Psychosociale revalidatieovereenkomsten

Psychosociale revalidatie voor volwassenen (7.72)

Algemeen

Deze revalidatievoorzieningen behandelen volwassen patiënten die lijden aan invaliderende mentale stoornissen zoals beginnende schizofrenie, een ernstige depressie, een fobie, enz. Ze bieden een residentieel of ambulant revalidatieprogramma aan van beperkte duur. De revalidatieprogramma's zijn specifiek en vullen de andere behandelingen voor psychiatrische patiënten aan. De doelstellingen van de zorg zijn verschillend en aangepast aan de situatie van elke zorggebruiker. Door het revalidatieprogramma te volgen kunnen patiënten op korte termijn hun vaardigheden verhogen, om een betere maatschappelijke integratie mogelijk te maken en nadien opnieuw te kunnen werken of zelfstandig te wonen.

Doelgroep

De revalidatievoorzieningen aanvaarden personen met mentale stoornissen zoals beginnende schizofrenie, een ernstige depressie, een fobie of andere mentale stoornissen voorzien in hun overeenkomst. De stoornissen moeten invaliderend zijn. een lichtere behandeling (bv. raadplegingen bij een psychiater, behandeling in een begeleidingscentrum,…) moet onmogelijk zijn, maar evenmin mag een zwaardere behandeling nodig zijn (bv. opname in een psychiatrisch ziekenhuis).

Doelstelling revalidatie

De doelstellingen van de revalidatie zijn verschillend en aangepast aan de situatie van elke zorggebruiker.

Het algemeen doel van de revalidatie is:

  • het lijden van de revalidant verlichten;
  • volledige hospitalisatie vermijden;
  • de zorggebruiker toelaten zijn vaardigheden te verhogen of om vaardigheden die hij kwijtgeraakt is in verschillende domeinen van het dagelijks leven terug te krijgen (o.a. beroepsactiviteiten, persoonlijke zelfredzaamheid, sociale relaties, echtelijke en familiale relaties).

Aanbod

De revalidatievoorzieningen bieden zorg aan in de vorm van residentiële of ambulante revalidatieprogramma’s.

Deze programma’s bestaan uit revalidatieactiviteiten:

  • gespecialiseerd: activiteiten met als doel het verbeteren van de lichamelijke gezondheidstoestand van de patiënt, het ontwikkelen van  cognitieve vaardigheden, uitdrukkingsvermogen, verbale of non-verbale communicatie, sociale relaties, motorische vaardigheden, enz. 
  • multidisciplinair: psychologen, psychiaters, logopedisten, kinesitherapeuten of  psychomotorische therapeuten, gespecialiseerde opvoeders, maatschappelijk assistenten, enz. verlenen de zorg
  • intensief: elke dag neemt de zorg het grootste deel van de tijd van de patiënten in het centrum in beslag
  • individueel, familiaal of in kleine groepen: de zorg richt zich op moeilijkheden of gewoonten die eigen zijn aan elke patiënt en die worden besproken in begeleidingssessies met alleen de patiënt, met de mensen uit zijn omgeving, of in groep.

De revalidatievoorzieningen evalueren regelmatig de evolutie van elke zorggebruiker om te beslissen of het revalidatieprogramma moet worden verdergezet, aangepast, of beëindigd. De revalidatieprogramma’s hebben een korte duur die afhankelijk is van de doelstellingen en de aard van de zorg. De centra trachten altijd om hun doelstellingen binnen een zo kort mogelijke termijn te realiseren.

 

Revalidatie van verslaafden (7.73)

Algemeen

Deze revalidatievoorzieningen voor drugverslaafden vangen personen op die illegale drugs, medicamenten, alcohol of bepaalde psychoactieve stoffen gebruiken. Bepaalde revalidatievoorzieningen richten zich tot personen die zich in een crisissituatie bevinden. Ze bieden verschillende types ambulante of residentiële begeleiding aan met als doel ontwenning, eliminatie van de verslaving en een betere maatschappelijke integratie mogelijk te maken. De duur van de zorg is beperkt.

Doelgroep

De revalidatievoorzieningen voor drugverslaafden richten zich tot personen die lijden aan een verslaving aan illegale drugs, geneesmiddelen, alcohol of sommige psychoactieve stoffen die hun verslaving willen beëindigen. Bepaalde voorzieningen richten zich tot personen die zich in een crisissituatie bevinden.

