visualiseren en interpreteren met behulp van bijvoorbeeld een ventilatiedagboek en ook de invloed van bepaalde interventies (vb openen van extra ramen of deuren) om de mate van luchtverversing te verbeteren, in kaart kan brengen. Deze optie is niet noodzakelijk maar kan wel handig zijn voor de preventie-adviseur om de ventilatie meer gedetailleerd in kaart te brengen. Datalogging is ook belangrijk indien men op basis van de CO2 evolutie een raming wil maken van de ventilatiedebieten.

Toestellen met data-opslag kunnen duurder zijn dan toestellen zonder data-opslag. Voor het online bekijken van de waarden heb je een dataplatform nodig. Fabrikanten bieden dit soms aan, maar dan bestaat de kans dat je vastzit aan een systeem van die fabrikant. Vergeet niet te informeren of het apparaat de meetwaarden kan opslaan als er geen internetverbinding is. Van sommige toestellen zijn de metingen enkel uitleesbaar met bepaalde software (meegeleverd door de fabrikant of te downloaden van de website van de fabrikant). Er is echter geen garantie dat deze software werkt op jouw pc en dat deze op lange termijn nog beschikbaar is.

Kies je voor een systeem met loggen via het internet, zorg dan dat het doorsturen van data volgens veelgebruikte standaarden (bv MQTT) gebeurt, anders zit je vast aan het systeem van de leverancier.  

Bij toestellen die werken met een dataplatform is een belangrijk aspect het eigenaarschap van de gegevens. Belangrijke vragen hierbij zijn: Waar worden de meetgegevens opgeslagen? Wie is de eigenaar van die gegevens ? Worden die gegevens gedeeld met derden?... Vraag een duidelijk antwoord op deze vragen. Het eenvoudigste en veiligste zijn de toestellen die de waarden op een geheugenkaartje kunnen opslaan. De waarden kan je dan importeren naar bijvoorbeeld Excel® om daar verder te bewerken. 

Hulp nodig?

Zie je door de bomen het bos niet meer, contacteer de medisch milieukundige bij het lokaal gezondheidsoverleg (logo).