Werkingssubsidies centra voor kortverblijf

Vlaanderen is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de financiering van de zorg in woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra met een bijzondere erkenning. Naar aanleiding hiervan werden de wekingssubsidies voor de centra voor kortverblijf sinds 1 januari 2019 geïntegreerd in de basistegemoetkoming voor zorg met een nieuw deel I. De saldo's voor de werkingssubsidies 2018 worden nog door het agenschap afgerekend en uitbetaald in de loop van 2019.

Voorwaarden

Centra voor kortverblijf komen in aanmerking voor werkingssubsidies onder deze voorwaarden:

  • Alleen lokale en provinciale besturen, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut in de zin van de wet van 27 juni 1971 komen in aanmerking voor subsidies.
  • Het centrum voor kortverblijf moet erkend zijn op 1 januari van het betreffende jaar. Als het erkenningsbesluit na 1 januari is getekend maar de erkenning ten laatste ingaat op 1 januari, komen de woongelegenheden nog in aanmerking voor subsidiëring.
  • Het centrum moet zijn erkenning vóór 1 januari aangevraagd hebben. Woongelegenheden waarvoor de erkenning is aangevraagd na 1 januari, met ingang van 1 januari (met terugwerkende kracht), komen niet in aanmerking voor subsidies voor dat jaar.
  • Een centrum voor kortverblijf dat meer dan 3 volledige jaren erkend is, moet een gemiddelde bezttingsgraad van minstens 50% behalen. Om deze bezetting aan te tonen moet het centrum de bezettingsgegevens bezorgen. Vóór 1 april 2019 moet dit voor een laatste keer via het e-loket van het agentschap voor de bezettingsgegevens 2018 om de afrekening 2018 te maken. Vanaf 2019 wordt het deel I automatisch berekend op basis van de bezettingsgegevens voor de afgelopen referentieperiode die u doorgaf via de Raas-toepassing.

Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag per erkende woongelegenheid bedraagt 2.543,78 euro voor 2018. In 2018 ontving u hier een voorschot op van 90%. Het saldo van 10% wordt, afhankelijk van de effectieve bezetting, uitbetaald in de loop van 2019.

Het subsidiebedrag voor 2019 waarmee rekening gehouden wordt in deel I van de basistegemoetkoming voor zorg is 2.594,64 euro per erkende woongelegenheid.

De eerste 3 subsidiejaren

  • Een centrum krijgt de eerste 3 jaar dat het in aanmerking komt voor subsidiëring, het maximale subsidiebedrag per woongelegenheid (behalve in geval van een uitbreiding van een al erkend centrum voor kortverblijf).
  • De gerealiseerde gemiddelde bezetting speelt dan geen rol.

Het vierde subsidiejaar 

  • Voor de afrekening van de subsidies 2018 moeten centra voor kortverblijf waarvoor 2018 het vijfde of een later subsidiejaar was, ook een bezetting van minstens 50% van de erkende capacieit op 1 janauri 2018 kunnen aantonen om het maximale subsidiebedrag per woongelegenheid te kunnen ontvangen. Indien men deze 50% bezetting niet kan aantonen worden de in 2018 uitbetaalde voorschotten volledig teruggevorderd.
  • Vanaf 2019 moet men, om voor het vierde jaar in aanmerking te komen voor een deel I in de basistegemoetkoming voor zorg, in de voorgaande referentieperiode een bezetting van minstens 25% van de tijdens de referentieperiode gemiddeld erkende capaciteit korterblijf hebben gehaald. Zoniet wordt het deel I herleid tot 0 euro.

Vanaf het vijfde subsidiejaar

  • Voor de afrekening van de subsidies 2018 moeten centra voor kortverblijf waarvoor 2018 het vijfde of een later subsidiejaar was, ook een bezetting van minstens 50% van de erkende capaciteit op 1 januari 2018 kunnen aantonen om het maximale subsidiebedrag per woongelegenheid te kunnen ontvangen. Indien men deze 50% bezetting niet kan aantonen worden de in 2018 uitbetaalde voorschotten volledig teruggevorderd. Vanaf het 4de volledige erkenningsjaar, moet een centrum voor kortverblijf een gemiddelde bezettingsgraad realiseren van minstens 50% (berekend in dagen). Het centrum ontvangt dan het maximale subsidiebedrag per woongelegenheid.
  • Vanaf 2019 moet men, om voor het vijfde of een later subsidiejaar in aanmerking te komen voor een deel I in de basistegemoetkoming voor zorg, in de voorgaande referentieperiode een bezetting van minstens 50% van de tijdens de referentieperiode gemiddeld erkende capaciteit kortverblijf hebben gehaald. Zoniet wordt het deel I herleid tot 0 euro.