Doelstelling revalidatie

Het algemeen doel van de zorg is het ontwikkelingsproces van de betrokken personen opnieuw op gang brengen om een einde te maken aan de verslaving en om re-integratie in het sociale en beroepsleven mogelijk te maken.

Bij crisissituaties is het onmiddellijke doel de situatie stabiliseren, indien mogelijk lichamelijke ontwenning krijgen en de zorggebruiker verwijzen naar voor hen geschikte opvolging. De duur van de zorg is beperkt. Het doel is het ontslag van de zorggebruiker. De voorzieningen zijn dus niet bedoeld om opvang of gespecialiseerd onderdak te geven aan de zorggebruikers.

Aanbod

Zorg wordt verstrekt in de vorm van residentiële of ambulante begeleiding. De verleende zorg kan sterk verschillen en is aangepast aan verschillende situaties. Ze bestaat uit behandelingen en begeleidingsprogramma’s:

  • multidisciplinair: psychologen, psychiaters, logopedisten, kinesitherapeuten of  psychomotorische therapeuten, gespecialiseerde opvoeders, maatschappelijk assistenten, enz. verlenen de zorg
  • intensief voor sommige programma’s: elke dag neemt de zorg het grootste deel van de tijd van de zorggebruiker in het centrum in beslag
  • minder intensief voor andere programma’s: de zorg bestaat soms uit enkele  contacten per week per zorggebruiker.
  • individueel, familiaal of in kleine groepen: de zorg richt zich op moeilijkheden of gewoonten die eigen zijn aan elke zorggebruiker en die worden besproken in begeleidingssessies met alleen de zorggebruiker, met de mensen uit zijn omgeving of in groep
  • gemeenschappen: bepaalde voorzieningen werken als ‘therapeutische gemeenschap’. In die gevallen zal de zorggebruiker gedurende een bepaalde duur deel gaan uitmaken van een leefgemeenschap.

De revalidatievoorzieningen evalueren regelmatig de evolutie van elke zorggebruiker om te beslissen of het zorgprogramma moet worden verdergezet, aangepast, of beëindigd.

 

Kinderpsychiatrische aandoeningen (7.74.0)

Algemeen

Deze revalidatievoorzieningen bieden een gespecialiseerde en individuele behandeling voor kinderen en jongeren met een autistische, psychotische of andere zware contactstoornis. De leeftijdsgrens hangt af van de revalidatievoorziening. De maximumleeftijd is meestal niet hoger dan 18 jaar. De voorzieningen kunnen de kinderen residentiële of ambulante zorg van beperkte duur aanbieden om de frequentie waarmee de stoornissen optreden te verminderen en een betere maatschappelijke integratie mogelijk maken.

Doelgroep

Deze revalidatievoorzieningen richten zich tot kinderen of adolescenten met een ernstige mentale stoornis zoals autisme, beginnende schizofrenie, ernstige depressie of andere mentale problemen. De stoornis moet ernstig zijn en geen lichtere behandeling toelaten (bv. raadplegingen bij de psychiater, sessie in een CAR,…). De leeftijdsgrens hangt af van de voorziening. De maximumleeftijd is meestal niet hoger dan 18 jaar.

Doelstelling revalidatie

De doelstellingen op korte termijn zijn:

  • de intellectuele en emotionele vaardigheden van het kind ontwikkelen;
  • zijn vermogen verbeteren om relaties aan te gaan met en te communiceren met anderen, in verschillende situaties van zijn leven;
  • familieleden en omgeving  een beter begrip bijbrengen van de stoornis, de gevolgen en de behandeling ervan, enz.

Op lange termijn is het doel van de zorg:

  • op een duurzame manier de frequentie van het optreden van de stoornis of de symptomen ervan verminderen (bv. problematisch gedrag, angsten, depressieve stemmingen, enz.)
  • de negatieve gevolgen van de stoornis verminderen en het optreden van bijkomende handicaps voorkomen
  • de levenskwaliteit van het kind en van de personen uit zijn naaste omgeving verbeteren
  • hem toelaten om het circuit van zorginstellingen te verlaten voor de school, een MPI, een beroepsopleiding, een beschutte werkplaats, enz.

