Residentiële ouderenzorg en de Vlaamse sociale bescherming: twee fases

De financiering van de residentiële ouderenzorg wordt een onderdeel van de zogenaamde Vlaamse sociale bescherming. Iedereen die in Vlaanderen woont, moet zich aansluiten bij die Vlaamse sociale bescherming (niet verplicht in Brussel). Aansluiten gebeurt door een zorgpremie te betalen aan een zorgkas. Het zijn deze zorgkassen, en niet langer de ziekenfondsen, die ook zullen instaan voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de ouderenvoorzieningen.

De uitwerking van die Vlaamse financiering van de residentiële ouderenzorg gebeurt in twee fasen:

Fase 1: Inkanteling in het Vlaams verzekeringsmodel op 1 januari 2019

Vanaf 1 januari 2019 kunnen de ouderenvoorzieningen tegemoetkomingen voor zorg (vroeger het "instellingsforfait") maandelijks aan de zorgkassen factureren. Ze kunnen dan zo'n tegemoetkoming voor zorg factureren voor die bewoners en gebruikers die jaarlijks hun zorgpremie betaald hebben voor de Vlaamse sociale bescherming. 

Om dat mogelijk te maken, moeten we

  •  de juridische omkadering uitwerken: op 2 mei 2018 keurde het Vlaams Parlement het decreet over de Vlaamse sociale bescherming goed. De uitvoeringsbesluiten worden momenteel aan de Vlaamse Regering voorgelegd;
  • passende ICT-ondersteuning opzetten;

De nadruk in fase 1 ligt op het garanderen van de continuïteit. De huidige financieringswijze van de ouderenvoorzieningen blijft in grote mate behouden, mits enkele vereenvoudigingen, maandelijkse facturatie en een omslag naar digitale gegevensuitwisselingen.

Fase 2: Persoonsvolgende financiering

In een latere fase is voorzien dat de financiering evolueert naar een zorggebonden financiering die persoonsvolgend is en dit over de verschillende sectoren heen. Dit betekent dat we de financiering zullen uitsplitsen in:

  • een zorgticket voor de bewoner/gebruiker gebaseerd op een BelRAI-inschaling. Met dat zorgticket kan via een derde betalersysteem zorg worden ingekocht bij een erkende zorgvoorziening;
  • een organisatiegebonden financiering. Dit is o.a. een heroriëntering van de huidige werkingsmiddelen. Het betreft daarbij kosten die niet gelinkt zijn aan het zorgzwaarteprofiel van een persoon.

Voor de verdere uitwerking van deze krijtlijnen is er nood aan wetenschappelijk onderzoek, testfases, proefprojecten m.b.t. persoonsvolgende financiering en de (geleidelijke) invoering van de BeLRAI. Een grondige voorbereiding en aftoetsing, ook in overleg met betrokken actoren, is noodzakelijk en vergt de nodige tijd. Dit onderzoek is gestart in 2016 en daarvan wordt de komende jaren verder werk gemaakt.

Digitalisering opname- en facturatieproces 

Het opname- en facturatieproces tussen ouderenvoorzieningen en zorgkassen zal vanaf 1 januari 2019 digitaal verlopen. Dit betekent dat de ouderenvoorzieningen niet langer hun formulieren per post versturen naar de verzekeringsinstellingen, Vanaf 1 januari 2019 sturen ze hun opname- en facturatiegegevens digitaal naar de zorgkassen.

De zorgkassen hebben zich verenigd en werken samen met de Vlaamse overheid aan de uitbouw van het digitaal platform Vlaamse sociale bescherming

RIZIV-webtoepassing

Voor de continuïteit, blijft Vlaanderen gebruik maken van de RIZIV-webtoepassing om de tegemoetkomingen te berekenen. De RIZIV-webtoepassing (nieuwe naam: "RaaS") blijft op het tijdstip van de overname bestaan, weliswaar als een Vlaamse toepassing met grotendeels dezelfde functionaliteiten. De toepassing zal uiterlijk opgefrist worden en ook enkele positieve wijzigingen voor de ouderenvoorzieningen bevatten.

Voor de referentieperiode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2018 moeten de ouderenzorgvoorzieningen de gegevens voor uw voorziening ingeven in de Riziv-webtoepassing. Zorg en Gezondheid zal in het najaar van 2018 instaan voor de berekeningen en communicaties met betrekking tot de gegevens voor de referentieperiode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2018. Om de gegevens in te dienen voor de referentieperiode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2018, gelden enkele belangrijke en specifieke instructies.