Sterfte door longkanker (2014)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2014 overleden 3.770 Vlamingen door long- bronchus- of tracheakanker, en nog eens 169 overleden door een neoplasma met onzeker of onbekend gedrag van long, bronchus of trachea.

  • Dit totaal absoluut aantal bleef de laatste 15 jaren ongeveer gelijk.
  • Het aandeel mannen in de totale sterfte door neoplasmata van long, bronchus of trachea was daarbij gedaald van 85% in 1999 naar 73% in 2014.
  • Het aandeel vrouwen in de totale sterfte door neoplasmata van de long, bronchus of trachea was daarbij gestegen van 15% in 1999 naar 27% in 2014.

We gebruiken hier verder de termen “longkanker” en “neoplasma van de long” voor respectievelijk kanker en neoplasma van long, bronchus of trachea.

Naast de overlijdens met neoplasmata van de long als onderliggende doodsoorzaak, waren er ook nog 223 overlijdens waarbij neoplasmata van de long vermeld waren als een niet-onderliggend probleem, en 970 overlijdens met metastasen in de longen.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandLongkankersterfte (...-2014) (390 kB) (Tabblad 'Absoluut')

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Mannen en vrouwen sterven soms al op jonge leeftijd aan longkanker, nl. al vanaf 30 jaar.

In 2013-2014 lag de longkankersterfte bij mannen significant hoger dan bij vrouwen vanaf de leeftijd van 55 jaar. De sterftecijfers voor vrouwen komen wel steeds dichter bij die voor mannen te liggen.

  • In 2003-2004 was de longkankersterfte al vanaf 45 jaar significant hoger bij mannen dan bij vrouwen.
  • In 2013-2014 stierven er zelfs iets meer vrouwen van 30-34 jaar en 40-44 jaar door longkanker dan mannen van dezelfde leeftijd. Maar dit verschil was niet significant.
  • In 2013-2014 hadden mannen van 85-89 jaar het hoogste risico op sterfte door longkanker. In 2003-2008 lag dat hoogste sterfterisico door longkanker bij mannen van 80-84 jaar.
  • Ten opzichte van 10 jaar voordien was in 2013-2014 het sterfterisico door longkanker bij mannen tussen 40-84 jaar gedaald, maar bij vrouwen van 50 jaar en ouder gestegen.

Longkanker (C33-C34) en longneoplasmata met onzeker of ongekend gedrag (D38.1): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014

Lijngrafiek voor Longkanker (C33-C34): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. door en met longkanker en andere longneo’s , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2014

Meer details in xlsx bestandLongkankersterfte (...-2014) (390 kB) (tabblad 'leeftijdsspecifiek risico 5jrgr')

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen en vrouwen geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door longkanker (trachea, bronchi en longen) in de periode 1999-2014 kende voor mannen en vrouwen niet hetzelfde verloop:

  • De longkankersterfte bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 3,1 per 100.000 inwoners.
  • Bij vrouwen steeg de longkankersterfte gemiddeld met 0,8 per 100.000 inwoners per jaar.

Toch bleven de gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen in 2014 nog altijd 3,6 keer hoger dan die voor vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen was statistisch significant.

Longkanker (C33-C34): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek Longkanker (C33-C34): Evolutie direct gestandaardiseerde kankersterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer details in xlsx bestandLongkankersterfte (...-2014) (390 kB) (tabblad ‘evolutie ASR-E’ en 'Evol leeftijdspecifiek risico’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal verloren potentiële jaren daalde in de periode 1999-2014, maar het aandeel van longkanker hierin bleef gelijk bij mannen (12%) en steeg sterk bij vrouwen (van 4% naar 9%). Longkanker blijft daarmee een van de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren.

  • Het aantal VPJ door longkanker daalde bij mannen jaarlijks gemiddeld met iets meer dan 1 per 10.000 levensjaren van 12,0 per 1.000 levensjaren in 1999 tot 10,2 per 1.000 levensjaren in 2014.
  • Het aantal VPJ door longkanker steeg bij vrouwen jaarlijks gemiddeld met bijna 2 per 10.000 levensjaren van 2,9 per 1.000 levensjaren in 1999 tot 5,3 per 1.000 levensjaren in 2014

Longkanker (LK: C33-C34) en longneoplasmata (LN: C33-C34 + D38.1): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek longkanker (LK) en -neoplasmata (LN): Evolutie verloren potentiële jaren 1999-2014 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandLongkankersterfte (...-2014) (390 kB) (tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: longkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de 9 lidstaten met de hoogste longkankersterfte (C33-C34). De sterfte van Vlaamse mannen ten gevolge van longkanker was hoger dan het Europese gemiddelde. De sterfte door longkanker bij Vlaamse vrouwen was net lager dan het Europese gemiddelde.

  • In 20 lidstaten stierven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 8 stierven er (relatief) meer.
  • In 14 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 14 stierven er (relatief) meer.
  • Het gemiddelde longkankersterftecijfer in de EU was voor mannen 13% lager en voor vrouwen 6% hoger dan het Vlaamse cijfer.

Ook in Europa is er een groot verschil tussen mannen en vrouwen voor sterfte door longkanker. Enkel in Zweden, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland waren de sterftecijfers voor mannen niet minstens dubbel zo hoog als die voor vrouwen. In deze landen lag de sterfte door longkanker relatief laag voor mannen (onder EU-gemiddelde) en relatief hoog voor vrouwen (boven EU-gemiddelde).

  • Zweedse mannen hadden het laagste sterftecijfer voor longkanker (gevolgd door Finse en Portugese mannen). Hongaarse, Poolse en Kroatische mannen vertoonden de hoogste longkankersterfte in de EU.
  • Deense vrouwen hadden het hoogste sterftecijfer voor longkanker (gevolgd door Hongaarse en Britse vrouwen). Cypriotische, Litouwse en Portugese vrouwen vertoonden de laagste longkankersterfte in de EU.

Vergelijking Europese lidstaten naar gestandaardiseerde longkankersterfte (C33-C34) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2011-2013, mannen versus vrouwen - op basis van Europese standaardbevolking 2013

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door longkanker (C33-C34) en situering Vlaams Gewest Opgelet: verschillende schaal mannen en vrouwen!
Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandLongkankersterfte (...-2014) (390 kB) (tabblad 'EU 2011-2013')
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2011-2013, Eurostat 2011-2013

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.