De duur van de zorg is beperkt. Het doel is het ontslag van het kind uit de voorziening. De revalidatievoorzieningen zijn dus niet bedoeld om opvang of gespecialiseerd onderdak te bieden aan de kinderen.

Aanbod

Deze revalidatievoorzieningen bieden zorg aan in de vorm van residentiële of ambulante revalidatieprogramma’s.

Deze programma’s bestaan uit revalidatieactiviteiten:

  • gespecialiseerd: activiteiten met als doel het verbeteren van de lichamelijke gezondheidstoestand van het kind, het ontwikkelen van  cognitieve vaardigheden, uitdrukkingsvermogen, verbale of non-verbale communicatie, sociale relaties, motorische vaardigheden, gevoel van tijd en ruimte, enz. 
  • multidisciplinair: psychologen, psychiaters, logopedisten, kinesitherapeuten of  psychomotorische therapeuten, gespecialiseerde opvoeders, enz. verlenen de zorg
  • intensief: elke dag neemt de zorg het grootste deel van de tijd van het kind in de revalidatievoorziening in beslag
  • individueel (of in kleine groepen): de zorg richt zich op moeilijkheden of gewoonten die eigen zijn aan het kind.

De revalidatievoorzieningen evalueren regelmatig de evolutie van het kind om te beslissen of het revalidatieprogramma moet worden verdergezet, aangepast, of beëindigd. De revalidatieprogramma’s hebben een korte duur die afhankelijk is van de doelstellingen en de aard van de zorg. De voorzieningen trachten altijd om hun doelstellingen binnen een zo kort mogelijke termijn te realiseren

 

Vroegtijdige stoornissen in de interactie ouders-kinderen (7.74.5)

Algemeen

Deze revalidatievoorzieningen kunnen moeders en hun pasgeboren kind behandelen als de moeder-kindrelatie ernstig is verstoord en de fysieke of mentale gezondheid van het kind aantast wordt. De moeder moet met psychologische problemen kampen (gedragsstoornissen, een ernstige depressie, een gestabiliseerde verslaving, enz.). Deze problemen moeten echter onder controle zijn en mogen de behandeling van de moeder-kindrelatie niet hinderen. De zorg kan verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de noden van de patiënten en de beschikbare types van zorg in het centrum. Deze revalidatie kan ambulant of residentieel gebeuren.

Doelgroep

De moeder-baby eenheden richten zich tot moeders met hun jonge kind (maximaal 15 tot 36 maanden, afhankelijk van de voorziening) als de relatie tussen de moeder en haar kind ernstig is verstoord. Die relatie is bijvoorbeeld:

  • onsamenhangend (onvoorspelbaar, onaangepast)
  • overdreven of – omgekeerd – ontoereikend
  • zelfs gekenmerkt door verwaarlozing en fysieke of psychologische mishandeling.

Die verstoorde relatie moet waarneembare negatieve gevolgen hebben op de ontwikkeling van het kind, zoals een achterstand in de intellectuele of motorische ontwikkeling, een groeiachterstand, slaapproblemen, eetproblemen, gedragsproblemen, angst of depressie enz. De moeder moet met psychologische problemen kampen (gedragsstoornissen, een ernstige depressie, een gestabiliseerde verslaving enz.). Die problemen moeten echter onder controle zijn. Ze mogen de behandeling van de moeder-kindrelatie niet hinderen.

Doelstelling revalidatie

De zorg die de moeder-baby eenheden verstrekken, moet in de 1e plaats de relatie tussen de moeder en het kind verbeteren en de pathologische aspecten die aanleiding gaven tot de behandeling in de revalidatievoorziening doen verdwijnen of aanzienlijk verminderen.

De verbetering van de relatie moet het kind in staat stellen om:

  • weer een optimaal groeiritme te vinden
  • zijn symptomen te genezen of minder ernstig te maken
  • zonder hulp van buitenaf bij de familie te leven.

De toestand van de moeder moet ook verbeteren, om de door de behandeling verbeterde relatie op lange termijn te handhaven. De zorg is beperkt in duur: tussen 12 en maximaal 36 maanden, afhankelijk van de noden en de vorm (ambulant of residentieel) van de revalidatie.

Aanbod

De zorg kan verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de noden van de zorggebruiker en de beschikbare types van zorg in de revalidatievoorziening. Het kan gaan om:

  • revalidatiesessies in het centrum of thuis
  • ambulante dagen of halve dagen
  • residentiële dagen.

