Toolkit

1. Genderneutrale termen

Veel zorgverleners gaan ervan uit dat een bewoner heteroseksueel is. Begrijpelijk, want voor de meerderheid van de mensen geldt dat ook. Net daarom kan het waardevol zijn om te laten zien dat je ook met andere mogelijkheden rekening houdt.

Het gebruik van, bijvoorbeeld, het neutrale woord ‘partner’ kan veel openheid creëren.

Quote

Op de recovery vroeg men naar ‘mevrouw Geens’. Ik stelde me recht en zei: ‘Ik ben de partner van meneer Geens’.
(Marcel, 72, homoman)
 

2. Diverse relatievormen

Tachtig tinten - miniatuurfoto 1Als zorgverlener zie je veel bezoekers komen en gaan. Mantelzorgers lopen in en uit en je ziet foto’s staan op de kamers. Vaak weet je welke relatie de bewoner met die personen heeft, maar niet altijd. Het kan veiligheid creëren om aan die relaties zelf geen invulling te geven, maar daarover de bal in het kamp van de bewoner te laten liggen. Indien je merkt dat iemand belangrijk is voor één van de bewoners, laat dan ook merken dat je het belang van die persoon erkent, ook als jou geen ‘familieband’ in de strikte zin van het woord bekend is.

Houd er rekening mee dat relatievormen niet altijd eenvoudig ‘leesbaar’ zijn.
Erken wel het belang van mensen uit de entourage van een bewoner, ook als je de precieze verhouding met de bewoner niet kan benoemen.

Quotes

Een dame kwam elke dag op bezoek. Ik hoorde mezelf tegen de bewoonster zeggen: ‘Je zus zorgt wel goed voor je, hé?’ Ze antwoordde dat die dame haar levenspartner was.
(Myriam, 51, verzorgende)

Ik was voorlopig bewindvoerder voor mijn achternicht. Bij haar overlijden midden in de nacht, zijn noch ik, noch haar (vrouwelijke) partner verwittigd. Enkel haar zus kreeg bericht. Dat is me heel erg bijgebleven.
(Maria, 62)
 

3. Aanspreekvormen

Zorgverleners spreken dagelijks tientallen mensen aan. Woorden die een gender aanduiden zijn daarbij erg courant: ‘Meneer X’ of ‘Mevrouw Y’. De genderidentiteit (de mate waarin men zich man of vrouw voelt) van een bewoner kan echter verschillen van de mate waarin jij de bewoner ook als man of vrouw percipieert. Hier kan je als zorgverlener tegemoetkomen.

Ga na hoe iemand aangesproken wil worden.

Quote

“Ik had onlangs een onderzoek voor mijn heupen. Ik stond daar bijna naakt, maar wel met mijn bh aan. En, dan zegt men nog ‘meneer’ tegen mij. Dat kwetste.”
(Marleen, 65, transvrouw)
 

4. Diversiteit in lichamelijkheid

Als zorgverlener kom je frequent in aanraking met de - unieke - lichamelijkheid van cliënten. Lichamen van transgender personen of mensen met intersekse condities kunnen daarbij verschillen van wat men traditioneel onder een ‘vrouwelijk’ of een ‘mannelijk’ lichaam begrijpt.  

Ga er niet van uit dat elk lichaam beantwoordt aan wat men courant onder ‘mannelijkheid’ of ‘vrouwelijkheid’ verstaat.

Tachtig tinten - miniatuurfoto éQuote

Ik vind dat ik te laat begonnen ben aan de ‘nieuwe versie’ van mezelf. Ik ben vrouw, ik voel me vrouw en ik neem hormonen, maar ik zie het niet meer zitten om bepaalde delen van mijn lichaam te laten opereren. Het zijn dus niet allemaal ‘mannen’ en ‘vrouwen’ die naar de woonzorgcentra zullen komen, er zijn ook tussenvormen.
(Zoë, 69, transvrouw)
 

5. Diversiteit in dagbesteding

Veel woonzorgcentra zoeken naar manieren om het dagbestedingsaanbod met de wensen en voorkeuren van bewoners in overeenstemming te brengen. Het kan waardevol zijn om je activiteitenaanbod, de filmnamiddag, je bibliotheek of je media-aanbod eens  onder de holebi- en transgenderloep te nemen.

Streef naar een inclusief dagbestedingsaanbod.

Onderaan deze pagina vind je enkele tips om je bibliotheek inclusiever te maken.

