Sterfte door baarmoeder(hals)kanker (2014)

Op deze pagina:

Aantal sterfgevallen

In 2014 overleden 322 vrouwen door kanker van baarmoederhals (103), baarmoederlichaam (166) of baarmoeder niet nader bepaald (53). Daarnaast waren er nog 44 overlijdens waarbij baarmoeder(hals)kanker werd vermeld, maar niet als onderliggende doodsoorzaak. 1% van alle overlijdens bij vrouwen waren door of met baarmoeder(hals)kanker.

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandbaarmoederhalskankersterfte (...-2014) (279 kB)(tabblad ‘Absoluut’)

Terug naar boven ^

Sterfterisico per leeftijd

Baarmoederhalskanker komt minder voor dan borstkanker, maar treft relatief meer jongere vrouwen.

  • 16% van alle overlijdens door baarmoederhalskanker (C53) kwam voor bij vrouwen jonger dan 50 jaar.
  • 8% van alle overlijdens door borstkanker (C50) kwam voor bij vrouwen jonger dan 50 jaar.
  • 3% van alle overlijdens door kanker van de baarmoeder (C54-C55) kwam voor bij vrouwen jonger dan 50 jaar.

Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de sterfte door baarmoeder(hals)kanker bij vrouwen tussen 35 en 49 jaar 3,5% uitmaakt van de totale sterfte .

  • Het sterfterisico door baarmoederhalskanker (cervix uteri) (C53) vertoont een piekje op 65-69 jaar, en stijgt daarna vooral vanaf 80 jaar.
  • Als we kijken naar alle overlijdens door kanker van de baarmoeder stijgt het risico vooral vanaf 65 jaar.

Baarmoederhalskanker (C53) vs baarmoeder(hals)kanker (C53-C55) (en andere baarmoederneo's (D39.0)): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inwoners, vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014


Lijngrafiek voor baarmoederhalskanker (C53-C55): leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. door en met specifieke kanker en andere neo’s , mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 2013-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2013-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandbaarmoederhalskankersterfte (...-2014) (279 kB)(tabblad ‘leeftijdspecifiek risico 5jrgr’)

Terug naar boven ^

Evolutie sterfterisico's

De gestandaardiseerde sterftecijfers geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking.

De sterfte door kanker van baarmoeder en baarmoederhals kende in de periode 1999-2014 geen duidelijke trend:

  • De sterfte door baarmoederhalskanker (C53) was in 2014 wel 32% lager dan in 1999, maar in de tussenliggende jaren schommelden de cijfers te veel om van een echt duidelijke trend te kunnen spreken.
  • Ook als we kijken naar sterfte door alle kankers van de baarmoeder (C53-C55) was deze in 2014 18% lager dan in 1999, maar ook hier schommelden de cijfers in de tussenliggende jaren te veel om van een echt duidelijke trend te kunnen spreken.

Baarmoederhalskanker (C53) versus baarmoeder(hals)kanker (C53-C55: Evolutie direct gestandaardiseerde sterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek baarmoederhalskanker (C53-C55): Evolutie direct gestandaardiseerde kankersterfte (ASR-E) met betrouwbaarheidsinterval (BG & OG), mannen en vrouwen, Vlaams Gewest, 1999-2014
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandbaarmoederhalskankersterfte (...-2014) (279 kB) (tabblad ‘evolutie ASR-E’ )

Evolutie per leeftijdsgroep

Sinds juni 2013 is er een Vlaams bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker bij 25-64 jarige vrouwen. Daarvoor bestonden er al vele jaren provinciale initiatieven die vrouwen opriepen om een uitstrijkje te laten nemen.

  • Onder de 25 jaar zijn er bijna geen overlijdens door baarmoeder(hals)kanker.
  • In alle leeftijdsgroepen zijn de sterfterisico’s wel gedaald tussen 1999-2000 en 2013-2014, maar bij geen enkele leeftijdsgroep is er een duidelijke trend.

