Subsidies krijgen voor gezinszorg, geboden door verzorgend personeel

Erkende diensten voor gezinszorg kunnen subsidies ontvangen voor gezinszorg, geboden door verzorgend personeel. Die subsidie-enveloppe bestaat uit verschillende subsidies en toeslagen. Met 'gezinszorg' wordt op deze pagina bedoeld 'gezinszorg, geboden door verzorgend personeel'.

Subsidies

Erkende diensten voor gezinszorg ontvangen voor gezinszorg:

  • subsidies voor de gepresteerde uren en de uren bijscholing van hun verzorgend personeel;
  • subsidies voor hun begeleidend personeel;
  • bij grote diensten ook subsidies voor hun leidinggevend personeel;
  • een toelage voor hun administratie- en coördinatiekosten.

Toeslagen

Daarnaast ontvangen diensten voor gezinszorg toeslagen voor gezinszorg:

Uitbetaling

De diensten ontvangen voorschotten op het subsidiebedrag waarop ze recht hebben. De toeslagen worden uitbetaald samen met het 3de voorschot. Het saldo van het subsidiebedrag wordt uitbetaald nadat wij de gegevens verwerkt hebben die de diensten elektronisch doorstuurden naar Vesta.

Voorschotten

Diensten voor gezinszorg ontvangen elk kwartaal een voorschot op:

  • de subsidies voor gepresteerde en gelijkgestelde uren;
  • de subsidies voor bijscholing
  • de subsidies voor omkadering.

Zorg en Gezondheid betaalt alle voorschotten uit voor het einde van de 2de maand van het kwartaal waarop ze betrekking hebben.

Berekening van het voorschot op de subsidies voor gepresteerde en gelijkgestelde uren

De diensten ontvangen elk kwartaal een voorschot op hun subsidies voor de gepresteerde en gelijkgestelde uren van het verzorgend personeel. Die voorschotten worden berekend op basis van de gesubsidieerde uren (gepresteerde en gelijkgestelde uren) in het voorafgaande jaar.

Ook een nieuwe dienst ontvangt voorschotten voor zijn gepresteerde en gelijkgestelde uren tijdens het eerste jaar dat hij erkend is. De voorschotten worden hier berekend op basis van maximaal 75% van het urencontingent (het maximale aantal uren gezinszorg dat in aanmerking komt voor subsidiëring) dat toegekend is aan de dienst voor het betrokken jaar.

Berekening van het voorschot op de subsidies voor bijscholing

De diensten ontvangen elk kwartaal een voorschot op hun subsidies voor de bijscholing van het verzorgend personeel. Die voorschotten worden berekend op basis van de gesubsidieerde uren (bijscholing) in het voorafgaande jaar.

Een nieuwe dienst ontvangt geen voorschotten voor bijscholing tijdens het eerste jaar dat hij erkend is.

Berekening van het voorschot op de subsidies voor omkadering

De diensten ontvangen elk kwartaal een voorschot op hun subsidies voor de omkadering (begeleidend en leidinggevend personeel en administratie- en coördinatiekosten). Die voorschotten worden berekend op basis van de subsidies die 2 jaar geleden toegekend werden voor het begeleidend en leidinggevend personeel en de administratie- en coördinatiekosten.

Een nieuwe dienst ontvangt geen voorschotten voor omkadering tijdens het eerste jaar dat hij erkend is. Tijdens het 2de en 3de jaar dat hij erkend is, worden de voorschotten berekend op basis van 50% van het subsidiebedrag voor 1 VTE begeleidend personeel.

Toeslagen

Zorg en Gezondheid betaalt de toeslagen voor werkdrukvermindering, vervoer, milieubewuste verplaatsingen, managementsondersteuning (alleen voor private diensten), baremaverhoging voor verzorgend personeel en de omkadering (alleen voor private diensten), en eindejaarspremie (alleen voor private diensten) uit samen met het voorschot van het derde kwartaal. Dat gebeurt voor eind augustus. De toeslag voor meerlingenhulp wordt uitbetaald met het tweede saldo.

