Sterfte door longkanker (2016)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2016 overleden 3.658 Vlamingen door long- bronchus- of tracheakanker, en nog eens 164 overleden door een neoplasma met onzeker of onbekend gedrag van long, bronchus of trachea.

  • Dit totaal absoluut aantal bleef de laatste 15 jaren ongeveer gelijk.
  • Het aandeel mannen in de totale sterfte door neoplasmata van long, bronchus of trachea was daarbij gedaald van 84% in 2001 naar 71% in 2016.
  • Het aandeel vrouwen in de totale sterfte door neoplasmata van de long, bronchus of trachea was daarbij gestegen van 16% in 2001 naar 29% in 2016.

We gebruiken hier verder de termen “longkanker” en “neoplasma van de long” voor respectievelijk kanker en neoplasma van long, bronchus of trachea.

Naast de overlijdens met neoplasmata van de long als onderliggende doodsoorzaak, waren er ook nog 227 overlijdens waarbij neoplasmata van de long vermeld waren als een niet-onderliggend probleem, en 1.079 overlijdens met metastasen in de longen.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandLongkankersterfte (...-2016) (394 kB) (tabblad 'Absoluut')

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Mannen en vrouwen sterven soms al op jonge leeftijd aan longkanker, nl. al vanaf 35 jaar.

In 2015-2016 lag de longkankersterfte bij mannen significant hoger dan bij vrouwen vanaf de leeftijd van 55 jaar. De sterftecijfers voor vrouwen komen wel steeds dichter bij die voor mannen te liggen.

  • In 2000-2001 was de longkankersterfte al vanaf 45 jaar significant hoger bij mannen dan bij vrouwen.
  • In 2015-2016 stierven er zelfs iets meer vrouwen van 40-49 jaar door longkanker dan mannen van dezelfde leeftijd. Maar dit verschil was niet significant.
  • In 2015-2016 hadden mannen van 85-89 jaar het hoogste risico op sterfte door longkanker, bij vrouwen lag de piek op 80-84 jaar.
  • Ten opzichte van 15 jaar voordien was in 2015-2016 het sterfterisico door longkanker bij mannen voor alle leeftijden gedaald, maar bij vrouwen tussen 50 en 94 jaar gestegen.

Longkanker (C33-C34) en longneoplasmata met onzeker of ongekend gedrag (D38.1): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2015-2016

Longkanker: leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen en vrouwen
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2015-2016

Meer details in xlsx bestandLongkankersterfte (...-2016) (394 kB) (tabblad 'leeftijdsspecifiek risico 5jrgr')

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen en vrouwen geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door longkanker in de periode 2001-2016 kende voor mannen en vrouwen niet hetzelfde verloop:

  • De longkankersterfte bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 3,3 per 100.000 inwoners.
  • Bij vrouwen steeg de longkankersterfte gemiddeld met 0,7 per 100.000 inwoners per jaar.

Toch bleven de gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen in 2016 nog altijd 2,9 keer hoger dan die voor vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen was statistisch significant.

Longkanker (C33-C34): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Longkanker: Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Meer details in xlsx bestandLongkankersterfte (...-2016) (394 kB) (tabblad ‘evolutie ASR-E’ en 'Evol leeftijdspecifiek risico’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale gestandaardiseerde aantal verloren levensjaren (SEYLL) daalde iin de periode 2001-2016, maar het aandeel van longkanker hierin daalde licht bij mannen (van 12,5% naar 11,0%) en steeg sterk bij vrouwen (van 5,1% naar 9,6%). Longkanker blijft daarmee de belangrijkste oorzaak van verloren levensjaren bij mannen, en steeg naar de 2e plaats bij vrouwen.

  • Het aantal SEYLL door longkanker daalde bij mannen jaarlijks gemiddeld met 4 per 10.000 levensjaren van 19,4 per 1.000 levensjaren in 2001 tot 12,7 per 1.000 levensjaren in 2016.
  • Het aantal SEYLL door longkanker steeg bij vrouwen jaarlijks gemiddeld met met 2 per 10.000 levensjaren van 4,4 per 1.000 levensjaren in 1999 tot 6,7 per 1.000 levensjaren in 2016.

Longkanker (LK: C33-C34) en longneoplasmata (LN: C33-C34 + D38.1): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016

Longkanker: Evolutie gestandaardiseerd aantal verloren levensjaren Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandLongkankersterfte (...-2016) (394 kB) (tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: longkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de 9 lidstaten met de hoogste longkankersterfte (C33-C34). De sterfte van Vlaamse mannen ten gevolge van longkanker was hoger dan het Europese gemiddelde. De sterfte door longkanker bij Vlaamse vrouwen was net lager dan het Europese gemiddelde.

  • In 18 lidstaten stierven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 10 stierven er (relatief) meer.
  • In 14 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 14 stierven er (relatief) meer.
  • Het gemiddelde longkankersterftecijfer in de EU was voor mannen 9% lager en voor vrouwen 5% hoger dan het Vlaamse cijfer.

Ook in Europa is er een groot verschil tussen mannen en vrouwen voor sterfte door longkanker. Enkel in Zweden, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Nederland waren de sterftecijfers voor mannen niet minstens dubbel zo hoog als die voor vrouwen. In deze landen lag de sterfte door longkanker relatief laag voor mannen (onder EU-gemiddelde, behalve Nederland) en relatief hoog voor vrouwen (boven EU-gemiddelde).

  • Zweedse mannen hadden het laagste sterftecijfer voor longkanker (gevolgd door Finse en Cypriotische mannen). Hongaarse, Poolse en Kroatische mannen vertoonden de hoogste longkankersterfte in de EU.
  • Deense vrouwen hadden het hoogste sterftecijfer voor longkanker (gevolgd door Hongaarse en Britse vrouwen). Cypriotische, Litouwse en Portugese vrouwen vertoonden de laagste longkankersterfte in de EU.

Vergelijking Europese lidstaten naar gestandaardiseerde longkankersterfte (C33-C34) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015, mannen versus vrouwen - op basis van Europese standaardbevolking 2013

Longkankersterfte: Vergelijking Europese lidstaten Opgelet: verschillende schaal mannen en vrouwen!
Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandLongkankersterfte (...-2016) (394 kB) (tabblad 'EU 2013-2015')
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2015, Eurostat 2013-2015

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.