Sterfte door colorectale kanker (2014)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2014 overleden 1.618 Vlamingen door colorectale of anale kanker, 106 overleden door een neoplasma op deze locaties waarvan het gedrag onzeker of onbekend was en 2 door een goedaardig neoplasma. Hetzij 1.726 overlijdens door neoplasmata van colon, rectum en anus in totaal.

  • Dit totaal absoluut aantal schommelde de laatste 15 jaren rond 1.800 sterfgevallen.
  • Het percentage mannen en vrouwen in de colorectale en anale kankersterfte is de laatste 15 jaar stabiel gebleven rond respectievelijk 53% mannen en 47% vrouwen.
  • Goedaardige neoplasmata werden verder in de analyse niet meer meegenomen.

We gebruiken hier verder de termen “colorectale kanker” en “colorectaal neoplasma” voor respectievelijk kanker en neoplasma van colon, rectum, anus en anaal kanaal.

Naast deze overlijdens met kanker of neoplasma in colon, rectum of anus als onderliggende doodsoorzaak, zijn er ook nog 234 overlijdens waarbij deze aandoeningen vermeld zijn als een niet-onderliggend probleem, en 20 overlijdens met metastasen in colon of rectum.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2014) (358 kB)(tabblad 'Absoluut')

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de colorectale kankersterfte vanaf 60 jaar bij mannen significant hoger lag dan bij vrouwen.

  • Dit geldt ook als we kijken naar alle vermeldingen van colorectale neoplasmata.
  • Het sterfterisico voor colorectale kanker steeg exponentieel met de leeftijd tot 94 jaar bij vrouwen en tot boven de 95 jaar bij mannen.
  • Hoe ouder de overledene, hoe vaker colorectale neoplasmata vermeld waren als niet-onderliggende oorzaak.

Colorectale kanker (C18-C21) en andere neoplasmata (D37.4-.5): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014

Lijngrafiek voor colonkanker (C18-C21): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. door en met specifieke kanker en andere neo’s , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2014

Meer details in xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2014) (358 kB) (tabblad 'leeftijdspecifiek risico 5jrgr')

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen en vrouwen geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door colorectale neoplasmata kende in de periode 1999-2014 zowel voor mannen als voor vrouwen een dalend verloop:

  • De sterfte door colorectale neoplasmata bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 0,9 per 100.000 inwoners.
  • Bij vrouwen daalde de sterfte door colorectale neoplasmata gemiddeld met 0,6 per 100.000 inwoners per jaar.

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen waren in de periode 1999-2014 gemiddeld 1,6 keer hoger dan die voor vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen is statistisch significant.

Colorectale kanker (C33-C34) en neoplasmata met ongekend gedrag (D37.4-.5): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek colorectale kanker (C18-C21): Evolutie direct gestandaardiseerde kankersterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer details in xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2014) (358 kB) (tabblad ‘evolutie ASR-E’ en 'Evol lft-specifiek doelgroep BO’)

Evolutie per leeftijdsgroep

Het sterfterisico is vanaf 55-59 jaar groter dan 1 per 10.000, en stijgt daarna exponentieel.

  • We zien een daling van het risico sinds 1999-2000 in vrijwel elke leeftijdsgroep, bij zowel mannen als vrouwen. Deze trend is duidelijker bij mannen dan bij vrouwen.
  • Sinds oktober 2013 is er een Vlaams bevolkingsonderzoek naar “dikkedarmkanker” bij 56-74 jarige mannen en vrouwen. Om daarvan een duidelijke invloed op de mortaliteit te zien, moeten we minstens nog een paar jaar verder zijn. De relatieve overlevingskans na 5 jaar  was immers (zonder bevolkingsonderzoek) al 61%-62%.

Colorectale kanker (C18-C21): Evolutie leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. (2-jaarsgemiddelde), 50 jaar en ouder, Vlaams Gewest, 1999-2014

Mannen Vrouwen
balkgrafiek colorectale kanker (C18-C21): Evolutie leeftijdspecifiek sterfterisico, mannen (1999-2014) balkgrafiek colorectale kanker (C18-C21): Evolutie leeftijdspecifiek sterfterisico, vrouwen(1999-2014)

Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het aantal verloren potentiële jaren daalde in de periode 1999-2014, maar het aandeel van colorectale kanker bleef hierin gelijk bij zowel mannen (3,2%) als bij vrouwen (van 3,8%).

  • Colorectale kanker is bij mannen de 8ste oorzaak van verloren levensjaren.
  • Colorectale kanker is bij vrouwen de 5de oorzaak van verloren levensjaren.

Colorectale kanker (DDK: C18-C21) en neoplasmata (DDN: C18-C21 + D37.4/.5): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek colorectale kanker (CK) en -neoplasmata (CN): Evolutie verloren potentiële jaren 1999-2014 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2014) (358 kB) (tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: colorectale kankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de 6 lidstaten met de laagste colorectale en anale kankersterfte (C18-C21). De sterfte van Vlaamse mannen en vrouwen ten gevolge van colorectale en anale kanker is lager dan het Europese gemiddelde.

  • In 8 lidstaten sterven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 20 sterven er (relatief) meer.
  • In 6 lidstaten sterven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 22 sterven er (relatief) meer.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU voor mannen is 13% hoger en voor vrouwen 9% hoger dan het Vlaamse cijfer.

In Europa is de sterfte door colorectale en anale kanker bij mannen 1,7 keer groter dan bij vrouwen. Deze verhouding mannen/vrouwen gaat van 1,3 in Luxemburg tot 2,3 in Slovakije.

  • Cypriotische mannen hebben het laagste sterftecijfer voor colorectale en anale kanker (gevolgd door Griekse en Finse mannen). Hongaarse, Slovaakse en Kroatische mannen vertonen de hoogste colorectale en anale kankersterfte in de EU.
  • Hongaarse vrouwen hebben het hoogste sterftecijfer voor colorectale kanker (gevolgd door Kroatische en Slovaakse vrouwen). Cypriotische, Griekse en Finse vrouwen vertonen de laagste colorectale kankersterfte in de EU.

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door colorectale kanker (C18-C21) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2011-2013 (voor zover beschikbaar) mannen versus vrouwen - op basis van Europese Standaardbevolking 2013

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door colorectale kanker (C18-C21) en situering Vlaams Gewest Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandcolorectale kankersterfte (...-2014) (358 kB) (tabblad 'EU 2011-2013')
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2011-2013, Eurostat 2011-2013

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.