Reactie Zorg en Gezondheid op mediaberichten over testen in woonzorgcentra

  • 2 juni 2020

Dirk Dewolf, administrateur-generaal van Zorg en Gezondheid, reageert op artikels die in de media zijn verschenen over ons optreden in woonzorgcentra.

De menselijke drama’s die in sommige woonzorgcentra hebben plaatsgevonden, worden al eens politiek gebruikt. In DS van 29 mei (p. 19) wordt ons agentschap Zorg en Gezondheid bekritiseerd omdat “een Oostends rusthuis vermoedens had van een uitbraak maar geen nieuwe tests kreeg van het agentschap”. Bij een bezoek vorige donderdag van onze medewerkers aan dit woonzorgcentrum werd dit gerucht besproken. De lokale medische verantwoordelijken van het woonzorgcentrum bevestigden dat er samen en in overleg met onze medewerkers was gehandeld. Maar intussen hebben boude beweringen vanuit de Oostendse gemeenteraadszaal hun weg gevonden naar de media en worden ze ook klakkeloos door federale politici overgenomen.

De medewerkers van ons agentschap plooien zich al sedert eind februari dubbel in de strijd tegen dit virus om de meer dan 800 woonzorgcentra en andere zorgvoorzieningen in Vlaanderen bij te staan. Nog voor er sprake was van COVID-19, ontwikkelden zij een draaiboek Infectieziektebestrijding en boden er tot vorig najaar nog opleidingen over aan. Nog voor de eerste besmetting na de krokusvakantie in ons land binnenkwam, werden er instructies naar de sector uitgestuurd.

De Vlaamse overheid is op zoek gegaan naar persoonlijke beschermingsmaterialen op de ineengestorte Chinese markten voor woonzorgcentra en de thuiszorg. Onze medewerkers, later verstrekt met de Taskforce Zorg, bedachten schakelzorgcentra, zetten hulplijnen op, boden crisismanagers aan, waren logistiek in de weer, legden gegevensstromen aan, staan permanent telefonisch en per mail ter beschikking van de verschillende sectoren en gaan ter plaatse voor advies.

Het is waar dat sommige voorzieningen in de woonzorgsector en de thuiszorg minder reserve hadden aan persoonlijke beschermingsmaterialen dan de ziekenhuizen. Er waren onvoldoende contact tracers in ons agentschap om het contactonderzoek langer dan een tweetal weken vol te houden, ondanks inzet aan burn-out-tempo en bijstand van collega’s van de Zorginspectie en van de VRGT. Maar met de verspreiding aan zo’n tempo in de beginfase van de epidemie toen tests amper beschikbaar waren, kon zelfs een veel ruimere bestaffing dit tracingwerk niet lang volhouden. Wie zegt dat we sneller en meer hadden moeten testen in de woonzorgcentra, moet er ook bij vertellen waar zij die testen begin en midden maart vandaan gehaald zouden hebben. De testcriteria werden vernauwd om de mensen in ziekenhuizen nog te kunnen testen. Schaarste was daarvoor de reden, niet gebrek aan inzicht. 

De coronacrisis heeft ons alvast geleerd dat de muur tussen een woonzorgcentrum en een ziekenhuis  veel te hoog is. De eerste lijn en de tweede lijn staan nog altijd te ver af van elkaar. Het feit dat de opdeling van bevoegdheden tussen Vlaams en federaal niveau doorheen deze muur of kloof loopt, vergroot dit probleem, ook al werd er tijdens de afgelopen crisismaanden goed samengewerkt tussen de verschillende overheden en hun administraties.

Er is behoefte aan een zorgsysteem op lokaal niveau, waarbij personen met een zorgnood, huisartsen, thuisverpleegkundigen en andere eerstelijnsdisciplines, voorzieningen voor kwetsbare personen en ziekenhuizen van elkaar kunnen leren, kennis, ervaring én problemen kunnen doorgeven in een bepaalde regio waarbinnen het overgrote deel van de personen met een zorgnood gebruik maakt van het zorgaanbod.  Zodat er kan gewerkt worden aan persoonsgerichte oplossingen over de kokers of muurtjes heen. Woonzorgcentra kunnen veel opsteken van ziekenhuishygiënisten en geriaters. Maar zo’n expertise kan niet in elk van de duizenden residentiële voorzieningen in Vlaanderen aanwezig zijn of verwacht worden. Huisartsen en aan een voorziening verbonden artsen en verpleegkundigen kunnen op hun beurt te frequente hospitalisaties van fragiele personen vermijden en ziekenhuispersoneel aansporen om op dit vlak ook preventief mee te denken.

Welzijn, woonzorg, preventie en gezondheidszorg kunnen niet van elkaar gescheiden worden als men een zorgsysteem wil bouwen op maat van de mensen.

Meer over de huidige teststrategie in de woonzorgcentra