Diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg

Een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg helpt u thuis met:

  • persoonsverzorging (wassen, aankleden, verzorging, enz.);
  • hulp in het huishouden (koken, wassen en strijken, enz.);
  • de schoonmaak van uw huis (poetsen, stof afnemen en stofzuigen, enz.);
  • soms ook oppas;
  • soms ook hulp bij karweitjes.

Wat doet een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg nog?

Sommige diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg hebben ook een of meer dagverzorgingscentra. Die dagverzorgingscentra worden vaak aangeduid met de term CADO, wat de afkorting is voor Collectieve Autonome DagOpvang. Alleen wie al gezinszorg of aanvullende thuiszorg krijgt van een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, kan terecht in een CADO. Een CADO is vergelijkbaar met een ander dagverzorgingscentrum, maar de persoonsverzorging, de huishoudelijke hulp en de psychosociale ondersteuning worden er verricht door verzorgende personeelsleden van de dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg. Een CADO is ook alleen maar open op weekdagen tussen 7 uur en 20 uur (niet op feestdagen), en de gebruiker betaalt er geen dagprijs zoals in andere dagverzorgingscentra, maar een prijs per uur (in 2018: 3,43 euro per uur; in 2019: 3,50 euro per uur).

De diensten rekenen voor hun hulp een prijs per uur aan. Vraagt u hulp aan zo’n dienst, dan zal een medewerker (een begeleidend personeelslid) bij u thuis langskomen voor een sociaal onderzoek:

  • uw zorgbehoefte;
  • uw familiale en sociale situatie;
  • uw woonsituatie (type woning, aanwezigheid sanitaire voorzieningen, huisdieren, enz.);
  • de hulp die u al ontvangt van een mantelzorger of een professionele hulpverlener.

Op basis van dat onderzoek bepaalt de medewerker van de dienst dan welke hulp en hoeveel hulp u juist nodig hebt. Het onderzoek wordt minstens elk jaar herhaald (minstens om de 2 jaar als u uitsluitend aanvullende thuiszorg krijgt), zodat de hulpverlening mee evolueert naarmate u meer of minder hulp nodig hebt.

Voor gezinnen met een drieling (of een tweede tweeling waarvan de leeftijd niet meer dan 18 maanden verschilt van de eerste) kunt u nog meer informatie vinden op een aparte pagina over meerlingenhulp.

Erkenning

Een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg kan, maar hoeft niet, erkend te worden door Zorg en Gezondheid.

Om een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg te laten erkennen, dient u een aanvraag in. Erkende diensten kunnen jaarlijks subsidies voor gezinszorg en subsidies voor aanvullende thuiszorg krijgen als daarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn. Diensten die subsidies ontvangen, moeten jaarlijks een financieel verslag bezorgen.

Kwalificatievereisten en inschrijving personeel

Personeelsleden moeten voldoen aan bepaalde kwalificatievereisten op het ogenblik dat ze in dienst treden bij een dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg. De dienst moet nieuwe personeelsleden ook eerst inschrijven bij Zorg en Gezondheid.

Kwaliteitszorg

Het kwaliteitsdecreet van 17 oktober 2003 wil de kwaliteit van de hulp en de zorg bevorderen door voorzieningen ertoe aan te zetten die kwaliteit voortdurend te bewaken en te verbeteren. Voor de diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg is het decreet in werking getreden op 1 januari 2010.

Alle diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg moeten:

Inspectie

Zorg en Gezondheid erkent en subsidieert diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg. Om erop toe te zien dat een erkende dienst voldoet aan de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden, kan er in de voorziening een inspectie uitgevoerd worden.

Die inspecties worden niet uitgevoerd door Zorg en Gezondheid, maar door Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

De inspecties gebeuren niet met een vaste regelmaat. Inspecties worden in principe altijd aangekondigd. Er kunnen echter ook onaangekondigde inspecties gebeuren, waarbij de inspecteurs een aantal specifieke erkenningsnormen bekijken. Dat is meestal naar aanleiding van een klacht of van tekorten in het jaarverslag.