Subsidies krijgen voor aanvullende thuiszorg

Erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kunnen voor aanvullende thuiszorg subsidies ontvangen voor hun logistieke, administratieve, begeleidende en leidinggevende personeelsleden.

Die subsidies worden aangevuld met de volgende toeslagen:

  • een toeslag voor managementondersteuning, permanente vorming, extra aanvullend verlof en carensdagen; 
  • een toeslag voor de verhoging van de eindejaarspremie en de ondersteuning van het management; 
  • toeslagen voor het gesco-personeel.

Daarnaast ontvangen ze ook de volgende toeslagen:

  • een toeslag voor werkdrukvermindering (alleen voor private diensten);
  • een toeslag voor vervoer;
  • een toeslag voor eindejaarspremie (alleen voor private diensten);
  • een toeslag voor meerlingenhulp.

Sommige diensten hebben verder ook nog recht op een toeslag in het kader van de lokale diensteneconomie.

Uitbetaling

De diensten ontvangen voorschotten op het subsidiebedrag waarop ze recht hebben. Het saldo van het subsidiebedrag wordt uitbetaald nadat ons agentschap de gegevens verwerkt heeft die de diensten elektronisch doorstuurden naar Vesta.

Voorschotten

Elk kwartaal wordt een voorschot uitgekeerd van maximaal 22,5% van de totale subsidie-enveloppe van het betreffende jaar (inclusief de toeslagen voor het toegewezen gesco-personeel (tot en met 2015) en de toegewezen doelgroepwerknemers, voor de maatregelen managementondersteuning, permanente vorming, extra aanvullend verlof en carensdagen, voor de verhoging van de eindejaarspremie en de ondersteuning van het management en voor de managementsondersteuning). Die voorschotten worden berekend op basis van het aantal VTE logistiek personeel, het aantal VTE doelgroepwerknemers en (tot en met 2015) het aantal gesco-VTE in de verschillende functiecategorieën die in het voorafgaande jaar toegewezen werden aan de betrokken dienst. Als er geen VTE logistiek personeel of VTE doelgroepwerknemers toegekend waren in het voorafgaande jaar, ontvangt de dienst geen voorschotten.

Die voorschotten worden uitbetaald voor het einde van de 2de maand van het kwartaal waarop ze betrekking hebben.

Toeslagen

Ons agentschap betaalt de toeslagen voor werkdrukvermindering (alleen voor private diensten), vervoer en eindejaarspremie (alleen voor private diensten) uit met het voorschot van het 3de kwartaal. Dat gebeurt voor eind augustus. De toeslag voor meerlingenhulp wordt uitbetaald met het saldo.

Saldo

Na afloop van het werkjaar berekent het agentschap het saldo van de subsidies waarop de diensten recht hebben. De diensten moeten daarvoor eerst alle gegevens van dat werkjaar doorgestuurd hebben naar Vesta. De grootte van de subsidies wordt bepaald door de scores op de resultaatsindicatoren. Er is een resultaatsindicator

  • met betrekking tot het aantal gefactureerde uren;
  • en een met betrekking tot de invulling van de norm voor omkadering.

1. Resultaatsindicator gefactureerde uren

Om de volledige subsidies voor het logistiek personeel (tot en met 2015: inclusief de toeslag voor het gesco-logistiek personeel) en voor de doelgroepwerknemers te kunnen ontvangen, moet de dienst aantonen dat hij op jaarbasis:

  • per VTE logistiek personeel (tot en met 2015: inclusief het gesco-logistiek personeel) minstens 95% van het gemiddelde van 1450 gefactureerde uren realiseert;
  • per VTE doelgroepwerknemer minstens 95% van het gemiddelde van 1330 gefactureerde uren realiseert.

De subsidies voor het logistiek personeel (inclusief de toeslag voor het gesco-logistiek personeel) en voor de doelgroepwerknemers worden verminderd met:

  • 5% bij een gemiddelde prestatie van het logistiek personeel en de doelgroepwerknemers, die lager is dan 95% maar hoger of gelijk aan 90%;
  • 10% bij een gemiddelde prestatie van het logistiek personeel en de doelgroepwerknemers, die lager is dan 90% maar hoger of gelijk aan 85%;
  • (100% - het behaalde percentage) bij een gemiddelde prestatie van het logistiek personeel en de doelgroepwerknemers, die lager is dan 85%.

