Subsidies voor huisartsenpraktijken gaan naar meer samenwerking en ondersteuning

  • 25 november 2021

Er bestaan in Vlaanderen verschillende subsidies om huisarstenpraktijken te helpen bij hun opstart of organisatie. Minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke heeft beslist om een aantal van deze zogeheten “Impulseo”-subsidies te heroriënteren, met als doelstelling meer samenwerking tussen de huisartsen andere (zorg-)disciplines te stimuleren. ‘Dergelijke samenwerking kan de huisarts ontlasten van een aantal taken en het aantrekkelijk maken voor (beginnende) huisartsen om met een praktijk te starten of erin te stappen,’ aldus minister Beke.

Tot vorig jaar konden huisartsen een vestigingspremie krijgen om zich te vestigen in een huisartsarme gemeente. Uit een evaluatie van deze premies bleek echter dat ze onvoldoende stimulans waren voor beginnende huisartsen om zich ergens te vestigen. Daarom werd deze premie vorig jaar afgeschaft. De vrijgekomen middelen gaan naar nieuwe ondersteuningsvormen:

  • Huisartsen kunnen eenmalig een renteloze lening krijgen voor het opstarten van een individuele praktijk of een groepspraktijk. Bij het verdwijnen van de vestigingspremie was het bedrag van die renteloze lening al opgetrokken van 20.000 euro naar 35.000 euro. De lening moet aangevraagd worden binnen de 5 jaar na de vestiging van de praktijk.
  • Bovenop dat basisbedrag van 35.000 euro kunnen huisartsen een extra 10.000 euro renteloos lenen als ze investeren in multidisciplinaire samenwerking en opleiding. Die extra renteloze lening kan toegekend worden als de huisartsenpraktijk met minstens één andere discipline samenwerkt. Die samenwerking kan de vorm nemen van administratieve ondersteuner of managementondersteuner tot het in dienst nemen van een praktijkverpleegkundige. 
  • De huisartsenpraktijk kan ook een basispremie van 6.700 euro krijgen  als tegemoetkoming in de loonkost van (een) extra medewerker(s) voor de praktijkondersteuning of de praktijkverpleegkundige. Die ondersteuning bestond al voor de aanwerving van een administratief bediende, maar kan dus ook aangewend worden voor het inzetten van een verpleegkundige. Daar komt nog 800 euro bovenop als de huisarts extra opleiding voorziet voor die medewerkers (minstens 12 uur over een periode van 3 jaar). Deze premie kan door elke huisarts aangevraagd worden, niet enkel door beginnende huisartsen.
  • Beginnende huisartsen kunnen als alternatief voor die basispremie van 6.700 euro kiezen voor een ondersteuningspremie van 3.400 euro voor een telesecretariaat. Deze premie bestaat al maar wordt beperkt voor een periode van 5 jaar. Ze heeft immers vooral een meerwaarde voor opstartende praktijken. Voor huisartsen die al langer actief zijn, en die reeds van deze premie gebruik maakten, wordt een overgangsregeling voorzien.

Deze hervorming van de Impulseo-ondersteuning moet nog uitvoering krijgen met een uitvoeringsbesluit. De verwachting is dat dat in het voorjaar van 2022 zal gebeuren.

Daarnaast is er ook een oproep gelanceerd voor pilootprojecten. Die projecten zullen onderzoeken hoe infrastructuursubsidies van VIPA ingezet kunnen worden om te investeren in brede eerstelijnspraktijkvormen. Die moeten het resultaat zijn van een samenwerking tussen lokale besturen en huisartsenkringen of groeperingen van huisartsen. Zo’n brede eerstelijnspraktijkvorm, waarbij er opnieuw veel samenwerking moet zijn tussen verschillende disciplines en de huisarts, denk bijvoorbeeld ook aan de sociale diensten van een lokaal bestuur, zouden het aantrekkelijker kunnen maken voor een beginnende huisarts om zich in zo’n gemeente te vestigen. Deze projecten zullen starten op 1 maart 2022 en 24 maanden lopen, mogelijks uit te breiden met een extra 12 maanden.