Quotes

Af en toe nodig ik een danskoppel uit. Zij demonstreren enkele dansen én proberen de bewoners die dat kunnen tot een pasje te enthousiasmeren. Dat danskoppel bestaat, en passant, uit twee vrouwen.
(Rob, 49, animator)

Veel voorzieningen hebben een bibliotheek. Waarom daar niet een aantal boeken leggen die met het holebi- of transgender thema verband houden ? Ik ben er vrij zeker van dat bepaalde bewoners er hun weg zullen naar vinden.
(Sien, 66, psychotherapeute)

We hebben het holebi- en transgenderthema bespreekbaar gemaakt bij onze bewoners via muziek. Toen we schlagermuziek beluisterden, hebben we stilgestaan bij de achtergrond van de zangers en zangeressen, van wie er nogal wat holebi zijn.
(Frédéric Lauscher, directeur zorginstelling Frankfurter Verband)
 

6. Inclusieve beeldvorming

Als woonzorgcentrum communiceer je heel veel met je bewoners en hun omgeving. Direct, maar ook indirect: via intakeformulieren, valven, affiches, informatiebrochures, folders of bewonerskrantjes. Een inclusieve en diverse beeldvorming omtrent genderidentiteit en seksuele diversiteit kan er mee voor zorgen dat elke bewoner zichzelf gerepresenteerd, en dus ook welkom voelt.

Screen je communicatiemiddelen door de bril van een holebi- of transgender bewoner.

Onderaan deze pagina kan je enkel cartoons downloaden om aan de muren van je voorziening aan te brengen.

Quotes

Wij hebben een maandkrantje. Daarin nemen we af en toe iets op over ‘roze’ ouderen: een artikeltje over de ‘Grey pride’ in Amsterdam, een ‘roze’ activiteit die we zelf organiseren in het centrum, enzovoort.
(Margret van Leenen, locatiemanager woonzorgcentrum d’Oude Raai, Amsterdam)

Om bewoners zelf over de drempel te halen, lijkt het me belangrijk dat je een aantal signalen geeft. Ik denk maar aan: ZiZo-magazine courant tussen de lectuur te leggen, of relevante affiches of flyers presenteren. Zo geef je het signaal: ‘Dit thema is evident voor ons’. Als dat tenminste het geval is, natuurlijk.
(Sien, 66, psychotherapeute)

Zowat elk woonzorgcentrum heeft een intakeprocedure. Vaak wordt daar meteen al de vraag gesteld: bent u gehuwd ? Als je dit bijvoorbeeld aan een homoman vraagt, wat moet hij dan zeggen ? Is hij gehuwd ? Meestal zal hij dat niet zijn. Soms zal hij wél gehuwd geweest zijn, omdat hij zijn seksuele identiteit verborgen hield. Mijn punt is: deze vraag is niet voor elke bewoner evident.
(Frédéric Lauscher, directeur zorginstelling Frankfurter Verband)
 

7. Personeel

Uit getuigenissen is gebleken dat openheid over de niet-heteroseksuele geaardheid van personeelsleden voor sommige bewoners een steun kan betekenen. Een klimaat waarin personeelsleden daartoe de bewegingsvrijheid (maar niet de verplichting) voelen, kan dus ook de bewoners ten goede komen.

Creëer een open klimaat voor holebi- en transgender personeelsleden.

Quote

‘In een woonzorgcentrum je coming-out doen, is iets helemaal anders dan in de ‘gewone’ maatschappij. Je zit vast, in dezelfde ruimte met al die andere mensen. En, als ze je niet aanvaarden, tja, waar moet je dan naartoe? Ik had schrik, dus ik zweeg. Maar het knaagde aan mij. Toen vertelde één van de verzorgers dat hij met een vriend samenwoonde. Dat  heeft me over de brug geholpen. Ik heb het uiteindelijk aan mijn tafelgenoten verteld en dat viel gelukkig goed mee.’
(Paul, 96 homoman)

Op mijn cv staat: ‘vrijwilliger bij de Holebifederatie en Wel Jong Niet Hetero’. Op een sollicitatiegesprek bij een woonzorgcentrum zei men mij: “Als we u in dienst nemen, is het toch beter om dat dat niet te zeggen tegen onze cliënten.” Ik heb nooit meer iets vernomen.
(Bart, 37, activiteitenverantwoordelijke dienstencentrum)
 

8. De rugzak van het leven

Tachtig tinten - miniatuurfoto 3De minder ‘traditionele’ levensloop van veel oudere holebi’s en transgenders maakt hen in het bijzonder kwetsbaar voor eenzaamheid. Op hun levensweg kwamen niet zelden scheidingen of breuken met familieleden voor. Een aanzienlijk deel van hen bleef ook kinderloos.

Houd rekening met een klein(er) sociaal netwerk bij holebi- en transgender bewoners.  

