Seksuele gezondheid bij jongeren

Het rapport “HBSC 2014: Seksuele gezondheid bij jongeren” toont dat minder jongeren al seks hadden en dit voor alle leeftijdscategorieën. Evoluties in condoom- en anticonceptiegebruik moeten voorzichtig geïnterpreteerd worden, wegens kleine aantallen.

Enkele vaststellingen

De prevalentie van seks bij jongens en meisjes is niet significant verschillend.

  • Opvallend is wel dat de prevalentie in 2014 gedaald is in vergelijking met de resultaten in 2010, een daling die veroorzaakt wordt door een daling bij de leeftijdsgroepen 13-14- en 15-16-jaar.
  • Ook blijven significante verschillen bestaan naar onderwijstype, met meer leerlingen die reeds seks hebben gehad in het beroepsonderwijs dan in de andere onderwijstypes.

Het gebruik van de meeste voorbehoedsmiddelen verschilde met 2010:

  • Omdat de vragen rond pil, noodpil en andere voorbehoedsmiddelen wijzigden tussen 2010 en 2014 moeten we voorzichtig zijn met conclusies over anticonceptiegebruik. Omdat het aantal 13-14-jarigen dat seksueel actief is sterk daalde, is het aantal respondenten omtrent gebruik van voorbehoedsmiddelen zeer laag, wat eventueel voor een vertekend beeld kan zorgen.

  • Condoomgebruik bij eerste keer seks is stabiel gebleven. Condoomgebruik bij laatste seksueel contact daalt, echter men kan niet zeggen of dit ten voordele van een ander voorbehoedmiddel is.
    • Het gebruik van condooms verschilt significant naar geslacht (meer jongens dan meisjes), naar leeftijd (dalend met de leeftijd) en onderwijs (hoogst in het algemeen secundair onderwijs, laagst in het beroepsonderwijs).
    • Condoomgebruik bij laatste contact nam sinds 2010 significant af bij jongens (van 58,3% naar 50,1%) en bleef stabiel bij meisjes.
  • Meer meisjes dan jongens geven aan dat zijzelf of hun partner gebruik maakten van de anticonceptiepil (75,6% versus 59,1%). In vergelijking met 2010 is dit een daling voor beide geslachten. 
    • Vraag is hier hoe dit te rijmen valt met de stijgende verkoop van anticonceptie op voorschrift en of er een daling is van de anticonceptiepil ten voordele van andere betrouwbare middelen
    • Verschillen naar leeftijd en onderwijstype (bij meisjes) zijn significant: de prevalentie van gebruik stijgt naarmate men ouder wordt en ligt het hoogst bij meisjes in het technisch secundair onderwijs.
  • Het gebruik van de noodpil is in 2014 significant gedaald ten opzichte van 2010. De prevalentie ligt even hoog bij jongens als bij meisjes. Het gebruik van de noodpil is het hoogst bij meisjes uit het beroepsonderwijs.
  • Ook het gebruik van andere voorbehoedsmiddelen is significant gedaald ten opzichte van 2010.
  • Tot slot gaven 19,8% van de jongens en 8,2% van de meisjes aan geen voorbehoedsmiddelen te hebben gebruikt, een significante toename ten opzichte van 2010. Naarmate jongeren ouder worden, neemt de prevalentie gevoelig af. Bij meisjes ligt de prevalentie bovendien significant hoger in het beroepsonderwijs.

Tot slot werd, voor het eerst, bevraagd of de jongeren reeds in aanraking kwamen met seksueel overschrijdend gedrag.

  • Meer meisjes dan jongens (24,8% versus 14,6%) gaven aan reeds op een seksuele manier te zijn aangeraakt of gestreeld terwijl ze dit niet wilden. De prevalentie van dit overschrijdende gedrag neemt sterk toe met leeftijd en is ook significant hoger in het beroepsonderwijs.
  • Op de vraag of de jongere ooit al verplicht werd iemand anders op een seksuele manier aan te raken terwijl men dit niet wilde, antwoordde 13,4% van de meisjes en 7,7% van de jongens positief. Bij meisjes stijgt de prevalentie van dit grensoverschrijdend gedrag significant naarmate men ouder wordt.
Databank: Jongeren en Gezondheid

De studie Jongeren en Gezondheid kwam tot stand met steun van Zorg en Gezondheid en maakt deel uit van de internationale studie ‘Health Behaviour in School-aged Children’ (HBSC) van de Wereldgezondheidsorganisatie....