Sterfte door borstkanker (2014)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

Borstkanker blijft de belangrijkste dodelijke kanker bij vrouwen, al komt longkanker steeds dichter in de buurt. 5% van alle overlijdens bij vrouwen waren gerelateerd aan borstkanker.

In 2014 overleden 1.327 Vlaamse vrouwen door borstkanker, en nog eens 12 overleden door een borstneoplasma met goedaardig (1) of onzeker of onbekend (11) gedrag. Hetzij 1.339 in totaal.

  • Daarnaast overleden ook 16 mannen door borstkanker.
  • Het totaal schommelde bij vrouwen de laatste 15 jaren rond 1.366 sterfgevallen.

Naast deze overlijdens met borstkanker (of borstneoplasma) als onderliggende doodsoorzaak, zijn er nog 221 overlijdens waarbij deze neoplasmata vermeld zijn als een niet-onderliggend probleem.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandborstkankersterfte (...-2014) (318 kB)(tabblad ‘Absoluut’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Borstkanker komt relatief weinig voor bij heel jonge vrouwen. De sterftecijfers stijgen vanaf de leeftijd van 35 jaar.

  • 8% van alle overlijdens door borstkanker (C50) kwamen voor bij vrouwen jonger dan 50 jaar.
  • 35% van alle overlijdens door borstkanker (C50) kwamen voor bij vrouwen tussen 50 en 69 jaar.

Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de borstkankersterfte bij vrouwen tussen 35 en 69 jaar minstens 10% uitmaakt van de totale sterfte.

  • In dezelfde leeftijdsgroep stijgt het risico van 8 per 100.000 bij 35-39-jarige vrouwen tot 90 per 100.000 bij 65-69-jarige vrouwen.
  • Vanaf de leeftijd van 70 jaar sterft minstens 1 op de 1.000 vrouwen aan borstkanker.
  • Als we kijken naar alle overlijdens met vermelding van borstkanker of borstneo’s stijgt het risico vooral vanaf 50 jaar.

Borstkanker (C50) en alle vermeldingen van borstneo’s (C50, D24, D48.6): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inwoners, mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014

Lijngrafiek voor borstkanker (C50): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. door en met specifieke kanker en andere neo’s , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandborstkankersterfte (...-2014) (318 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door borstkanker kende in de periode 1999-2014 voor vrouwen een dalend verloop:

  • Bij vrouwen daalde de sterfte door borstkanker gemiddeld met 0,7 per 100.000 inwoners per jaar.
  • De sterfte door borstkanker bij mannen schommelde rond 0,6 per 100.000 inwoners. De aantallen zijn te klein om een duidelijke trend te kunnen onderscheiden.

Borstkanker (C50): Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek borstkanker (C50): Evolutie direct gestandaardiseerde kankersterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandborstkankersterfte (...-2014) (318 kB)(tabblad ‘evolutie ASR-E’ en 'Evol lft-specifiek doelgroep BO’)

Evolutie per leeftijdsgroep

Sinds juni 2001 is er een Vlaams bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij 50-69 jarige vrouwen. Het sterfterisico vanaf 50 jaar was toen (2001) groter dan 50 per 100.000.

  • Gemiddeld stierven er gedurende de ganse periode 1999-2014 elke 2 jaar 4,0 per 100.000 vrouwen van 50-54 jaar minder dan in de 2 jaar ervoor.
  • Bij 55-59-jarigen was er een daling van gemiddeld 5,4 per 100.000 vrouwen elke 2 jaar.
  • Bij 60-64-jarigen was er een duidelijke breuk tussen 2001-2010 en 2011-2014, met gemiddeld een daling van 3,9 per 100.000 per 2 jaar.
  • Ook onder de 50 jaar zien we een daling van gemiddeld 1,6 per 100.000 per 2 jaar bij 40-49-jarigen en gemiddeld 0,2 per 100.000 per 2 jaar bij vrouwen jonger dan 40.
  • Bij de oudere leeftijdsgroepen zijn er geen duidelijke trends.

Borstkanker (C50): Evolutie leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. (2-jaarsgemiddelde), vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014

balkgrafiek borstkanker (C50): Evolutie leeftijdspecifiek sterfterisico (1999-2014)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal verloren potentiële jaren bij vrouwen daalt in de periode 1999-2014, en het aandeel van borstkanker hierin daalde lichtjes mee: van 13% in 1999 tot 11% in 2014.

  • Het aantal VPJ toe te schrijven aan borstkanker daalde jaarlijks gemiddeld met 1 per 10.000 levensjaren van 8,4 in 1999 tot 6,3 in 2014 (per 1.000 levensjaren).
  • Borstkanker is bij vrouwen wel altijd de belangrijkste oorzaak van verloren levensjaren gebleven.

Borstkanker (BK: C50) (en borstneo’s (BN: C50 + D48.6)): Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), mannen en vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek borstkanker (BK) en -neoplasmata (BN): Evolutie verloren potentiële jaren 1999-2014 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandborstkankersterfte (...-2014) (318 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: borstkankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de 5 lidstaten met de hoogste borstkankersterfte (C50) bij vrouwen. In Europa was de sterfte door borstkanker bij mannen 69 keer kleiner dan bij vrouwen. De sterfte van Vlaamse mannen ten gevolge van borstkanker was ook hoger dan het Europese gemiddelde.

  • In 23 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen aan borstkanker dan in Vlaanderen, in 5 stierven er (relatief) meer.
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU voor vrouwen was 17% lager dan het Vlaamse cijfer.
  • Deense vrouwen hebben het hoogste sterftecijfer voor borstkanker (gevolgd door Kroatische en Ierse vrouwen).
  • Spaanse, Portugese en Zweedse vrouwen vertonen de laagste borstkankersterfte in de EU.

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door borstkanker (C50) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2011-2013 (voor zover beschikbaar) mannen versus vrouwen - op basis van Europese Standaardbevolking 2013

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door borstkanker (C50) en situering Vlaams Gewest Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandborstkankersterfte (...-2014) (318 kB)(tabblad ‘EU 2011-2013’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2011-2013, Eurostat 2011-2013

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.