Nieuwsbrief VIP² GGZ - juni 2018

Inhoudstafel

 


 

Voorwoord

De sector van de geestelijke gezondheidszorg voorziet om in 2018 de lopende indicatoren verder te meten en de bestaande peilingen te herhalen. We realiseren dit jaar opnieuw een hogere deelname bij onze voorzieningen en we rekenen ook nu op betere resultaten. We starten nog dit jaar met testmetingen voor nieuwe indicatoren, die ontwikkeld werden op maat van de verschillende voorzieningen en patiënten in onze sector. Zorgen voor relevante kwaliteitsmetingen binnen de diversiteit van de GGZ context blijft een continue uitdaging: het gaat om ondertussen in totaal 257 voorzieningen die zeer divers zijn qua o.a. doelgroep, case load, grootte, programma, personeel, structuur en organisatie. Om in al die diversiteit zinvol kwaliteit te meten, moeten er meer indicatoren op maat van elk type voorziening geïmplementeerd worden.

We maken bij de keuze voor die nieuwe indicatoren gebruik van een globaal referentiekader voor kwaliteit van zorg dat we in 2017 hebben ontwikkeld. Elk type voorziening in onze sector is uitgenodigd om de voor hen meest relevante indicatoren in de kwaliteitsdimensies van dat referentiekader te definiëren en te ontwikkelen. Van elk type voorziening zullen we de top drie in de loop van 2018 verder uitwerken en in een proefmeting testen. Op die manier verbreden we het initiatief naar alle voorzieningen van de sector en zorgen we tegelijk voor een kwaliteitsmeting op maat. Indicatoren over polyfarmacie, ziekenhuishygiëne, continuïteit van zorg, somatische zorg en opvolging, risicotaxatie, vrijheidsbeperkende maatregelen, betrokkenheid van de context, patiëntenparticipatie en outcome monitoring zijn maar enkele van de voorbeelden.

Met de oprichting van het Vlaams Instituut voor de Kwaliteit van Zorg (VIKZ) hopen we aan de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren in de GGZ bijkomende professionele ondersteuning te kunnen bieden. De Vlaamse Minister van Welzijn,Volksgezondheid en Gezin heeft er in 2018 een eerste, weliswaar bescheiden schijf van bijkomende middelen voor voorzien. Een deel van die middelen zal alvast besteed worden aan het E-platform waarop de resultaten van de kwaliteitsmetingen in de GGZ publiek kunnen gemaakt worden.

Tot slot wensen we via deze weg iedereen van harte te danken voor de medewerking die we elke dag opnieuw krijgen voor dit project, in de peilingen, bij de audits en in de aanlevering van de diverse data.

Naar boven

Woordje van de data-analist

a) Stand van zaken reguliere programma 2018

Het project VIP² GGZ heeft zijn start in 2018 niet gemist. Van de vier indicatoren en peilingen werden er reeds twee gemeten (namelijk de inzet van ervaringsdeskundigen en de Vlaamse Patiëntenpeiling), één wordt er in juni gemeten (volledigheid van suïcidepreventiebeleid) en één is er gepland in het najaar (volledigheid van geneesmiddelenvoorschrift). Ondertussen wordt er binnen verschillende ontwikkelingsgroepen ook gewerkt aan nieuwe indicatoren voor specifieke deelsectoren.

Eind februari werden de gegevens opgevraagd over de inzet van ervaringsdeskundigen binnen alle deelnemende GGZ voorzieningen. Aan deze peiling namen 52 voorzieningen deel, 75% van deze deelnemende voorzieningen gaf aan met minstens 1 ervaringsdeskundige te werken. In de lijn van voorgaande bevragingen werden deze personen voornamelijk ingezet op beleidsmatig niveau, minder op proces niveau, en in eerder beperkte mate op individueel niveau.

De Vlaamse Patiëntenpeiling werd ook afgenomen in de periode van 6/3 tem 15/4 met de mogelijkheid om iets langer te meten om zo tot voldoende metingen te komen. Voor deze peiling konden we ook op een groot sectoraal enthousiasme rekenen, en gaven 78 voorzieningen hun engagement om patiëntenervaringen te bevragen aan de hand van dit gevalideerde instrument. Deelnemende voorzieningen dienden hun gegevens op te laden tegen eind mei. Voorzieningen die dit tijdig deden kunnen een confirmatierapport verwachten in de eerste helft van juni.