Baarmoeder(hals)kanker (C53-C55): Evolutie leeftijdsspecifieke sterftecijfers per 100.000 inw. (2-jaarsgemiddelde), vrouwen, 25 jaar en ouder, Vlaams Gewest, 1999-2014

balkgrafiek baarmoeder(hals)kanker (C53-C55): Evolutie leeftijdspecifiek sterfterisico (1999-2014)Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandbaarmoederhalskankersterfte (...-2014) (279 kB) (tabblad 'Evol lft-specifiek doelgroep BO’)

Terug naar boven ^

Verloren levensjaren

Het totale aantal verloren potentiële jaren bij vrouwen daalde in de periode 1999-2014. Het aandeel van baarmoederhalskanker bleef hierin gelijk nl. 1,3%.

  • Het aantal verloren levensjaren schommelde jaarlijks, zowel bij baarmoederhalskanker (C53) als bij kankers van baarmoeder of baarmoederhals (C53-C55)

Baarmoederhalskanker (C53) : Evolutie verloren potentiële jaren (per 1.000 persoonsjaren), vrouwen, 1-74 jaar, Vlaams Gewest, 1999-2014

Lijngrafiek baarmoeder(hals)kanker: Evolutie verloren potentiële jaren 1999-2014 Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandbaarmoederhalskankersterfte (...-2014) (279 kB)(tabblad ‘Verloren jaren’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2014

Terug naar boven ^

Vlaanderen in Europa: baarmoeder(hals)kankersterfte

In een vergelijking met 28 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich in het middenpeloton voor de sterfte door baarmoederhalskanker (C53) en in de top 10 van de landen met de laagste sterfte door kanker van baarmoeder of baarmoederhals (C53-C55).

  • In 15 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 13 stierven er (relatief) meer voor baarmoederhalskanker (C53).
  • In 7 lidstaten stierven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 21 stierven er (relatief) meer voor baarmoeder(hals)kanker (C53-C55).
  • Het gemiddelde sterftecijfer in de EU voor beide categorieën is 18% hoger dan het Vlaamse cijfer.
  • Het aandeel van baarmoederhalskanker (C53) in de hele groep baarmoeder(hals)kanker (C53-C55) was in Vlaanderen 39%. In de EU was dit aandeel gemiddeld 38%, maar het varieerde van 15% tot 73%.

Rangschikking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door baarmoeder(hals)kanker (C53 en C53-C55) en situering Vlaams Gewest, gemiddelde 2011-2013 (voor zover beschikbaar), vrouwen, op basis van Europese Standaardbevolking 2013

Vergelijking Europese lidstaten naar direct gestandaardiseerde sterfte door baarmeoder(hals)kanker (C53 en C53-C55) en situering Vlaams Gewest Meer gedetailleerde cijfers: xlsx bestandbaarmoederhalskankersterfte (...-2014) (279 kB)(tabblad ‘EU 2011-2013’)
Bron: Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2011-2013, Eurostat 2011-2013

Terug naar boven ^

Verklaring: Directe standaardisatie

Gezondheidsparameters hangen sterk samen met de leeftijd van de individuen. Bij vergelijkingen in de tijd en in de ruimte moet dan ook de leeftijdssamenstelling van de bevolking in rekening gebracht worden. Hiervoor wordt de techniek van 'Directe standaardisatie' gebruikt. Vanaf publicatiejaar 2016 gebruiken we daarvoor de Europese standaardbevolking van 2013.

Verklaring: Levensverwachting en Verloren Levensjaren (SEYLL)

De levensverwachting drukt uit hoeveel jaar een persoon op een bepaalde leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven. Die verwachting wordt berekend per leeftijd en is afhankelijk van het sterfterisico op elke leeftijd. Op basis van een ideale standaard levensverwachting kunnen we nagaan wat de belangrijkste oorzaken van verloren levensjaren zijn. Bij vroegtijdige sterfte op een bepaalde leeftijd gaan mogelijke levensjaren verloren.

Databestand: Sterftecertificaten personen van 1 jaar of ouder

Bij een overlijden vult de arts die het overlijden vaststelt de A, B en C-strook van het overlijdenscertificaat in. Een gemeenteambtenaar vult de D-strook in. De gemeente waar het overlijden heeft plaats gevonden, stuurt de B-, C- en D-stroken maandelijks op naar Zorg en Gezondheid, de A-strook blijft in de gemeente. Zorg en Gezondheid ontvangt zo de sterftecertificaten van alle Vlaamse (en Brusselse) gemeenten.