Saldo's

Subsidie 1ste semester verzorgend personeel

Na afloop van het 1ste semester berekent Zorg en Gezondheid het subsidiebedrag voor het 1ste semester voor het verzorgend personeel waarop de diensten recht hebben. De diensten moeten daarvoor eerst alle gegevens over de periode van januari tot en met juni doorgestuurd hebben naar Vesta.

De berekening van het subsidiebedrag gebeurt op basis van de uren die het verzorgend personeel presteerde in de periode van januari tot en met juni. Zorg en Gezondheid berekent zowel het subsidiebedrag voor de gepresteerde en de gelijkgestelde uren als dat voor de uren bijscholing.

Van die bedragen trekken we de al eerder uitbetaalde voorschotten af. Dat zijn dus de voorschotten van het 1ste en 2de kwartaal (zowel gepresteerde en gelijkgestelde uren als uren bijscholing). Bij de private diensten wordt ook de helft van het bedrag van de maatregel “Structurele Vermindering” afgetrokken (tot en met de subsidies voor het werkjaar 2013). Vanaf het werkjaar 2014 wordt de helft van de toeslag in het kader van de interne staatshervorming in mindering gebracht van het saldo.

Het resultaat van die berekening is het saldo van het subsidiebedrag waarop de diensten recht hebben voor de uren die het verzorgend personeel presteerde in de periode van januari tot en met juni. Dat saldo wordt uitbetaald aan de diensten. Is dat saldo negatief, dan wordt dat verrekend in de volledige subsidieberekening.

Subsidie

Na afloop van het werkjaar berekent Zorg en Gezondheid de subsidies waarop de diensten recht hebben voor het volledige werkjaar. De diensten moeten daarvoor eerst alle gegevens van dat werkjaar doorgestuurd hebben naar Vesta.

De berekening van alle subsidies gebeurt op basis van:

  • de uren die het verzorgend personeel presteerde tijdens het betrokken werkjaar;
  • de gegevens over de tewerkstelling van het begeleidend en leidinggevend personeel tijdens het betrokken werkjaar;
  • het aantal geholpen gebruikers gezinszorg tijdens het jaar voorafgaand aan het betrokken werkjaar;
  • de gesubsidieerde uren van het verzorgend personeel en de uren van het verzorgend personeel met een Sociale Maribel-statuut tijdens het jaar voorafgaand aan het betrokken werkjaar (meer info over Sociale Maribel).

Zorg en Gezondheid berekent de subsidiebedragen voor:

  • de gepresteerde en de gelijkgestelde uren van het verzorgend personeel;
  • de bijscholing van het verzorgend personeel;
  • het begeleidend personeel;  
  • het leidinggevend personeel;
  • de administratie- en coördinatiekosten.

Van die bedragen trekken we alle al eerder uitbetaalde voorschotten en het al uitbetaalde saldo (subsidie 1ste semester verzorgend personeel) af. Bij de private diensten wordt ook het bedrag van de maatregel “Structurele Vermindering” afgetrokken (tot en met de subsidies voor het werkjaar 2013). Vanaf het werkjaar 2014 wordt de toeslag in het kader van de interne staatshervorming in mindering gebracht van het saldo. Een eventueel verschil tussen de eerder uitbetaalde toeslagen en de definitieve bedragen van de toeslagen wordt ook verrekend.

Het resultaat van die berekeningen is het saldo van de volledige subsidieberekening voor het betrokken werkjaar. Dat saldo wordt uitbetaald aan de diensten. Is dat saldo negatief, dan wordt dat teruggevorderd.