In de maand juni vinden voor alle sectoren de audits “suïcidepreventiebeleid” plaats. Er was ook een groot enthousiasme voor deze indicator binnen het domein van Patiëntenveiligheid. De toewijzing van welke auditoren naar waar gaan was net zoals vorig jaar een leuke puzzel om te maken, maar elke voorziening weet ondertussen waar te gaan auditen en welke voorzieningen er bij hen op bezoek komen. Ook hier wil ik nog eens vragen de gegevens tijdig op te laden (lees: nadat de auditoren zijn langsgekomen, doe dit samen met hen), zodat er tijdig confirmatierapporten kunnen worden opgemaakt.

In het najaar (oktober-november) vinden de audits “volledigheid van het geneesmiddelenvoorschrift” plaats in de ziekenhuisapotheken van de psychiatrische ziekenhuizen. De toewijzing van de auditoren van deze audits worden ook doorgegeven begin dit najaar.

b) Stand van zaken nieuwe kwaliteitsindicatoren

Naast het reguliere programma wordt er achter de schermen hard gewerkt om het programma van VIP² GGZ verder uit te breiden. Om tot nieuwe kwaliteitsvolle indicatoren te komen, moeten een aantal essentiële, niet eenvoudige stappen doorlopen worden. Kwaliteitsindicatoren worden binnen het VIP² GGZ project ontwikkeld in kleinere werkgroepen, genaamd de ontwikkelingsgroepen. Deze worden gevraagd een voorstel tot indicator-fiche in te vullen en voor te leggen aan het Bureau VIP² GGZ. Momenteel zijn er verschillende groepen zo aan het werk, al dan niet sector-overschrijdend.

Binnen de groep Patiëntenveiligheid werkt men momenteel aan de operationalisering van een kwaliteitsindicator met betrekking tot het gebruik van benzodiazepinegebruik binnen de psychiatrische ziekenhuizen. Daarnaast werd ook de indicator Handhygiëne, die al enkele jaren loopt binnen het zusterproject VIP² AZ, voorgesteld als indicator binnen de psychiatrische ziekenhuizen. Na oproep tot deelname aan deze piloottest waren er 9 enthousiaste ziekenhuizen die hun engagement gaven om zowel een externe (peer) audit uit te voeren, alsook een interne meting te organiseren in hun eigen ziekenhuis. Deze externe audits werden gemeten in de periode van 8 mei tot en met 8 juni. Evaluaties zullen achteraf gemaakt worden door de ontwikkelingsgroep om te kijken hoe het verdere traject van deze indicator zal zijn.

De tweede groep die momenteel aan het werk is, is de groep van Betrekken van de context. Deze werkt momenteel aan een structuurindicator die zal nagaan of de basisvoorwaarde voor een goed beleid met betrekking van de context in het herstel van de patiënt wordt opgemaakt. In de zomerperiode zullen een beperkt aantal voorzieningen uitgenodigd worden om deel te nemen aan deze pilootmeting om dan in de loop van 2019 hopelijk een sectorbrede meting te kunnen organiseren (zie hieronder meer).

Daarnaast zijn er ook nog verschillende sectorspecifieke ontwikkelingsgroepen bezig om kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen die specifiek zijn bij voor hun dagelijkse werking. Zo is er de werkgroep van de Centra Geestelijke Gezondheidzorg die momenteel werken aan de indicator rond netwerkvorming en rond behandelplannen (zie hieronder). De ontwikkelingsgroep van de Centra Ambulante Revalidatie zijn volop bezig met zich te organiseren en te bepalen waar de eerste set van indicatoren zich zal op focussen (zie hieronder). Tenslotte wordt er in het najaar een werkgroep opgericht die kwaliteitsindicatoren zal ontwikkelen specifiek voor afdelingen en voorzieningen die werken met patiënten met verslavingen.

Naar boven

Verslag Forum

Via onderstaande links kan je het verslag en de PowerPointpresentatie van het Forum VIP² GGZ (2 februari 2018) downloaden.

Naar boven

 

Betrekken van de context

Door Kim Steeman


De VIP² GGZ ontwikkelingsgroep ‘betrekken van de context’ die onder impuls van het Familieplatform sinds midden 2017 terug is opgestart, stelt na verschillende overlegmomenten najaar 2017 en voorjaar 2018 een structuurindicator ‘betrekken van de context’ voor.

De laatste jaren werd, zowel in Vlaanderen als internationaal, het betrekken van familie en naastbetrokkenen (*) bij de zorg aan cliënten als basisprincipe binnen de geestelijke gezondheidszorg centraler gesteld. Familie wordt niet langer bekeken als een verre sociale context van de cliënt maar als een volwaardige partner binnen de zorg of de behandeling. Familieparticipatie is belangrijk omdat de psychische kwetsbaarheid zich vaak binnen een familiecontext ontwikkelt, en deze ook het verloop mee kan bepalen. Daarbij ervaart de familie ook de belasting van de zorg voor een familielid met geestelijke gezondheidsmoeilijkheden (HGR, 2016). Bovendien levert het betrekken van familie bij de zorg een duidelijke kwaliteitswinst op.

