Sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (2016)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2016 overleden 4.195 Vlamingen door cerebrovasculaire aandoeningen (CVA).

  • Dit totaal absoluut aantal is de laatste 15 jaren lichtjes gedaald (- 16%).
  • Het aandeel vrouwen in de totale sterfte door CVA schommelde tussen 58% en 61%.
  • De belangrijkste subgroep is ‘CVA, niet gespecificeerd als bloeding of infarct (I64). Dit is 45% van totale CVA-sterfte.

Aantal sterfgevallen gerelateerd aan cerebrovasculaire aandoeningen (CVA), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016

Aantal sterfgevallen gerelateerd cerebrovasculaire aandoeningen (CVA), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2016
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2016
Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘Absoluut’)

Vermeldingen als niet onderliggende doodsoorzaak

Naast de sterfgevallen met cerebrovasculaire aandoeningen als onderliggende doodsoorzaak, waren er ook nog 1.739 sterfgevallen waar CVA vermeld werd op het certificaat, maar niet de onderliggende doodsoorzaak was.

Bij de volgende 3 groepen onderliggende doodsoorzaken wordt CVA het vaakst vermeld:

  • Carditis, niet-reumatisch kleplijden, niet-ischemische cardiomyopathie, ritme- en geleidingsstoornissen (I30-I45, I47-I49)

  • Dementie, ziekte van Parkinson of ziekte van Alzheimer (F00-F03, G20, G30)

  • Ischemische hartziekten (I20-I25)

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘onderliggende DO bij CVA’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Mannen en vrouwen sterven soms al op jonge leeftijd door cerebrovasculaire aandoeningen (< 15 jaar), maar het gaat dan wel om zeer kleine aantallen. Het risico stijgt exponentieel met de leeftijd.

In 2015-2016 lag de CVA-sterfte bij mannen significant hoger dan bij vrouwen tussen de leeftijd van 60 en 84 jaar. De sterftecijfers voor mannen komen wel steeds dichter bij die voor vrouwen te liggen.

  • We zien hier amper verschuivingen in de leeftijdsgrenzen tijdens de laatste 15 jaar.

Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen en vrouwen, 25 jaar en ouder, Vlaams Gewest, 2015-2016

Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw., mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2015-2016
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2016
Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen en vrouwen geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen in de periode 2001-2016 kende voor mannen en vrouwen ongeveer hetzelfde verloop:

  • De CVA-sterfte bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 3,8 per 100.000 inwoners.
  • Bij vrouwen daalde de CVA-sterfte gemiddeld met 3,3 per 100.000 inwoners per jaar.

De sterfte bij mannen daalde dus iets sneller dan bij vrouwen. Toch blijft sterfterisico tussen mannen en vrouwen statistisch significant verschillend, zij het in bepaalde jaren slechts borderline significant.

Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016

Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG &amp; OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2001-2016
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016
Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘evolutie ASR-E’)

Evolutie per leeftijdsgroep

Het sterfterisico is hoger dan 1 per 1.000 bij mannen vanaf 70-74 jaar en bij vrouwen vanaf 75-79 jaar.

  • We zien een daling van het risico sinds 2000-2001 in de leeftijdsgroepen tussen 50 en 94 jaar
  • In 2000-2001 was het sterfterisico hoger dan 1 promille bij mannen vanaf 65-69 jaar en bij vrouwen vanaf 70-74 jaar.
  • Ook als we kijken naar alle vermeldingen van CVA (en niet enkel naar de onderliggende doodsoorzaak) zien we in alle leeftijdsgroepen en geslachten een duidelijke daling

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘evol leeftijdsspecifiek risico')

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal verloren levensjaren daalde in de periode 2001-2016, en het aandeel van cerebrovasculaire aandoeningen hierin daalde licht bij zowel mannen (van 4% tot 3,5%) als vrouwen (van 5% naar 4%). Toch blijft CVA bij vrouwen een van de belangrijke oorzaken van verloren levensjaren (top 5).

  • Het gestandaardiseerde aantal verloren levensjaren (SE-YLL) door CVA daalde bij mannen jaarlijks gemiddeld met 19 per 100.000 levensjaren van 6,6 per 1.000 levensjaren in 2001 tot 4,1 per 1.000 levensjaren in 2016.
  • Het aantal SE-YLL door CVA daalde bij vrouwen jaarlijks gemiddeld met 16 per 100.000 levensjaren van 4,4 per 1.000 levensjaren in 2001 tot 2,7 per 1.000 levensjaren in 2016.

Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016

Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69): Evolutie verloren potenti&euml;le jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 0-74 jaar, Vlaams Gewest, 2001-2016 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2015, Eurostat 2013-2015

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: sterfte door CVA

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de lidstaten met de laagste sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69). De sterfte van Vlaamse mannen en vrouwen ten gevolge van CVA was een kwart lager dan het Europese gemiddelde.

  • In 8 lidstaten stierven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 20 stierven er (relatief) meer.
  • In 7 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 21 stierven er (relatief) meer.
  • Het gemiddelde CVA-sterftecijfer in de EU was 1,3 keer hoger voor mannen en voor vrouwen dan het Vlaamse cijfer.

Ook in Europa is er een kleiner verschil tussen mannen en vrouwen voor sterfte door CVA dan voor andere ziekten. De hoogste en laagste 3 landen zijn voor beide geslachten dan ook gelijk

  • Franse inwoners hadden het laagste sterftecijfer voor CVA (gevolgd door Spaanse en Luxemburgse mannen en vrouwen).
  • Bulgaarse inwoners hadden het hoogste sterftecijfer voor CVA (gevolgd door Roemeense en Letse mannen en vrouwen).

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 (voor zover beschikbaar) mannen versus vrouwen - op basis van Europese Standaardbevolking 2013

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2013-2015 (voor zover beschikbaar) mannen versus vrouwen Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandCijfers sterfte door cerebrovasculaire aandoeningen (...-2016) (363 kB)(tabblad ‘EU 2013-2015’)
Opgelet: verschillende schaal voor mannen en vrouwen!
bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2001-2016

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.

Afkortingen EU-lidstaten
Label Lidstaat
BE België
BG Bulgarije
CY Cyprus
DK Denemarken
DE Duitsland
EE Estland
FI Finland
FR Frankrijk
GR Griekenland
HU Hongarije
IE Ierland
IT Italië
HR Kroatië
LV Letland
LT Litouwen
LU Luxemburg
MT Malta
NL Nederland
AT Oostenrijk
PL Polen
PT Portugal
RO Roemenië
SK Slovakije (vroeger: SV)
SI Slovenië
ES Spanje
CZ Tsjechië
UK Verenigd Koninkrijk
VL Vlaams Gewest
SE Zweden
 
EU Europese Unie
VL Vlaams Gewest