Diensten voor thuisverpleging

Een dienst voor thuisverpleging groepeert een aantal thuisverpleegkundigen, die ofwel als werknemer voor de dienst zelf werken, ofwel als zelfstandige met de dienst samenwerken. Zo werken die verpleegkundigen beter met elkaar samen en kunnen ze elkaar helpen of afwisselen waar nodig.

Thuisverpleging gebeurt door verpleegkundigen. Een verpleegkundige kan medicijnen of inspuitingen toedienen, wonden verzorgen, palliatieve zorgen verlenen enz. De verpleegkundigen hebben ook aandacht voor gezins- en sociale omstandigheden.

Thuisverpleging is gericht op personen die verpleging nodig hebben, bijvoorbeeld nadat ze uit het ziekenhuis ontslagen zijn of herstellen van een ongeluk of aandoening.

Erkenning

Een dienst voor thuisverpleging kan een erkenning aanvragen bij Zorg en Gezondheid. De dienst moet dan wel voldoen aan de erkenningsvoorwaarden. Er bestaat geen programmatie voor de diensten voor thuisverpleging.

Kwaliteitsdecreet

Het kwaliteitsdecreet van 17 oktober 2003 wil de kwaliteit van de hulp en de zorg bevorderen door voorzieningen ertoe aan te zetten die kwaliteit voortdurend te bewaken en te verbeteren. Voor de diensten voor thuisverpleging is het decreet in werking getreden op 1 januari 2010.

Alle diensten voor thuisverpleging moeten:

Inspectie

Zorg en Gezondheid erkent diensten voor thuisverpleging. Om erop toe te zien dat een erkende dienst voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, kan er in de voorziening een inspectie uitgevoerd worden.

Die inspecties worden niet uitgevoerd door Zorg en Gezondheid, maar door Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

De inspecties gebeuren niet met een vaste regelmaat. Inspecties worden in principe altijd aangekondigd. Er kunnen echter ook onaangekondigde inspecties gebeuren, waarbij de inspecteurs een aantal specifieke erkenningsnormen bekijken. Dat is meestal naar aanleiding van een klacht of van tekorten in het jaarverslag.