Sterfte door colorectale kanker (2016)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2016 overleden 1.636 Vlamingen door colorectale of anale kanker, 72 overleden door een neoplasma op deze locaties waarvan het gedrag onzeker of onbekend was en 7 door een goedaardig neoplasma. Hetzij 1.715 overlijdens door neoplasmata van colon, rectum en anus in totaal.

  • Dit totaal absoluut aantal schommelde de laatste 15 jaren rond 1.733 sterfgevallen.
  • Het percentage mannen en vrouwen in de colorectale en anale kankersterfte is de laatste 15 jaar stabiel gebleven rond respectievelijk 54% mannen en 46% vrouwen.
  • Goedaardige neoplasmata werden verder in de analyse niet meer meegenomen.

We gebruiken hier verder de termen “colorectale kanker” en “colorectaal neoplasma” voor respectievelijk kanker en neoplasma van colon, rectum, anus en anale kanaal.

Naast deze overlijdens met kanker of neoplasma in colon, rectum of anus als onderliggende doodsoorzaak, zijn er ook nog 209 overlijdens waarbij deze aandoeningen vermeld zijn als een niet-onderliggend probleem, en 12 overlijdens met metastasen in colon of rectum.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2016 (363 kB)(tabblad 'Absoluut')

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de colorectale kankersterfte vanaf 60 jaar bij mannen significant hoger lag dan bij vrouwen.

  • Dit geldt ook als we kijken naar alle vermeldingen van colorectale neoplasmata.
  • Het sterfterisico voor colorectale kanker steeg exponentieel met de leeftijd tot 94 jaar bij vrouwen en tot boven de 95 jaar bij mannen.
  • Hoe ouder de overledene, hoe vaker colorectale neoplasmata vermeld waren als niet-onderliggende oorzaak.

Colorectale kanker (C18-C21) en andere neoplasmata (D37.4-.5): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2015-2016

Colorectale kanker: leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2015-2016

Meer details in xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2016 (363 kB) (tabblad 'leeftijdspecifiek risico 5jrgr')

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen en vrouwen geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door colorectale neoplasmata kende in de periode 2001-2016 zowel voor mannen als voor vrouwen een dalend verloop:

  • De sterfte door colorectale neoplasmata bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 9 per 1.000.000 inwoners.
  • Bij vrouwen daalde de sterfte door colorectale neoplasmata gemiddeld met 6 per 1.000.000 inwoners per jaar.

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen waren in de periode 2001-2016 gemiddeld 1,7 keer hoger dan die voor vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen is statistisch significant.

Colorectale kanker (C33-C34) en neoplasmata met ongekend gedrag (D37.4-.5): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Colorectale kanker: Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Meer details in xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2016 (363 kB) (tabblad ‘evolutie ASR-E’ en 'Evol lft-specifiek doelgroep BO’)

Evolutie per leeftijdsgroep

Het sterfterisico is vanaf 55-59 jaar groter dan 1 per 5.000, en stijgt daarna exponentieel.

  • We zien een daling van het risico sinds 2007-2008 in de meeste leeftijdsgroepen, bij zowel mannen als vrouwen. Deze trend is duidelijker bij vrouwen dan bij mannen.
  • Sinds oktober 2013 is er een Vlaams bevolkingsonderzoek naar “dikkedarmkanker” bij 56-74 jarige mannen en vrouwen. Om daarvan een duidelijke invloed op de mortaliteit te zien, moeten we minstens nog een paar jaar verder zijn. De relatieve overlevingskans is immers redelijk hoog. In 2012-2016 (periode maar gedeeltelijk met bevolkingsonderzoek) was de relatieve 5jaar-overlevingskans 70%.
  • In de incidentie-rapporten van het kankerregister zien we in 2014 een sterke stijging en in 2015 een kleinere stijging ten opzichte van 2013 voor de incidentie bij 60-69 jarigen. Bij 70-74-jarigen zien we enkel in 2014 een piek aan nieuwe kankergevallen van de dikke darm. Kijken we daarbij naar het stadium waarin deze kankers ontdekt werden, was dit in 2015 in 28% van de gevallen in stadium I (lokale en kleine kanker) en maar in 16% van de gevallen in stadium IV (uitgezaaid met metastasen). In 2013 waren deze percentages respectievelijk 22% en 19%

Colorectale kanker (C18-C21): Evolutie leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. (2-jaarsgemiddelde), 50 jaar en ouder, Vlaams Gewest, 2007-2016

Mannen Vrouwen
Colorectale kanker: Evolutie leeftijdsspecifieke sterftecijfers, mannen, 50 jaar en ouder Colorectale kanker: Evolutie leeftijdsspecifieke sterftecijfers, vrouwen, 50 jaar en ouder

Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2007-2016

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het aantal verloren levensjaren daalde in de periode 2001-2016, maar het aandeel van colorectale kanker bleef hierin gelijk bij zowel mannen (3,2%) als bij vrouwen (van 3,6%).

  • Colorectale kanker is bij mannen de 7e oorzaak van verloren levensjaren.
  • Colorectale kanker is bij vrouwen de 6e oorzaak van verloren levensjaren.

Colorectale kanker (DDK: C18-C21) en neoplasmata (DDN: C18-C21 + D37.4/.5): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016

Colorectale kanker: Evolutie gestandaardiseerd aantal verloren levensjaren, mannen en vrouwen Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2016 (363 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: colorectale kankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de 3 lidstaten met de laagste colorectale en anale kankersterfte (C18-C21). De sterfte van Vlaamse mannen en vrouwen ten gevolge van colorectale en anale kanker is lager dan het Europese gemiddelde.

  • In 3 lidstaten sterven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 25 sterven er (relatief) meer.
  • In 4 lidstaten sterven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 24 sterven er (relatief) meer.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU voor mannen is 20% hoger en voor vrouwen 17% hoger dan het Vlaamse cijfer.

In Europa is de sterfte door colorectale en anale kanker bij mannen 1,7 keer groter dan bij vrouwen. Deze verhouding mannen/vrouwen gaat van 1,4 in Zweden tot 2,2 in Slovakije.

  • Cypriotische mannen hebben het laagste sterftecijfer voor colorectale en anale kanker (gevolgd door Finse en Griekse mannen). Hongaarse, Slovaakse en Kroatische mannen vertonen de hoogste colorectale en anale kankersterfte in de EU.
  • Hongaarse vrouwen hebben het hoogste sterftecijfer voor colorectale kanker (gevolgd door Slovaakse en Kroatische vrouwen). Cypriotische, Griekse en Finse vrouwen vertonen de laagste colorectale kankersterfte in de EU.

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door colorectale kanker (C18-C21) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 (voor zover beschikbaar) mannen versus vrouwen - op basis van Europese Standaardbevolking 2013

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door colorectale kanker (C18-C21) Meer gedetailleerde cijfers: <xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2016 (363 kB) (tabblad 'EU 2013-2015')
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2015, Eurostat 2013-2015

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.