Sterfte door prostaatkanker (2014)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2014 overleden 877 Vlamingen door prostaatkanker, en nog eens 10 overleden door een andere prostaatneo.

  • Dit aantal bleef de laatste 15 jaren ongeveer gelijk.

Naast deze overlijdens met prostaatkanker (of neoplasma) als onderliggende doodsoorzaak, zijn er ook nog 294 overlijdens waarbij prostaatkankers (of neoplasmata) vermeld zijn als niet-onderliggend probleem. In totaal overleden er in 2014 dus 1.181  mannen met of door een nieuwvorming van de prostaat.

  • Dit aantal daalde de laatste 15 jaren (-10%).

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2014) (235 kB)(tabblad ‘Absoluut’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Prostaatkanker is een doodsoorzaak van oudere mannen:

  • De gemiddelde leeftijd bij overlijden door prostaatkanker was 80,3 jaar in 2014. Voor alle nieuwvormingen bij mannen was dit 73,4 jaar.
  • Bij 61% van de sterfgevallen door of met een prostaatneo ging het in 2013-2014 om mannen van 80 jaar of ouder.
  • Ter vergelijking, bij longkanker en colorectale en anale kanker betreft het respectievelijk slechts voor 26% en 43% mannen ouder dan 79 jaar.
  • Het sterfterisico per leeftijd stijgt exponentieel vanaf 59 jaar.
  • Hoe ouder de overledene, hoe vaker prostaatneo’s vermeld zijn als niet onderliggende oorzaak.

Prostaatkanker (C61) (en andere prostaatneo’s (D29.1 en D40.0)): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen, Vlaams Gewest, 2013-2014

Lijngrafiek voor prostaatkanker (C56): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. door en met specifieke kanker en andere neo’s , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2014) (235 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door prostaatkanker (en neoplasmata) kende in de periode 1999-2014 een duidelijk dalende trend:

  • De sterfte door prostaatkanker (C61 en D40.0) als onderliggende doodsoorzaak was in 2014 39% lager dan in 1999, wat neer komt op een daling van gemiddeld 1,5 sterfgevallen per 100.000 mannen per jaar.
  • Als we kijken naar alle sterfgevallen waar een prostaatneo is vermeld, onafhankelijk van het gedrag van de nieuwvorming (C61, D29.1 en D40.0) was deze in 2014 42% lager dan in 1999: hier was de daling dus nog sterker met een gemiddelde van 2,6 per 100.000 mannen per jaar .

Prostaatkanker (C61) (en andere prostaatneo’s (D29.1 en D40.0)): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), onderliggende doodsoorzaak versus alle vermeldingen, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek prostaatkanker (C61): Evolutie direct gestandaardiseerde kankersterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2014) (235 kB)(tabblad ‘evolutie ASR-E’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal verloren potentiële jaren bij mannen daalt in de periode 1999-2014, en het aandeel van prostaatkanker bleef hierin ongeveer gelijk nl. 1,3%.

  • Het aantal verloren levensjaren door prostaatkanker (C61) daalde jaarlijks gemiddeld met 3 per 100.000 levensjaren.

Prostaatkanker (PK: C61) (en prostaatneo’s (PN: + D29.1 en D40.0)): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek prostaatkanker: Evolutie verloren potentiële jaren 1999-2014 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2014) (235 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: prostaatkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich in de top 10 voor de sterfte door prostaatkanker.

  • In 9 lidstaten stierven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 19 stierven er (relatief) meer voor prostaatkanker.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU is maar 3% hoger dan het Vlaamse cijfer.
Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door prostaatkanker (C61) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2011-2013 (voor zover beschikbaar), mannen, op basis van Europese Standaardbevolking 2013
Rang label lidstaat ASR-E
1 IT Italië 29,42
2 MT Malta 29,95
3 RO Roemenië 32,27
4 LU Luxemburg 32,40
5 GR Griekenland 32,92
6 BG Bulgarije 34,94
7 ES Spanje 35,24
8 BE België 38,35
9 FR Frankrijk 38,39
  VL Vlaams Gewest 38,74
  EU28 Europese Unie 40,05
10 DE Duitsland 40,39
11 HU Hongarije 40,93
12 AT Oostenrijk 41,59
13 PL Polen 41,74
14 CY Cyprus 43,13
15 CZ Tsjechië 44,87
16 PT Portugal 45,62
17 FI Finland 47,13
18 UK Verenigd Koninkrijk 48,22
19 NL Nederland 48,48
20 IE Ierland 49,89
21 SK Slovakije 52,92
22 HR Kroatië 55,43
23 LT Litouwen 62,22
24 SE Zweden 63,97
25 DK Denemarken 64,22
26 SI Slovenië 65,22
27 EE Estland 68,75
28 LV Letland 70,07

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandProstaatkankersterfte (...-2014) (235 kB)(tabblad ‘EU 2011-2013’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2011-2013, Eurostat 2011-2013

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.