De zorg is altijd multidisciplinair en verstrekt door psychologen, logopedisten, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, psychomotorische therapeuten, gespecialiseerde pedagogen, sociaal assistenten enz.

De zorg omvat, naargelang de noden:

  • individuele psychotherapieën met een psychiater
  • gesprekken met een psycholoog
  • therapieën en groepsopleidingen
  • kinderverzorging
  • begeleiding van de moeder in de zorg voor haar kind
  • sociale begeleiding, enz.

De moeder-baby eenheden meten regelmatig de evolutie van hun zorggebruikers met behulp van objectieve tests om te beslissen of het revalidatieprogramma moet worden voortgezet, gewijzigd of stopgezet.

 

Centra voor Ambulante Revalidatie (9.53 - 9.65)

Algemeen

Deze revalidatievoorzieningen geven een ambulante revalidatie aan zorggebruikers met bepaalde mentale stoornissen, een mentale achterstand, complexe ontwikkelingsstoornissen, gehoor-, stem- of spraakstoornissen en bepaalde neurologische en neuro locomotorische stoornissen. In de meeste gevallen moeten de rechthebbenden jonger zijn dan 19 jaar. Er is echter geen leeftijdsgrens voor rechthebbenden met bepaalde verworven neurologische aandoeningen, bepaalde gehoorstoornissen, spraakstoornissen of een stotterprobleem. De precieze omschrijving van de doelgroepen staat in staat in artikel 3 van de overeenkomst (pag. 4 tot 9). De C.A.R. bevinden zich op de tweede lijn van de gezondheidszorg. Dit betekent dat men er enkel terecht kan op voorschrift van een verwijzende arts. Dit kan een schoolarts, huisarts of specialist zijn.De behandeling bestaat uit ambulante sessies met een variabele duur, individueel of in een kleine groep. De zorgprogramma’s hebben precieze doelstellingen die afhankelijk zijn van het type van aandoening en de persoonlijke situatie van de patiënt. De zorgprogramma’s zijn multidisciplinair en worden verstrekt door gespecialiseerde artsen, psychologen, logopedisten, kinesitherapeuten of psychomotorische therapeuten, enz.

Doelgroep

De centra voor ambulante revalidatie richten zich tot patiënten met verschillende types van aandoeningen:

  • mentale stoornissen zoals:
  • autistische stoornissen
  • concentratiestoornissen met hyperactiviteit
  • ernstige gedragsstoornissen
  • ernstige stemmingsstoornissen
  • een mentale achterstand (intelligentiequotiënt of ontwikkelingsquotiënt lager dan 70)
  • complexe ontwikkelingsstoornissen, gekenmerkt door een opmerkelijke achterstand in verschillende van de volgende domeinen:
  • de gesproken taal
  • de schoolvaardigheden
  • de motoriek, de aandacht
  • het geheugen, de uitvoerende functies
  • het gedrag, de auditieve of visuele perceptie
  • het visuospatieel functioneren
  • gehoorstoornissen
  • bepaalde taal-, spraak- of slikstoornissen
  • een hersenletsel zonder symptomen van dementie
  • een hersenverlamming

In de meeste gevallen moeten de rechthebbenden jonger zijn dan 19 jaar. Er is echter geen leeftijdsgrens voor rechthebbenden met bepaalde verworven neurologische aandoeningen, bepaalde gehoorstoornissen, bepaalde spraakstoornissen of een stotterprobleem.

Doelstelling revalidatie

De zorgprogramma's hebben precieze doelstellingen die afhankelijk zijn van het type van aandoening en de persoonlijke situatie van de zorggebruiker.

Over het algemeen streven ze vergelijkbare doelstellingen na:

  • de ernst van de symptomen en hun frequentie verminderen;
  • de behouden vaardigheden ontwikkelen, de patiënt leren ze te gebruiken om de handicap te compenseren;
  • de negatieve gevolgen van deze stoornissen verminderen en bijkomende handicaps voorkomen;
  • de patiënt en zijn naaste omgeving meer inzicht geven in de ziekte en haar gevolgen;
  • de levenskwaliteit van de patiënt en zijn naaste omgeving verhogen;
  • de sociale integratie van de patiënt bevorderen.

