Studiedag 'Teken en tekenziekten in Vlaanderen' van 22 september 2016

Inleiding

Teken en door teken overgedragen ziekten zijn in België en Vlaanderen een hot issue. Hoewel het een kleine wereld 'an sich' is en er druk overlegd wordt over de aanpak van het probleem, blijft het moeilijk om het overzicht te bewaren.

De studiedag onder wetenschappers en beleidsvoerders had als doel de State of the Art rond de vector 'teken en hun ziekteverwekkers' voor Vlaanderen bijeen te brengen. Het is een unieke gelegenheid om de stand van zaken samen te leggen, ieders doelen op elkaar af te stemmen en een kennisnetwerk te creëren zodat we in Vlaanderen tot een coherent beleid kunnen komen.

Als basis van deze studiedag vertrekken we vanuit het Nederlandse model met piramidaal opzet ‘van teek tot beet’ (van ecologie tot preventie) en ‘van beet tot leed’ (preventie, diagnose tot genezing of  blijvende inpakt) ontwikkeld door Dr. Marieta Braks (RIVM).

Programma studiedag 'Teken en tekenziekten in Vlaanderen'
Abstracts

Borrelia burgdorferi s.l. infection in Ixodes ricinus ticks (Ixodidae) at three Belgian nature reserves: increasing trend?

Deblauwe I. 1, Van Loo T. 1, Jansen L. 1, Demeulemeester J. 1, De Witte K. 1, De Goeyse I. 1, Sohier C. 1, Krit M. 1, Madder M. 1,2

The incidence of the most prevalent tick-borne infection of humans in Europe, lyme borreliosis, increased in several European countries these last decades. It is caused by Borrelia burgdorferi s.l. and is transmitted by the sheep tick Ixodes ricinus. A longitudinal study at three Belgian nature reserves was performed to investigate the B. burgdorferi s.l. infection in I. ricinus. Ticks were collected by flagging in April and May from 2008 until 2016 at two forest nature reserves in the province of Limburg (the ‘Wik’ and the ‘Ziepbeekvallei’) and in all months from 2013 until 2016 at the dune nature reserve the ‘Westhoek’ in the province of West-Flanders. Collected ticks were pooled and screened for B. burgdorferi s.l. using a semi-nested PCR. Tick questing activity (average number per minute) increased the first years at the ‘Wik’ and the ‘Ziepbeekvallei’, but respectively, stabilised and decreased in 2014 and 2016. The increased hunt on wild boars at both reserves and the forestry work at the ‘Ziepbeekvallei’ probably can explain the stopped increase in tick activity. At the ‘Westhoek’ the questing tick activity (average number per sampling day) increased in 2015 and 2016. The individual infection rate of I. ricinus with B. burgdorferi s.l. at the ‘Wik’ was stable until 2014 (average = 10%, n= 5 years, range 6%-13%), but increased threefold in 2016 (37%). At the ‘Ziepbeekvallei’ the sample size of screened nymphs was in most years too small to draw conclusions. As at the ‘Wik’, the individual infection rate of I. ricinus at the ‘Westhoek’ increased between 2014 and 2016 from 13% to 24%. The warmer winters of 2014 and 2016 together with the increasing frequency of mast years might be linked to the increase of tick questing activity and infection rate. Host reservoirs (mainly rodents) probably increased in numbers and were active longer and as such more tick larvae could feed, survive and get infected. A more profound study is needed to confirm this hypothesis.

  • 1Department of Biomedical Sciences, Institute of Tropical Medicine, Belgium
  • 2Department of Veterinary Tropical Diseases, Faculty of Veterinary Science, University of Pretoria, South Africa

Stand van zaken van het Vlaamse beleid inzake ziekten bij in het wild levende dieren.

Muriel Vervaeke, Agentschap voor Natuur en Bos/Vlaamse overheid

In het wild levende dieren kunnen ziektekiemen met zich meedragen die overdraagbaar zijn naar gedomesticeerde dieren, naar de mens, en/of naar andere in het wild levende dieren. Dergelijke ziekten kunnen een gevaar vormen voor de volksgezondheid, diergezondheid van landbouwdieren, landbouweconomie en voor het natuurbehoud. In België zijn de gewesten bevoegd voor de diergezondheid van in het wild levende dieren, waarbij die verantwoordelijkheid in Vlaanderen werd toebedeeld aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Het wildedierenziektebeleid van ANB is gebaseerd op drie pijlers, zijnde preventie, surveillance en bestrijding.