Door de ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren gericht op familieparticipatie wil de ontwikkelingsgroep ‘Betrekken van de context’ aan de zorgvoorzieningen een stimulans geven om op een gestructureerde wijze in te zetten op familieparticipatie. Het werken met kwaliteitsindicatoren kan ertoe bijdragen dat familieparticipatie en -beleid verankerd wordt in de werking van de zorgvoorzieningen doordat de gewenste situatie gedefinieerd wordt en de geboden zorg continu geëvalueerd wordt.

Met onze indicator peilen we naar de aanwezigheid van een aantal deelaspecten of detailindicatoren die ervaren worden als basisvoorwaarden voor een familiebeleid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • het vermelden van context in de algemene missie van een zorginstantie;
  • het hebben van een ambitie- of visietekst m.b.t. familieparticipatie;
  • het hebben van richtlijnen omtrent beroepsgeheim;
  • richtlijnen omtrent omgaan met klachten van familie;
  • peiling naar familietevredenheid.

Na goedkeuring op het bureau zal dit voorstel tot indicator in het najaar getest worden in een validatieoefening bij enkele specifieke GGZ-sectoren. Doel is om van hieruit tot een finale indicator te komen om begin 2019 een brede meting te doen vanuit VIP² GGZ.

(*) ‘Familie’ wordt door het Familieplatform GG gedefinieerd als een containerbegrip, in overeenstemming met het gebruik ervan in relevante literatuur (LPGGz, 2011; LPGGz, 2016; van Schooten, Beersen, & Berg, 2011): alle personen die een sociale en emotionele band hebben met de gebruiker met de zorggebruiker (dit kan gaan om ouder, broer/zus, partner, dochter/zoon, vriend, buddy, ..) en die deel uitmaken van de zorg, met verschillende mogelijke rollen zoals informele zorgverlener, mantelzorger of zorgvrager. Verder gebruiken we de term ‘familie’ of ‘context’.

Naar boven

CAR

Door Steven Willekens


De centrale doelstelling van de Centra voor Ambulante Revalidatie (CAR) is, al meer dan 40 jaar, het verhogen van de maatschappelijke inclusie en participatie van personen met diverse complexe ontwikkelingsstoornissen, gehoorstoornissen en hersenletsel. De revalidatie omvat interdisciplinaire diagnostiek en behandeling en gebeurt telkens ambulant en door een multidisciplinaire equipe. In totaal werken er ruim 2000 personeelsleden met uiteenlopende specialisatie in de sector.

De Centra voor Ambulante Revalidatie dragen kwaliteitsvolle zorg al decennialang erg hoog in het vaandel. Ieder CAR werkt hard aan de kwaliteitsontwikkeling in het eigen centrum, maar ook op sectorniveau zijn er tal van initiatieven die de kwaliteit van de sector garanderen. In Vlaanderen werken de CAR hiervoor nauw samen met SIG vzw, een vormingsorganisatie die mede door de sector in het leven werd geroepen. In samenwerking met universiteiten en hogescholen wordt er de vinger aan de pols gehouden van wetenschappelijke ontwikkelingen en via een adviesraad vorming en opleiding worden recente ontwikkelingen vertaald naar de werkvloer via gespecialiseerde vorming voor het personeel. Daarnaast ontmoeten medewerkers uit de hele sector elkaar in intervisiewerk­groepen rond specifieke thema’s om expertise op te bouwen, good practices te delen en kwaliteits­kenmerken uit werken. Vaak sluiten wetenschappers uit de academische wereld hierbij aan.

Sinds 1 juli 2014 is Vlaanderen bevoegd voor het beleid van de Vlaamse Centra voor Ambulante Revalidatie. Als ‘nieuwe’ Vlaamse speler in de Geestelijke Gezondheidszorg engageert de sector van de CAR zich nu ook actief in het Vlaams Indicatorenproject voor Professionelen en Patiënten in de Geestelijke Gezondheidszorg. Eind 2017 sloot een vertegenwoordiger van de sector aan bij het Bureau van VIP2-GGZ en in het voorjaar van 2018 werd een werkgroep kwaliteit opgericht binnen de sector om zich te buigen over de ontwikkeling van sectorspecifieke kwaliteits­indicatoren om de kwaliteit meetbaar te maken en benchmarking mogelijk te maken.