Bedragen

Subsidiebedragen

Werkjaar 2021

 

volledig jaar (euro)

Prestaties en bijscholing verzorgend personeel

27,9246

Begeleidend personeel

43.249

Leidinggevend personeel

22.290

Administratie- en coördinatiekosten

26.970

Werkjaar 2020

 

1e kwartaal

2e, 3e en 4e kwartaal

Prestaties en bijscholing verzorgend personeel

27,3771    

27,9246

Begeleidend personeel

43.037

Leidinggevend personeel

22.181

Administratie- en coördinatiekosten

26.970 

 

Klik hier voor de bedragen sinds 2006.

Bedragen toeslagen

Hier vindt u bedragen van de toeslagen voor 2020 en 2021.

Vervoer met een privéwagen

De diensten ontvangen voor de maatregel vervoer voor gezinszorg een bedrag per kilometer dat de verzorgende personeelsleden in het eraan voorafgaande jaar voor de dienst afgelegd hebben met een privéwagen:

  • in 2020: 0,16 euro per kilometer;

  • in 2021: 0,16 euro per kilometer.

Daarnaast wordt in 2020 een extra budget van 305.526,15 euro verdeeld tussen de private diensten voor gezinszorg; die verdeling gebeurt evenredig, op basis van het aantal gereden kilometers met een privéwagen van het verzorgend en logistiek personeel en de doelgroepwerknemers. Het extra budget  2021 voor de private diensten voor gezinszorg is nog niet gekend.

Vervoer met een (brom)fiets

Het budget voor de maatregel vervoer met een (brom)fiets dat jaarlijks verdeeld wordt tussen de diensten voor gezinszorg bedraagt:

  • in 2020: 163.072,78 euro.

Het bedrag voor 2021 moet nog bepaald worden.

Die verdeling gebeurt evenredig, op basis van het aantal gereden kilometers met een (brom)fiets van het verzorgend en logistiek personeel en de doelgroepwerknemers.

Milieubewuste verplaatsingen

Het budget voor maatregelen in verband met milieubewuste verplaatsingen dat jaarlijks verdeeld wordt voor gezinszorg bedraagt:

  • in 2020 en 2021: 496.836,36 euro.

Die verdeling gebeurt evenredig, op basis van het aantal gereden kilometers met een privéwagen van het verzorgend personeel.

Werkdrukvermindering

Private diensten voor gezinszorg

Het budget voor de maatregel werkdrukvermindering dat jaarlijks verdeeld wordt voor gezinszorg tussen de private diensten voor gezinszorg bedraagt:

  • in 2020: 4.208.726,28 euro;

Het bedrag voor 2021 moet nog bepaald worden.

Openbare diensten voor gezinszorg

Het budget voor de maatregel werkdrukvermindering dat jaarlijks verdeeld wordt voor gezinszorg tussen de openbare diensten voor gezinszorg bedraagt

  • in 2020: 461.731,96 euro.

Het bedrag voor 2021 moet nog bepaald worden.

Managementsondersteuning en de baremaverhoging voor het verzorgend personeel en de omkadering

De private diensten voor gezinszorg hebben voor gezinszorg recht op subsidies in het kader van de maatregel managementsondersteuning. In 2020 werd deze maatregel uitgebreid met de maatregelen voor de baremaverhoging van het verzorgend personeel en de omkadering (enkel private diensten).

Het budget voor de maatregel managementsondersteuning en de baremaverhoging voor het verzorgend personeel wordt evenredig verdeeld tussen de diensten op basis van het urencontingent gezinszorg dat toegekend werd voor het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Het budget voor de maatregel baremaverhoging voor de omkadering wordt evenredig verdeeld tussen de private diensten op basis van het effectieve aantal gesubsidieerde vte begeleidend personeel van gezinszorg van het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop dat budget betrekking heeft, zoals berekend in Vesta.

Het budget voor de maatregelen managementondersteuning en de baremaverhoging voor het verzorgend personeel en de omkadering dat jaarlijks verdeeld wordt voor gezinszorg tussen de private diensten voor gezinszorg, bedraagt:

  • in 2020: 5.981.614,35 euro.

Het bedrag voor 2021 moet nog bepaald worden.

7,28% van het budget wordt gebruikt voor de maatregel baremaverhoging voor de omkadering.