Quotes

Ik ben in het woonzorgcentrum gekomen in een diepe depressie. Ik heb 46 jaar alleen geleefd en op mijn 85ste begon dat toch op mij te wegen.
(Paul, 96, homoman)

Ik ben 18 jaar getrouwd geweest en ik heb twee volwassen kinderen. Mocht ik indertijd een serieuze inleiding gekregen hebben over homoseksualiteit en wat zulke relaties kunnen inhouden, dan zou ik nooit getrouwd zijn met een man.
(Maria, 62, lesbisch)

Ik ben nu 8,5 jaar vrouw. Mijn anders-zijn had ik nooit eerder ten volle beseft, maar eigenlijk zit het al in mij van sinds ik kind was. Ik ben gehuwd en ik heb hierdoor mijn vrouw en mijn kinderen ongelukkig gemaakt. En daar voel ik me echt niet goed bij.
(Vincianne, 62, transvrouw)
 

9. Coming-out en de tijdsgeest

Holebi- en transgender ouderen  groeiden op in een tijd waarin sociale afwijzing meer regel dan uitzondering was. Al of niet terechte angst voor afwijzing van medebewoners kan daar zijn oorsprong vinden. Ook omtrent de eigen identiteit,  of die van de kinderen en kleinkinderen, kunnen nog steeds schaamtegevoelens bestaan. Of bewoners hullen zich in  stilzwijgen, zelfs tegenover naasten. Recent en/of expliciet woordgebruik (holebi(seksualiteit), transgender) behoort dus niet per se tot de geaccepteerde woordenschat van ‘holebi- of transgender’ bewoners. 

Ook al bestaat er bij oudere holebi’s of transgenders schroom of angst voor een coming-out, toch blijken velen van hen het als een bevrijding te ervaren. Als zorgverlener kan het inzicht in deze ambiguïteit (angst voor én verlangen naar) nuttig zijn.

Houd rekening met de tijdsgeest waarin de bewoners opgroeiden.

Weet dat gevoelens omtrent een coming-out ambigue kunnen zijn: angst voor én verlangen naar.

Quotes

Mijn nicht en haar vriendin waren vijftig jaar samen. Iedereen in het woonzorgcentrum wist hoe het zat, maar ‘lesbisch’ ? Zo zouden ze zichtzelf nooit noemen.
(Maya, 64)

In die tijd werden wij beschouwd als ‘zieke’ mensen.
(Will Ferdy, 89,kwam in 1970 publiekelijk uit de kast op radio en tv)

Ik heb het er bijzonder moeilijk mee gehad om met mezelf in het reine te komen. En dat heeft grotendeels te maken met mijn opvoeding: ik kom van het platteland, mijn familie was heel katholiek en mijn vader had het er bijzonder moeilijk mee.
(Raf, 70, homoman)

Coming-out is een koude douche. Maar het is ook een enorme bevrijding. Daarom heb ik het ook gedaan. Nadien dacht ik: oef, dit heb ik achter de rug. Gedaan met zeggen: ik heb geen tijd om te trouwen of kinderen te krijgen. Ik ben inderdaad homoseksueel.
(Will Ferdy, 89)

In een leugen leven, is niet leefbaar. Nou ja, dat is het wél, maar het zorgt ervoor dat mensen minder spontane contacten zullen leggen of zich veel meer zullen isoleren, altijd op hun hoede zijn voor vragen als: ben je getrouwd geweest ? Waarom niet ? Oh, je hebt geen kinderen: waarom niet?  
(Sien, 66, psychotherapeute)
 

10. Intimiteit en seksualiteit

De laatste jaren gaat binnen de woonzorgsector meer aandacht uit naar intimiteit en seksualiteit.  Het spreekt voor zich  dat dit thema ook holebi’s en transgenders aanbelangt.

Heb aandacht voor intimiteit en seksualiteit in hun verschillende belevingsvormen.

Quote

Seks is een natuurlijke behoefte. Net als honger en dorst. Maar veelal wordt het nog niet zo bekeken. Het is nog altijd een soort taboe.
(Will Ferdy, 90)
 

Bibliotheken aanvullen? Enkele tips

Boeken

  • Ann David en Mips Meyntjens. Oud = out. Ervaringen van lesbische en biseksuele vrouwen. 2009, Uitgeverij ‘t Verschil. 151 blz. ISBN: 9789020923676.
  • Paul Borghs. Holebipioniers. Een geschiedenis van de holebi- en transgenderbeweging in Vlaanderen. 2015, uitgeverij EPO. 360 blz. ISBN: 9789490952174.
  • Eveline van de Putte. Stormachtig Stil. Levensverhalen van roze ouderen. 2013, uitgeverij Xanten. 184 blz. ISBN: 9789491446085

Magazines

  • ZiZo-magazine is Vlaanderens grootste magazine voor homo's, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. Het verschijnt viermaal per jaar. Abonneren is mogelijk via www.zizo-online.be
     
Coverbeeld folder 80 tinten
Cartoons

Download hieronder enkele cartoons die je aan de muren van je voorziening kunt aanbrengen.

Cartoon Tachtigtinten