2. Resultaatsindicator omkadering

Om de volledige subsidies voor omkadering (inclusief de toeslagen voor de gesco-omkadering en de toeslagen voor de doelgroepwerknemers) te kunnen ontvangen, moet de dienst aantonen dat hij op jaarbasis:

  • hij met betrekking tot de norm voor het begeleidend personeel (1 VTE per 17,5 VTE logistiek personeel) en de norm voor het leidinggevend personeel (1 VTE per 100 VTE logistiek personeel) minstens 90% van de som van het aantal VTE dat resulteert uit de toepassing van beide normen, effectief heeft tewerkgesteld.

Voor de bewijsvoering van bovenstaande resultaatsindicator moeten ook het toegewezen gesco-personeel (tot en met 2015) en de toegewezen doelgroepwerknemers in rekening gebracht worden.

De subsidies voor de omkadering (inclusief de toeslagen voor de gesco-omkadering en voor de omkadering van de doelgroepwerknemers) worden verminderd met:

  • 5% bij een invulling van de omkadering (begeleidend en leidinggevend personeel) die lager is dan 90% maar hoger of gelijk aan 85%;
  • 10% bij een invulling van de omkadering (begeleidend en leidinggevend personeel) die lager is dan 85% maar hoger of gelijk aan 80%;
  •  (100% - het behaalde percentage) bij een invulling van de omkadering (begeleidend en leidinggevend personeel) die lager is dan 80%. 

Bedragen

Subsidiebedragen

Werkjaar 2019

 

Subsidiebedrag per VTE

 

Logistiek personeel

     31.070,39

Administratief personeel

     46.727,29

Begeleidend personeel

     59.454,54

Leidinggevend personeel

     69.679,48
 
Toeslag maatregelen managementondersteuning,
permanente vorming, extra aanvullend verlof en carensdagen
       1.104,58
 
Toeslag verhoging eindejaarspremie en
ondersteuning management
       1.347,65
 
Toeslag managementsondersteuning (alleen voor private diensten)           111,32

Werkjaar 2018

 

Subsidiebedrag per VTE

 

Logistiek personeel

     30.613,47

Administratief personeel

     46.040,13

Begeleidend personeel

     58.580,21

Leidinggevend personeel

     68.654,79
 
Toeslag maatregelen managementondersteuning,
permanente vorming, extra aanvullend verlof en carensdagen
       1.088,34
 
Toeslag verhoging eindejaarspremie en
ondersteuning management
       1.327,84
 
Toeslag managementsondersteuning (alleen voor private diensten)           109,14

Klik hier voor de bedragen sinds 2006.

Bedragen toeslagen

Hier vindt u bedragen van de toeslagen voor 2018 en 2019.

Lokale diensteneconomie

Begin 2008 werden de bestaande buurt- en nabijheidsdiensten (sociale economie), die qua hulpverlening aansloten bij de toenmalige diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg, erkend als initiatieven lokale diensteneconomie. Die buurt- en nabijheidsdiensten stellen laaggeschoolde langdurig werklozen, leefloongerechtigden en gerechtigden op financiële maatschappelijke hulp tewerk, zogenaamde “doelgroepwerknemers”.

Ze kregen de kans om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met een dienst voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg. Vervolgens werden er doelgroepwerknemers toegewezen aan die diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg (intussen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp).

Eind 2008 werden bijkomend doelgroepwerknemers toegewezen aan gesubsidieerde diensten voor logistieke hulp en aanvullende thuiszorg of erkende diensten voor gezinszorg die zelf een erkenning als initiatief lokale diensteneconomie hadden aangevraagd. De financiering van deze initiatieven in de lokale diensteneconomie verloopt volgens het principe van het klaverbladmodel. Volgende 4 partners bieden elk een gedeeltelijke financiering:

  • de Vlaamse overheid vanuit het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en vanuit Sociale Economie,
  • de federale overheid via de SINE-maatregel
  • en de gebruiker via de gebruikersbijdrage.

Vanuit het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ontvangen de diensten voor de toegewezen doelgroepwerknemers bijkomende toeslagen.

2019

Voor het werkjaar 2019 ontvangen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp per VTE doelgroepwerknemer die aan hen is toegewezen, de volgende toeslagen:

  • doelgroepwerknemer: 9.794,85 euro;
  • administratief personeel: 2.206,10 euro;
  • begeleidend personeel: 3.632,54 euro;
  • leidinggevend personeel: 747,65 euro.

