Programmatie van diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg

Diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kunnen alleen erkend worden als er voldoende ruimte is in de programmatie. Het programma van de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg bestaat uit programmacijfers voor gezinszorg en evaluatiecriteria.

Programmacijfer

De programmatie voor de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg bestaat uit programmacijfers voor de uren persoonsverzorging en huishoudelijke hulp die verstrekt worden door de erkende diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg.

De programmacijfers worden per provincie en per gemeente vastgelegd op basis van de leeftijd van de inwoners:

  • per inwoner van de leeftijdsgroep tot 59 jaar: 0,62 uur per jaar;
  • per inwoner van de leeftijdsgroep vanaf 60 tot en met 64 jaar: 1,68 uur per jaar;
  • per inwoner van de leeftijdsgroep vanaf 65 tot en met 74 jaar: 4,58 uur per jaar;
  • per inwoner van de leeftijdsgroep vanaf 75 tot en met 84 jaar: 17,5 uur per jaar;
  • per inwoner van de leeftijdsgroep vanaf 85 jaar: 40 uur per jaar.

Voor de berekening van die programmacijfers gaan we uit van de bevolkingsprojecties voor het jaar volgend op het jaar waarop de programmatie betrekking heeft:

Evaluatiecriteria

De evaluatiecriteria voor de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg hebben betrekking op:

  • de realisatie van de programmacijfers;
  • het werkgebied van de dienst;
  • de datum waarop de ontvankelijke erkenningsaanvraag is ingediend;
  • de samenwerkingsverbanden met erkende woonzorgvoorzieningen of andere welzijnsvoorzieningen en vrijwilligersorganisaties.

Een aanvraag tot erkenning als dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg past in de programmatie als in elke regionale stad van het werkingsgebied van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg de realisatie van het programmacijfer gezinszorg lager is dan 85%.

De realisatie van het programmacijfer gezinszorg in de regionale steden, zoals gedefinieerd in de bijlage bij het Zorgregiodecreet van 23 mei 2003, en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voor de aanvragen van het werkjaar 2020, vindt u terug in het document met de pdf bestandinvulling van de programmatie voor gezinszorg in 2018 (30 kB).

Nieuwe diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg

De procentuele ruimte in de programmatie gezinszorg (niveau Vlaanderen en het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad) bepaalt hoeveel middelen van de uitbreiding er maximaal naar nieuwe diensten kunnen gaan. Als de invulling van de programmatie bijvoorbeeld 70% bedraagt, kan er maximaal 30% van de extra middelen voor gezinszorg naar nieuwe initiatieven gaan.

Als er geen extra middelen voor gezinszorg zijn, worden er ook geen nieuwe diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg erkend.

Als er meer aanvragen voor nieuwe diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg zijn dan dat er extra middelen beschikbaar zijn, wordt er gewerkt met prioritaire regio’s. Per regionale stad waarin de nieuwe dienst werkzaam zal zijn, worden er punten toegekend op basis van de invulling van de programmatie gezinszorg. Hoe lager de invulling van de programmatie, hoe lager de punten:

  • <50% = prioriteit 1 (1 punt);
  • >=50% en < 60% = prioriteit 2 (2 punten);
  • >=60% en <70% = prioriteit 3 (3 punten);
  • >=70% en <80% = prioriteit 4 (4 punten);
  • >=80% en <85% = prioriteit 5 (5 punten).

Aanvragen voor diensten die één regionale stad als werkgebied hebben, krijgen voorrang op aanvragen voor diensten met meerdere regionale steden als werkgebied.

Aanvragen met het laagste aantal punten komen eerst in aanmerking voor erkenning. Aanvragen met hetzelfde aantal punten worden behandeld in volgorde van datum van ontvankelijkheid. Bij een zelfde ontvankelijkheidsdatum, zal voorrang gegeven worden aan het initiatief met een groter aantal samenwerkingsverbanden met erkende woonzorgvoorzieningen of relevante welzijnsvoorzieningen en vrijwilligersorganisaties uit de betreffende regio.

Een nieuwe erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg ontvangt 15.390 uren in zijn eerste werkjaar.

Toekenning subsidiabele uren gezinszorg

De Vlaamse Regering legt elk jaar het totale aantal uren gezinszorg vast waarvoor subsidies gegeven kunnen worden (subsidiabele uren).

Toekenning urencontingent gezinszorg

De minister bepaalt jaarlijks per dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg het urencontingent voor gezinszorg. Dat is voor die dienst het maximale aantal uren gezinszorg dat in aanmerking komt voor subsidiëring.

Toekenning subsidiabele uren aanvullende thuiszorg

De Vlaamse Regering legt elk jaar het totale aantal uren aanvullende thuiszorg vast waarvoor subsidies gegeven kunnen worden (subsidiabele uren). 

Toekenning personeel aanvullende thuiszorg

De minister bepaalt jaarlijks per dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg het aantal vte logistiek personeel en het aantal vte doelgroepwerknemers (en tot en met 2015 ook het aantal vte gesco-personeel in de verschillende functiecategorieën), die in aanmerking komen voor subsidiëring.