Het preventiebeleid behelst dat voor de relevante ziekten er ziektespecifieke preventieve maatregelen aangeraden worden aan de betrokken burgers en sectoren via de ANB-website, ecopedia-website en gerichte communicatie naar de betrokken sectoren. De tweede beleidspijler  houdt in  dat de sanitaire toestand van in het wild levende dieren gemonitord wordt. Het ANB voert hiertoe actieve surveillances van relevante ziekten uit bij everzwijn, vos en amfibiesoorten om de aanwezigheid van ziekten in wildpopulaties vroegtijdig op te sporen en om de evolutie in verspreiding en prevalentie op te volgen. Daarnaast voert het ANB ook een passieve ziektesurveillance uit bij grofwild, amfibiesoorten en vogels om de aanwezigheid van ziekten in wildpopulaties vroegtijdig op te sporen. De derde beleidspijler is de bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren, zijnde alle maatregelen die genomen kunnen worden om infectie bij in het wild levende dieren te reduceren en/of uit te roeien. Hiertoe worden  crisisdraaiboeken opgemaakt voor de meest prioritaire wildedierenziekten om, mocht dat nodig zijn, accuraat en snel alle maatregelen te kunnen nemen om infectie bij in het wild levende dieren te reduceren en/of uit te roeien.

The role of birds and bird ticks in transmission of Borrelia: a community perspective

Dieter Heylen1, Hein Sprong2, Erik Matthysen1

Veruit de meeste humane infecties met Lyme borreliosis worden veroorzaakt door blootstelling aan een besmette schapenteek, Ixodes ricinus, een soort met een zeer breed gastheerspectrum waaronder mensen, zoogdieren,  vogels en zelfs reptielen. Op een aantal van deze gastheersoorten komen ook meer gespecialiseerde tekensoorten voor, waarvan meestal onbekend is in welke mate ze ook Borrelia kunnen overdragen. Het geheel van parasitaire interacties met de gastheer wordt nog complexer doordat ook Borrelia bacteriën tot verschillende genospecies kunnen behoren, elk met hun eigen affiniteit voor gastheertypes. We rapporteren hier over recent veldonderzoek naar voorkomen van teken en Borrelia op vogels, meer bepaald bij kool- en pimpelmezen. Daarnaast tonen we de resultaten van experimenteel onderzoek naar de vectorcompetentie van vogelspecifieke teken bij koolmees en merel.

Naast Ixodes ricinus vonden we frequent twee vogelspecifieke teken op kool- en pimpelmezen, namelijk Ixodes arboricola en Ixodes frontalis.  Globaal waren 20% (koolmees) en 17% (pimpelmees) van de teken besmet met Borrelia. Dit waren vooral genospecies die gekend zijn als vogelspecifiek (B. garinii en valaisiana) maar ook enkele met zoogdieren geassocieerde genospecies (B. afzelii en spielmanii). Eerder onderzoek toonde reeds aan dat bepaalde Borrelia’s die menselijke Lyme disease veroorzaken zich kunnen vermenigvuldigen in koolmezen. Uit experimenteel werk blijkt nu dat enkel I. ricinus, en dus niet de vogelspecifieke teken, competente vectoren zijn voor deze genospecies, d.w.z. in staat zijn om nieuwe vogels te besmetten. De uitzondering is dat Ixodes frontalis wel een competente vector is voor Borrelia turdi, een pas recent in Europa ontdekte genospecies maar met onbekende pathogeniciteit. Ook Ixodes ricinus is een competente B. turdi-vector, maar tot dusver is B. turdi nog niet gevonden bij ‘questende’, ongevoede teken in het wild.

  • Heylen et al. 2013, Environmental Microbiology 15:663
  • Heylen et al. 2014, Environmental Microbiology 16:2859
     
  • 1 Departement Biologie, Universiteit Antwerpen
  • 2 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Utrecht, Nederland