Sterfte door prostaatkanker (2016)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2016 overleden 922 Vlaamse mannen door prostaatkanker, en nog eens 6 overleden door een ander neoplasma van de prostaat.

Dit aantal bleef de laatste 15 jaren ongeveer gelijk.

Naast deze overlijdens met prostaatkanker (of neoplasma) als onderliggende doodsoorzaak, zijn er ook nog 276 overlijdens waarbij prostaatkankers (of neoplasmata) vermeld zijn als niet-onderliggend probleem. In totaal overleden er in 2016 dus 1.204 mannen door of mede door een nieuwvorming van de prostaat.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2016) (236 kB)(tabblad ‘Absoluut’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Prostaatkanker is een doodsoorzaak van oudere mannen:

  • In 2016 was de gemiddelde leeftijd bij overlijden door prostaatkanker 80,2 jaar. Voor alle nieuwvormingen bij mannen was dit 73,9 jaar.
  • Bij 64% van de sterfgevallen door of mede door een neoplasma van de prostaat ging het in 2015-2016 om mannen van 80 jaar of ouder.
    Ter vergelijking, bij longkanker en colorectale en anale kanker betreft het respectievelijk slechts voor 26% en 36% mannen ouder dan 79 jaar.
  • Het sterfterisico stijgt exponentieel met de leeftijd en wordt duidelijk vanaf 60 jaar.
  • Hoe ouder de overledene, hoe vaker prostaatneoplasmata vermeld zijn als niet onderliggende oorzaak.

Prostaatkanker (C61) (en andere neoplasmata van de prostaat (D29.1 en D40.0)): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen, Vlaams Gewest, 2015-2016

Prostaatkanker: leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., Vlaams Gewest, 2015-2016
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2015-2016

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2016) (236 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door prostaatkanker (en neoplasmata) kende in de periode 2001-2016 een duidelijk dalende trend:

  • De sterfte door prostaatkanker (C61 en D40.0 als onderliggende doodsoorzaak) was in 2016 38% lager dan in 2001, wat neer komt op een daling van gemiddeld 1,4 sterfgevallen per 100.000 mannen per jaar.
  • Als we kijken naar alle sterfgevallen waar een neoplasma van de prostaat (C61, D29.1 en D40.0) was vermeld, dan lag de gestandaardiseerde sterfte in 2016 44% lager dan in 2001: hier was de daling dus nog sterker met een gemiddelde van 2,5 per 100.000 mannen per jaar .

Prostaatkanker (C61) en andere neoplasmata van de prostaat (D29.1 en D40.0): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met 95% betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), onderliggende doodsoorzaak versus alle vermeldingen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Prostaatkanker:E volutie direct gestandaardiseerde sterfte met 95% betrouwbaarheidsinterval, onderliggende doodsoorzaak versus alle vermeldingen, Vlaams Gewest, 2001-2016
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2016) (236 kB) (tabblad ‘evolutie ASR-E’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal gestandaardiseerde verloren levensjaren (SEYLL) bij mannen daalde in de periode 2001-2014, maar niet in 2015 en 2016.

Het aandeel van prostaatkanker hierin schommelde tussen 1,3% en 1,7%. Daarmee blijft prostaatkanker de 12e belangrijke oorzaak van vroegtijdige sterfte.

Prostaatkanker (PK: C61) (en neoplasmata van de prostaat (PN: C61 + D29.1 + D40.0)): Evolutie gestandaardiseerd aantal verloren levensjaren (SEYLL per 1.000 persoonsjaren), mannen, 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016

Prostaatkanker: Evolutie gestandaardiseerd aantal verloren levensjaren, 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2016) (236 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: prostaatkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich in de top 10 voor de sterfte door prostaatkanker.

  • In 8 lidstaten stierven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 20 stierven er (relatief) meer voor prostaatkanker.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU is 7% hoger dan het Vlaamse cijfer.

 

Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door prostaatkanker (C61) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 (voor zover beschikbaar), mannen, op basis van Europese Standaardbevolking 2013
Rang label lidstaat ASR-E
1 IT Italië 27,06
2 MT Malta 27,31
3 LU Luxemburg 30,83
4 ES Spanje 32,29
5 GR Griekenland 33,17
6 RO Roemenië 33,51
7 FR Frankrijk 35,76
8 BG Bulgarije 35,99
  VL Vlaams Gewest 36,83
9 BE België 36,86
10 AT Oostenrijk 38,55
  EU28 Europese Unie 39,43
11 CY Cyprus 39,61
12 DE Duitsland 41,30
13 HU Hongarije 41,72
14 PT Portugal 42,99
15 PL Polen 43,12
16 CZ Tsjechië 44,28
17 FI Finland 44,30
18 IE Ierland 45,70
19 NL Nederland 45,93
20 UK Verenigd Koninkrijk 48,48
21 SK Slovakije 53,07
22 HR Kroatië 56,27
23 SI Slovenië 59,80
24 LT Litouwen 59,97
25 DK Denemarken 60,53
26 SE Zweden 61,73
27 LV Letland 68,82
28 EE Estland 72,86

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2016) (236 kB)(tabblad ‘EU 2013-2015’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2015, Eurostat 2013-2015

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.