Sterfte door overige hart- en vaatziekten (2016)

Op deze pagina

Overzicht

Op deze pagina geven we een overzicht van alle andere sterfgevallen waarbij hart- en vaatziekten als onderliggende doodsoorzaak werden geselecteerd. Veel van deze aandoeningen worden vaker vermeld op het certificaat, maar worden niet altijd beschouwd als onderliggend aan het overlijden. We bespreken en analyseren hier verder 5 van deze groepen die voldoende groot zijn.

Aantal sterfgevallen door overige hart- en vaatziekten, mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016
Doodsoorzaak (ICD-10 code) Mannen Vrouwen Totaal
Acuut reuma(I00-I02) 0 2 2
Hypertensieve ziekten (I10-I15) 159 285 444
Pulmonaire hartziekten en ziekten van longcirculatie (I26-I28) 161 176 337
Kleplijden, niet-ischemische cardiomyopathie en aandoeningen van het pericard (I05-I09; I30-I42) 514 730 1.244
Ritme- en geleidingsstoornissen (I44-I49) 890 1.098 1.988
Hartdecompensatie, complicaties en onduidelijk omschreven hartaandoeningen (I50-I51) 1.809 2.625 4.434
Aandoeningen van arteriën, arteriolen en capillairen (I70-I78) 351 280 631
Aandoeningen van venen, lymfevaten en -knopen niet elders gespecificeerd (I80-I89) 38 35 73
Andere en niet-gespecificeerde aandoeningen van hart en vaten (I95-I99) 8 7 15

bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2016

Terug naar boven ^

Pulmonaire hartziekten en ziekten van longcirculatie

6 op de 1.000 overlijdens is toe te schrijven aan deze doodsoorzakengroep. Er sterven meer vrouwen door pulmonaire hartziekten en ziekten van longcirculatie dan mannen. Het gestandaardiseerde sterftecijfer is ongeveer gelijk bij mannen en vrouwen, en voor beiden daalde het in de periode 2001-2016 met ongeveer 3 per 1.000.000 per jaar.

Pulmonaire hartziekten en ziekten van longcirculatie (I26-I28): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Pulmonaire hartziekten en ziekten van longcirculatie (I26-I28): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016 Meer: xlsx bestandcijfers sterfte door pulmonaire hartziekten (...-2016) (269 kB)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Hartkleplijden, niet-ischemische cardiomyopathie en aandoeningen van het pericard

2% van de overlijdens is toe te schrijven aan deze doodsoorzakengroep, de grootste subgroep is hierbij het hartkleplijden. Er sterven meer vrouwen dan mannen door deze hartziekten, maar het leeftijdsspecifieke risico voor mannen is voor alle leeftijden groter dan voor vrouwen (behalve voor 95+). Het gestandaardiseerde sterftecijfer is dan ook iets hoger bij mannen dan bij vrouwen. Het verschil is in de periode 2001-2016 wel niet significant, behalve in 2004, 2007, 2013-2015. Er is ook geen duidelijke trend waar te nemen in de gestandaardiseerde sterfte.

Aantal sterfgevallen gerelateerd aan hartkleplijden, niet-ischemische cardiomyopathie en aandoeningen van het pericard, mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016

Terug naar boven ^

Ritme- en geleidingsstoornissen

3% van de overlijdens is toe te schrijven aan deze doodsoorzakengroep, de grootste subgroep is hierbij voorkamerfibrillatie en -flutter bij vrouwen. Deze groep van hartaandoeningen is vrijwel de belangrijkste niet onderliggende doodsoorzaak: in nog eens 16% van alle sterfgevallen in 2016 werd een ritme- en geleidingsstoornis vermeld op het certificaat, maar werd het niet geselecteerd als echt onderliggend aan het overlijden.

Er sterven meer vrouwen dan mannen door deze stoornissen, maar het leeftijdsspecifieke risico voor mannen is tot 90 jaar groter dan voor vrouwen. Het gestandaardiseerde sterftecijfer is dan ook significant hoger bij mannen dan bij vrouwen. Voor beide geslachten is er een duidelijke dalende trend waar te nemen in de gestandaardiseerde sterfte.

Ritme- en geleidingsstoornissen vermeld in oorzakenketen (niet onderliggend) bij onderliggende doodsoorzaken, 2015-2016
Onderliggende doodsoorzaak N %
I: Alle hart- en vaatziekten 7.686 39%
C-D: Kankers en andere nieuwvormingen 3.234 17%
F-G: Psychische en neurologische aandoeningen 2.110 11%
J: Alle longaandoeningen 2.085 11%
V-Y: Alle uitwendige doodsoorzaken 940 5%
Andere oorzaken 3.511 18%
Totaal sterfgevallen
met extra vermelding I44-I49
19.566 100%

bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2015-2016
Meer: xlsx bestandcijfers sterfte door ritme- en geleidingsstoornissen (...-2016) (270 kB)

Terug naar boven ^

Hartdecompensatie, complicaties en onduidelijk omschreven hartaandoeningen

7% van de overlijdens is toe te schrijven aan deze doodsoorzakengroep, die in 9 op de 10 gevallen ‘hartdecompensatie’ betreft. Deze groep van hartaandoeningen is ook een belangrijke niet onderliggende doodsoorzaak: in nog eens 13% van alle sterfgevallen in 2016 werd het vermeld op het certificaat, maar werd het niet geselecteerd als echt onderliggend aan het overlijden. Het is een doodsoorzaak van voornamelijk bij 80+’ers: 82% van alle sterfgevallen in deze groep ervan is bij een 80+’er.
Er sterven veel meer vrouwen dan mannen door deze hartziekten, maar het leeftijdsspecifieke risico voor mannen is tussen 55 en 89 jaar significant hoger dan bij vrouwen. Het gestandaardiseerde sterftecijfer is dan ook hoger bij mannen dan bij vrouwen. Het verschil is in de periode 2001-2016 significant, behalve in 2001 en 2005. Er is geen duidelijke trend waar te nemen in de gestandaardiseerde sterfte.

Procentuele leeftijdsverdeling sterfte door hartdecompensatie en complicaties, Vlaams Gewest, 2015-2016

Procentuele leeftijdsverdeling sterfte door hartdecompensatie en complicaties, Vlaams Gewest, 2015-2016 Meer: xlsx bestandcijfers sterfte door hartdecompensatie (2016) (269 kB)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Andere aandoeningen van arteriën, arteriolen en capillairen

1% van de overlijdens is toe te schrijven aan deze doodsoorzakengroep, de belangrijkste subgroep zijn hierbij aneurysmata, van zowel aorta als van perifere arteriën.
Er sterven meer mannen dan vrouwen door deze aneurysmata, en ook het leeftijdsspecifieke risico voor mannen is voor alle leeftijden groter dan voor vrouwen. Het gestandaardiseerde sterftecijfer is dan ook significant hoger bij mannen dan bij vrouwen. Er is wel enkel bij mannen een duidelijke dalende trend waar te nemen in de gestandaardiseerde sterfte

Aneurysmata (I71-I72): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met 95%-betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Aneurysmata (I71-I72): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016 Meer: xlsx bestandCijfers sterfte door aneurysmata (2016) (268 kB)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.