Eindejaarspremie

De private diensten voor gezinszorg hebben voor gezinszorg recht op subsidies in het kader van de maatregel eindejaarspremie. Het budget voor die maatregel wordt evenredig verdeeld tussen de diensten op basis van de gegevens in verband met de eindejaarspremie die ze bezorgen aan Zorggezind. Voor die verdeling worden de gegevens in aanmerking genomen van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het budget betrekking heeft.

Het budget voor de maatregel eindejaarspremie dat jaarlijks verdeeld wordt voor gezinszorg tussen de private diensten voor gezinszorg bedraagt:

  • in 2020: 9.207.332,10 euro.

Het bedrag voor 2021 moet nog bepaald worden.

Toeslag in het kader van de interne staatshervorming

Vanaf 2015 ontvangen een aantal private diensten voor gezinszorg samen met het 3de voorschot een toeslag in het kader van de interne staatshervorming. Op die manier ontvangen ze in het subsidiejaar zelf de middelen die overgeheveld werden van de provincies. Aangezien die middelen gebruikt worden om de RSZ-vermindering (maatregel "Structurele Vermindering") te vervangen, wordt die toeslag vervolgens in mindering gebracht bij de berekening van het saldo voor gezinszorg.

De minister van Welzijn heeft in het ministerieel besluit van 11 december 2020 tot verdeling van een toeslag in het kader van de interne staatshervorming voor de erkende private diensten voor gezinszorg voor elke private dienst het bedrag bepaalt dat uitbetaald wordt samen met het derde voorschot, en daarna in mindering gebracht wordt van het saldo. 

Meerlingenhulp

Ter compensatie van het verlies aan inkomsten uit de gebruikersbijdragen ontvangen de diensten voor gezinszorg een toeslag voor meerlingenhulp.

De compensatie voor de hulp aan een gezin met een meerling bedraagt:

  • in het 1ste levensjaar 240 euro per kalendermaand per gezin;
  • in het 2de levensjaar 120 euro per kalendermaand per gezin.

Vanaf de kalendermaand waarin de meerling 2 jaar wordt, wordt er geen toeslag meer toegekend.

DOP-uren

Er is jaarlijks een urencontingent van 32.265 uur (DOP-contingent) beschikbaar om gezinszorg te bieden aan personen met een handicap. Een erkende dienst voor gezinszorg kan gedurende maximaal 3 maanden aan een persoon met een handicap die beschikt over een inclusief ondersteuningsplan, DOP-uren bieden. Daarna valt de gezinszorg aan die gebruiker onder het gewone urencontingent gezinszorg. Gedurende die 3 maanden heeft de dienst de tijd om voldoende personeel vrij te maken zodat zorgcontinuïteit geboden kan worden.

Diensten moeten DOP-uren aanvragen via het e-loket. Voor een DOP-uur, binnen het toegewezen DOP-contingent, ontvangt de dienst 2 euro subsidies meer dan voor een gewoon uur gezinszorg.

Gegevens nodig voor de berekening

De diensten voor gezinszorg moeten de gegevens die nodig zijn voor de berekening van hun subsidies voor gezinszorg elektronisch doorsturen naar ons. Daarbij moeten ze gebruik maken van Vesta. In de webtoepassing van Vesta kunnen ze de gegevens die ze doorgestuurd hebben ook consulteren.

De volgende gegevens moeten elektronisch doorgestuurd worden:

  • gegevens over de tewerkstelling van het verzorgend, begeleidend en leidinggevend personeel dat ingezet wordt voor gezinszorg;
  • gegevens over de prestaties van het verzorgend personeel;
  • gegevens over de gebruikers aan wie gezinszorg verleend wordt.

In het draaiboek van Vesta vindt u alle informatie over de gegevens die doorgestuurd moeten worden voor gezinszorg.

De diensten voor gezinszorg zijn zelf verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid bij het doorsturen van die gegevens.

Contact over thuiszorg