Sterfte door ovariumkanker (2014)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2014 overleden 370 vrouwen door ovariumkanker. Daarbij kwamen nog 4 overlijdens door een ovariumneo waarvan het gedrag niet gekend was. Ovariumkanker werd verder bij nog 25 overlijdens vermeld, maar niet als onderliggende doodsoorzaak.

  • 1,4% van alle overlijdens bij vrouwen waren door of met ovariumkanker.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2014) (230 kB)(tabblad ‘Absoluut’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Ovariumkankersterfte komt vaker voor dan sterfte door baarmoederhalskanker en zelfs dan baarmoederkanker. Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de sterfte door ovariumkanker bij vrouwen tussen 50 en 69 jaar minstens 3% uitmaakt van de totale sterfte .

  • Het sterfterisico door ovariumkanker piekt een eerste keer op 80-84 jaar, en daarna bij 95+’ers.
  • Als we kijken naar alle overlijdens met vermelding van kanker of neo’s van eierstokken is er weinig verschil, behalve bij 80+’ers.

Ovariumkanker (C56) (en andere ovariumneo's (D39.1, D27)): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014

Lijngrafiek voor ovariumkanker (C18-C21): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. door en met specifieke kanker en andere neo’s , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2014) (230 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door ovariumkanker kende in de periode 1999-2014 een duidelijk dalende trend:

  • De sterfte door ovariumkanker daalde gemiddeld met 0,3 per 100.000 inwoners per jaar.

Ovariumkanker (C56): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek ovariumkanker (C56): Evolutie direct gestandaardiseerde kankersterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2014) (230 kB)(tabblad ‘evolutie ASR-E’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal verloren potentiële jaren bij vrouwen daalt in de periode 1999-2014, maar het aandeel van ovariumkanker hierin bleef wel gelijk nl. 3%.

  • Het aantal verloren levensjaren door ovariumkanker was in 2014 wel lager dan in 1999, maar in de tussenliggende jaren schommelden de cijfers te veel om van een echt duidelijk trend te kunnen spreken

Ovariumkanker (OK: C56): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek ovariumkanker: Evolutie verloren potentiële jaren 1999-2014 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2014) (230 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: ovariumkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich net onder de top 10 voor de sterfte door ovariumkanker.

  • In 10 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 18 stierven er (relatief) meer door ovariumkanker.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU is maar 0,7% lager dan het Vlaamse cijfer.
Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door ovariumkanker (C56) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2011-2013 (voor zover beschikbaar) vrouwen - op basis van Europese Standaardbevolking 2013
Rang label land ASR-E
1 PT Portugal 6,41
2 ES Spanje 7,81
3 GR Griekenland 7,94
4 IT Italië 9,04
5 RO Roemenië 9,63
6 CY Cyprus 9,65
7 FR Frankrijk 9,87
8 BG Bulgarije 10,29
9 AT Oostenrijk 10,74
  EU28 Europese Unie 10,95
10 BE België 10,98
  VL Vlaams Gewest 11,03
11 SE Zweden 11,21
12 FI Finland 11,41
13 SK Slovakije 11,48
14 EE Estland 11,50
15 DE Duitsland 11,54
16 SI Slovenië 12,42
17 NL Nederland 12,65
18 HR Kroatië 12,72
19 CZ Tsjechië 12,94
20 HU Hongarije 12,98
21 UK Verenigd Koninkrijk 13,29
22 PL Polen 13,38
23 DK Denemarken 13,57
24 LU Luxemburg 14,17
25 LT Litouwen 14,43
26 LV Letland 15,16
27 MT Malta 15,38
28 IE Ierland 16,40

Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2011-2013, Eurostat 2011-2013

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandovariumkankersterfte (...-2014) (230 kB) (tabblad ‘EU 2011-2013’)

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.