Daarnaast ontvangen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp waaraan 10 VTE doelgroepwerknemers zijn toegewezen, een toeslag voor omkadering van 10.937,52 euro.

Diensten waaraan meer dan 10 VTE doelgroepwerknemers zijn toegewezen, ontvangen naast dat bedrag nog een bijkomende toeslag van 1.093,74 euro voor elke VTE boven op die eerste 10 VTE.

2018

Voor het werkjaar 2018 ontvangen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp per VTE doelgroepwerknemer die aan hen is toegewezen, de volgende toeslagen:

  • doelgroepwerknemer: 9.650,81 euro;
  • administratief personeel: 2.173,66 euro;
  • begeleidend personeel: 3.579,12 euro;
  • leidinggevend personeel: 736,66 euro.

Daarnaast ontvangen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de diensten voor logistieke hulp waaraan 10 VTE doelgroepwerknemers zijn toegewezen, een toeslag voor omkadering van 10.776,68 euro.

Diensten waaraan meer dan 10 VTE doelgroepwerknemers zijn toegewezen, ontvangen naast dat bedrag nog een bijkomende toeslag van 1.077,66 euro voor elke VTE boven op die eerste 10 VTE.

Vervoer en werkdrukvermindering

De diensten ontvangen voor de maatregel vervoer voor aanvullende thuiszorg en logistieke hulp een bedrag per kilometer dat de logistieke personeelsleden en de doelgroepwerknemers in het eraan voorafgaande jaar voor de dienst afgelegd hebben met een privéwagen:

  • in 2017: 0,16 euro per kilometer;
  • in 2018: 0,16 euro per kilometer. 

Het budget voor de maatregel werkdrukvermindering voor aanvullende thuiszorg en logistieke hulp dat jaarlijks verdeeld wordt (alleen tussen de private diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg en de private diensten voor logistieke hulp), bedraagt:

  • in 2017: 2.249.182,32 euro;
  • in 2018: 2.300.189,89 euro.

Eindejaarspremie

De private diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg hebben voor aanvullende thuiszorg recht op subsidies in het kader van de maatregel eindejaarspremie. Het budget voor die maatregel wordt evenredig verdeeld tussen de diensten op basis van de gegevens in verband met de eindejaarspremie die ze bezorgen aan Zorggezind. Voor die verdeling worden de gegevens in aanmerking genomen van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop het budget betrekking heeft.

Het budget voor de maatregel eindejaarspremie dat jaarlijks verdeeld wordt voor aanvullende thuiszorg tussen de private diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg bedraagt:

  • in 2017: 1.894.083,63 euro;
  • in 2018: 1.937.055,49 euro.

Meerlingenhulp

Ter compensatie van het verlies aan inkomsten uit de gebruikersbijdragen ontvangen de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg een toeslag voor meerlingenhulp.

De compensatie voor de hulp aan een gezin met een meerling bedraagt:

  • in het 1ste levensjaar 240 euro per kalendermaand per gezin;
  • in het 2de levensjaar 120 euro per kalendermaand per gezin.

Vanaf de kalendermaand waarin de meerling 2 jaar wordt, wordt er geen toeslag meer toegekend.

Gegevens nodig voor de berekening

De diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg moeten de gegevens die nodig zijn voor de berekening van hun subsidies voor aanvullende thuiszorg elektronisch doorsturen naar ons agentschap. Daarbij moeten ze gebruik maken van Vesta. In de webtoepassing van Vesta kunnen ze de gegevens die ze doorgestuurd hebben ook consulteren.

De volgende gegevens moeten de diensten elektronisch doorsturen:

  • gegevens over de tewerkstelling van het logistiek, begeleidend en leidinggevend personeel en de doelgroepwerknemers die ingezet worden voor aanvullende thuiszorg;
  • gegevens over de prestaties van het logistiek personeel en de doelgroepwerknemers;
  • gegevens over de gebruikers aan wie aanvullende thuiszorg verleend wordt.

In het draaiboek van Vesta vindt u alle informatie over de gegevens die doorgestuurd moeten worden voor aanvullende thuiszorg.

De diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg zijn zelf verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid bij het doorsturen van die gegevens.

Contact over thuiszorg