Aanbod

De centra voor ambulante revalidatie verstrekken hun zorg in de vorm van ambulante revalidatiesessies of, meer zelden, voor bepaalde aandoeningen, in de vorm van ambulante revalidatiedagen. Er bestaan diverse soorten sessies, afhankelijk van de aandoening en de noden van de zorggebruikers.  

De sessies kunnen er als volgt uitzien:

  • van variabele duur (tussen ½ uur en 2 uur, per schijf van ½ uur);
  • individueel of in een kleine groep;
  • verstrekt door één of meerdere therapeuten;
  • verstrekt aan de patiënt en/of één of meerdere van zijn familieleden;
  • bestemd voor de leerkrachten van bepaalde zorggebruikers.

De zorgprogramma's zijn multidisciplinair: ze worden verstrekt door gespecialiseerde artsen, psychologen, logopedisten, kinesitherapeuten of psychomotorische therapeuten, gespecialiseerde pedagogen enz. De revalidatievoorzieningen meten de regelmatig de evolutie van elke zorggebruiker met behulp van objectieve tests om te beslissen of het revalidatieprogramma moet worden voortgezet, gewijzigd of stopgezet.

Referentiecentra voor autisme (7.74.6)

Algemeen

De referentiecentra voor autisme kunnen die diagnose stellen bij personen die symptomen van een autismespectrumstoornis vertonen. Ze behandelen niet zelf, maar kunnen de behandeling coördineren van autistische personen bij wie zij of andere zorgverleners de diagnose hebben gesteld.

Doelgroep

Een kind, een adolescent of een volwassene kan in aanmerking komen voor een diagnoseprogramma door een gespecialiseerd centrum als: :

  • hij symptomen vertoont van een autismespectrumstoornis
  • hij het maximumaantal terugbetaalbare aantal sessies nog niet heeft  gehad.

Een persoon die een diagnose heeft gekregen van autismespectrumstoornis, door een referentiecentrum of enige andere bevoegde zorgverlener, komt in aanmerking voor een coördinatieprogramma voor behandeling van zijn autismestoornis.

Doelstelling revalidatie

De hoofddoelstellingen van een diagnoseprogramma zijn:

  • zo snel mogelijk een wetenschappelijke diagnose stellen (autisme, andere  mentale stoornis of afwezigheid van mentale stoornis)
  • concrete oplossingen voorstellen voor een 1e opname.
  • De hoofddoelstellingen van een coördinatieprogramma zijn:
  • de meest geschikte vorm van opname zoeken
  • de behandeling coördineren
  • het verloop van de stoornis volgen
  • de familiale en sociale omgeving informeren.

Aanbod

In het kader van een diagnoseprogramma voeren de referentiecentra voor autisme alle handelingen uit die nuttig zijn voor het stellen van een wetenschappelijk nauwkeurige diagnose.

Ze kunnen:

  • de resultaten van de al uitgevoerde onderzoeken verzamelen en bijkomende onderzoeken voorschrijven
  • gesprekken voeren met de persoon bij wie de diagnose moet worden gesteld en ook met de personen uit zijn omgeving
  • de persoon observeren in zijn leefomgeving
  • psychologische of andere onderzoeken laten uitvoeren.

Op het einde van het diagnoseproces stellen de referentiecentra centra 2 syntheseverslagen op: 1 voor de zorgverleners en 1 voor de patiënt of zijn/haar ouders. Ze verwoorden de diagnose in de termen van de 2 classificatiesystemen voor mentale stoornissen  die geldig zijn op internationaal niveau : het diagnostisch en statistisch handboek van psychische stoornissen (DSM) en de internationale classificatie van ziekten (ICD).
In het kader van een coördinatieprogramma voeren de referentiecentra de handelingen uit die gericht zijn op de best mogelijke behandeling van de autistische stoornissen.
Ze kunnen:

  • een interventieplan uitwerken op basis waarvan de autistische persoon kan worden verwezen naar de voor hem meest geschikte opnamemogelijkheid
  • de uitvoering van het interventieplan coördineren, in samenspraak met de naaste omgeving en de betrokken zorgverleners
  • de naaste omgeving en zorgverleners informeren over de vorm van autisme waaraan de patiënt lijdt, de gevolgen ervan en de doeltreffende interventies
  • een evolutiebilan opstellen en eventuele updates van de diagnose, evolutieverslagen opstellen.