Sterfte per leeftijd (2016)

Op deze pagina:

Leeftijdsspecifiek sterfterisico

Het sterfterisico is de kans dat iemand sterft op een bepaalde leeftijd. Het sterfterisico is vooral hoog in het eerste levensjaar en vanaf 55 jaar.

  • Vanaf 35 jaar bij mannen stijgen de sterfterisico's exponentieel.

    • Mannen van 65 jaar of ouder hebben een risico van 1% of meer om te overlijden. Vanaf 86 jaar stijgt het risico boven 10%.
    • Vrouwen van 70 jaar of ouder hebben een risico van 1% of meer om te overlijden. Vanaf 89 jaar stijgt het risico boven 10%.
  • Bij jonge mannen (15-34 jaar) merken we een relatieve oversterfte op. De belangrijkste doodsoorzaken in deze leeftijdscategorie zijn suïcide en vervoersongevallen.
  • De sterfterisico’s voor meisjes tussen 1 en 4 jaar zijn in 2016 uitzonderlijk een klein beetje hoger dan die voor jongens van dezelfde leeftijd. Meestal zijn ze duidelijk lager dan die voor jongens.
  • De sterfterisico’s van mannen zijn vanaf 5 jaar op elke leeftijd hoger dan deze van meisjes en vrouwen.
    • Het verschil in sterfterisico is het grootst op 10-14-jarige leeftijd (meer dan 3 keer zo hoog).
    • Tussen 15 en en 39 jaar lopen mannen ongeveer 2 keer meer risico om te overlijden dan vrouwen.
  • Vanaf 80 jaar stijgen de sterfterisico’s voor vrouwen sterker dan die voor mannen, zodat de sterfterisico's bij de oudste leeftijdsgroep (95 jaar en meer) ongeveer gelijk zijn voor mannen en vrouwen.

Leeftijdsspecifiek sterftecijfer (per 100.000 inwoners), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016

Leeftijdsspecifiek sterftecijfer (per 100.000 inwoners), mannen en vrouwen, 2016
Bron: sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2016
Bekijk:xlsx bestandAlgemene sterfte per leeftijd (2016) (175 kB)

Belangrijkste doodsoorzaak per leeftijdscategorie

Tussen 1 en 34 jaar overlijden vrouwen en mannen vooral door uitwendige oorzaken. Vanaf 35 jaar (vrouwen) en 55 jaar (mannen) worden borst- en longkanker belangrijker. Op oudere leeftijd zijn hart- en vaataandoeningen belangrijke doodsoorzaken.

  • Longkanker heeft sinds 2015 overgenomen van borstkanker als belangrijkste doodsoorzaak bij 55-74-jarige vrouwen.

Belangrijkste doodsoorzaken per leeftijdscategorie, mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016 (absoluut aantal/relatief belang in leeftijdsgroep)

Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen
0 jaar Aandoeningen met oorsprong in de perinatale periode (73 / 55%) Aandoeningen met oorsprong in de perinatale periode (36 / 47%)
1-14 jaar Congenitale aandoeningen (5 / 10%) Leukemie / Niet-vervoersongevallen (3 / 10%)
15-19 jaar Vervoersongevallen / Suïcide (18 / 30%) Suïcide (8 / 28%)
20-24 jaar Suïcide (34 / 36%) Suïcide (8 / 25%)
25-29 jaar Suïcide (46 / 39%) Suïcide (13 / 22%)
30-34 jaar Suïcide (53 / 33%) Suïcide (19 / 26%)
35-39 jaar Suïcide (58 / 30%) Borstkanker (14 / 15%)
40-44 jaar Suïcide (52 / 19%) Suïcide (26 / 16%)
45-49 jaar Suïcide (88 / 20%) Borstkanker (49 / 15%)
50-54 jaar Suïcide (86 / 11%) Borstkanker (69 / 13%)
55-59 jaar Longkanker (154 / 12%) Longkanker (97/ 13%)
60-64 jaar Longkanker (300 / 16%) Longkanker (143 / 13%)
65-69 jaar Longkanker (397 / 16%) Longkanker (160 / 12%)
70-74 jaar Longkanker (428/ 14%) Longkanker (174/ 9%)
75-79 jaar Longkanker (473 / 11%) Cerebrovasculaire aandoeningen (259/ 9%)
80-84 jaar Ischemische hartziekten (436 / 8%) Cerebrovasculaire aandoeningen (499/ 10%)
85+ jaar Hartdecompensatie, complicaties en ...1 (1.053 / 11%) Hartdecompensatie, complicaties en ...1 (2.128 / 14%)

Voetnoot 1: Hartdecompensatie, complicaties en [onduidelijk omschreven hartaandoeningen] (I46, I50-I51)
Bekijk: Top 10 doodsoorzaken per leeftijdsgroepen van 15 jaar: xlsx bestandAlgemene sterfte per leeftijd (2016) (175 kB)
Bron: Sterftecertificaten alle overlijdens, Vlaams Gewest, 2016

Verklaring: Leeftijdsverdeling bevolkingspiramide

Aantal inwoners (op 1/1/2016) versus aantal overlijdens naar leeftijd en geslacht (10 inwoners/1 overlijden), Vlaams Gewest, 2016
Aantal overlijdens versus aantal inwoners (1/10) per leeftijd en geslacht, 2016 De bevolkingspiramide geeft de samenstelling van de bevolking weer volgens leeftijd: hoeveel mannen en vrouwen zijn er van een bepaalde leeftijd? De vorm van de piramide wordt dus bepaald door de geboortecijfers en de sterftecijfers per leeftijd.

De 52-jarigen vormen de grootste groep (geboren in 1964).

In de bevolkingspiramide voor het Vlaams Gewest van 2016 zien we dat de mannen, die vanaf hun geboorte met meer zijn, dit overwicht definitief verliezen vanaf de leeftijd van 65 jaar.
  • Die omslag komt er omdat de sterfterisico's jaar na jaar lager liggen voor vrouwen dan voor mannen.
  • In 2000 lag de leeftijd waarop de vrouwen in aantal het overwicht kregen op de mannen nog op 58 jaar, maar vermits de sterfterisico's van mannen sneller daalden dan die van vrouwen de afgelopen jaren, verschoof dit kantelpunt naar boven (zie Evolutie sterftecijfers).
Pasgeborenen (0 jaar) hebben een hoog risico op overlijden.
Vanaf 86 jaar bij mannen en 89 jaar bij vrouwen sterft jaarlijks 10% of meer van de bevolking.

Vanaf 65 jaar bij mannen en 70 jaar bij vrouwen sterft jaarlijks 1% of meer van de bevolking.

Let op: 2 schalen (100 overlijdens / 1.000 inwoners)
Bron: ADS-bevolkingscijfers en sterftecertificaten alle overlijdens , Vlaams Gewest, 2016

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden is gebeurd, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.