Sterfte door ovariumkanker (2016)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2016 overleden 357 vrouwen door ovariumkanker. Daarbij kwamen nog 4 overlijdens door een ovariumneoplasma waarvan het gedrag niet gekend was. Ovariumkanker werd verder bij nog 23 overlijdens vermeld en andere neoplasmata bij 5 overlijdens, maar niet als onderliggende doodsoorzaak.

1,3% van alle overlijdens bij vrouwen waren door of met ovariumkanker.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2016) (232 kB) (tabblad ‘Absoluut’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Ovariumkankersterfte komt vaker voor dan sterfte door baarmoederhalskanker en zelfs dan alle baarmoederkankers samen. Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de sterfte door ovariumkanker bij vrouwen tussen 55 en 74 jaar ongeveer 3% uitmaakt van de totale sterfte.

  • Het sterfterisico door ovariumkanker piekt op 85-89 jaar.
  • Het aantal overlijdens met vermelding van kanker of neoplasma van de eierstokken overstijgt alleen bij vrouwen boven de 80 jaar duidelijk het aantal overlijdens met deze doodsoorzaken als onderliggende doodsoorzaak.

Ovariumkanker (C56) (en andere ovariumneoplsmata (D39.1, D27)): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., vrouwen, Vlaams Gewest, 2015-2016

Ovariumkanker: leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., Vlaams Gewest, 2015-2016
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2015-2016

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2016) (232 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door ovariumkanker kende in de periode 2001-2016 een dalende trend:

De sterfte door ovariumkanker daalde gemiddeld met 3 per 1.000.000 vrouwen per jaar.

Ovariumkanker (C56): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met 95% betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Ovariumkanker: Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte met 95% betrouwbaarheidsinterval, Vlaams Gewest, 2001-2016
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2016) (232 kB)(tabblad ‘evolutie ASR-E’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal gestandaardiseerde verloren levensjaren (SEYLL) bij vrouwen daalde in de periode 2001-2016, maar het aandeel van ovariumkanker hierin bleef schommelen rond de 3%.

Het aantal gestandaardiseerde verloren levensjaren door ovariumkanker was in 2016 lager dan in 2001, met een gemiddelde daling per jaar van 6 per 100.000 persoonsjaren.

Ovariumkanker (OK: C56)en ovariumneoplasmata (ON: C56 + D27 + D39.1 ): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), vrouwen, 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016

Ovariumkanker:  Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2016) (232 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: ovariumkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich net in de top 10 van de laagste sterfte door ovariumkanker.

  • In 9 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 19 stierven er (relatief) meer door ovariumkanker.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU is maar 1,3% lager dan het Vlaamse cijfer.
Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door ovariumkanker (C56) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 (voor zover beschikbaar) vrouwen - op basis van Europese Standaardbevolking 2013
Rang label land ASR-E
1 PT Portugal 6,03
2 ES Spanje 7,75
3 GR Griekenland 8,50
4 IT Italië 8,60
5 FR Frankrijk 9,54
6 RO Roemenië 10,04
7 BG Bulgarije 10,13
8 AT Oostenrijk 10,18
9 BE België 10,47
  VL Vlaams Gewest 10,49
10 CY Cyprus 10,50
11 SE Zweden 10,61
  EU28 Europese Unie 10,62
12 FI Finland 10,64
13 DE Duitsland 10,87
14 SK Slovakije 11,90
15 NL Nederland 12,06
16 EE Estland 12,19
17 DK Denemarken 12,35
18 LU Luxemburg 12,55
19 UK Verenigd Koninkrijk 12,66
20 SI Slovenië 12,79
21 HR Kroatië 12,89
22 CZ Tsjechië 12,95
23 HU Hongarije 13,06
24 PL Polen 13,79
25 MT Malta 13,95
26 LT Litouwen 14,49
27 LV Letland 15,18
28 IE Ierland 15,50

Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2015, Eurostat 2013-2015

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2016) (232 kB) (tabblad ‘EU 2013-2015’)

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.