Daar wij kwaliteit in de sector erg serieus nemen, wensen we ook dit project grondig en onderbouwd aan te pakken. De werkgroep ging dan ook in eerste instantie van start met het identificeren van de prioritaire domeinen om indicatoren voor te ontwikkelen. Deze domeinen moeten nauw te maken hebben met de centrale doelstelling van onze sector en effectief een indicatie geven over de kwaliteit. We willen immers meten om te weten en weten om de kwaliteit nog te verhogen waar mogelijk. Het ontwikkelen van valide en relevante indicatoren zal geen eenvoudige opdracht worden, maar de zin om ons hierin vast te bijten is absoluut aanwezig.

Naar boven

CGG

Door Lieve Van Den Bossche


Kwaliteit van zorg is ook voor de CGG-sector een belangrijk aandachtspunt. De CGG zijn reeds enige tijd zelf gestart met een denkoefening rond en het schetsen van een gemeenschappelijk kader met betrekking tot het gebruik en het ontwikkelen van indicatoren voor kwaliteit van zorg binnen de CGG. De focus lag hier op het zoeken naar concrete indicatoren voor kwaliteit van zorg die overheen het CGG-landschap gehanteerd zouden kunnen worden. Dit om een positief en werkbaar antwoord te formuleren op de vraag hoe indicatoren tot kwaliteitsverbetering kunnen leiden.

De doorstart die bij het VIP²GGZ- project werd genomen door ook met sectorspecifieke ontwikkelingsgroepen te werken die kwaliteitsindicatoren kunnen ontwikkelen die relevant zijn voor hun dagelijkse werking, was voor de CGG het uitgelezen moment om het reeds zelf gestarte werk te laten inhaken op het VIP²GGZ-gebeuren. De krachten vanuit beide koepels werden gebundeld en omgeturnd tot een ontwikkelgroep VIP²GGZ-CGG die maandelijks samenkomt.

Momenteel wordt hard gewerkt aan het uitwerken en uitpuren van indicatoren ifv netwerkvorming en behandelplannen. Om tot goede zorg te komen, is het van belang om zicht te hebben op zowel het voortraject, de parallelle zorg als oog te hebben voor de vervolgzorg. Het is dan ook zinvol om een set van indicatoren te ontwikkelen rond netwerk/keten van zorg, zeker gezien de maatschappelijke evoluties en het steeds groter belang van netwerking en netwerken. Het behandelplan is een onderdeel van de kernprocessen van de CGG. De aanwezigheid en het gebruik van een ‘behandelplan’ maakt meer en meer deel uit van een kwaliteitsvolle professionele geestelijke gezondheidszorg. Voor de CGG-sector is een behandelplan het document dat op een systematische manier de neerslag weergeeft van het proces van zorgtoewijzing, de opvolging en de bijsturing van het zorgproces van een patiënt(systeem), zoals het tot stand komt in wederzijds overleg tussen patiënt(systeem) en CGG.

In afwachting van de uitrol van het vernieuwde patiëntendossier (EPD 2.0) dat zal rond zijn voorjaar 2019, is het voorbereidend werk volop aan de gang om daarna zo snel mogelijk effectief aan de slag te kunnen gaan. Niettemin we een sectorspecifieke ontwikkelgroep voor de CGG gestart zijn, hebben we evengoed oog voor de gemeenschappelijkheden met belendende GGZ-sectoren. Zo is er een actieve participatie afgesproken vanuit de CAR-sector om zo tot een goede wisselwerking en kruisbestuiving te kunnen komen.

Naar boven

Mental health improvement network 2018

Verslag Amsterdam - door Patrick Cockelaere

Op 2 mei 2018 verzamelden 139 deelnemers in Amsterdam vanuit diverse landen: UK, New Zealand, Singapore, Denmark, Nederland, België,.. voor een uitwisseling van ervaringen en het delen van de good practices waaronder vijf personen uit Vlaanderen. 11 personen kregen de gelegenheid om de eigen ervaringen kort toe te lichten voor de collega’s in een quick fire presentatie. Het was de bedoeling om in vijf minuten bondig de essentie van de ervaringen mee te geven aan de toehoorders met de mogelijkheid voor een korte vraagstelling. Voor Vlaanderen heeft Jimmy Swaelens, inspecteur bij de administratie zorg en inspectie een toelichting gegeven over het inspectiesysteem bij de Vlaamse overheid en Ariane Ghekiere heeft het VIP² GGZ project uit de doeken gedaan.

Na de lunch hebben drie sprekers uitgelegd hoe ze patiënt participatie in de geestelijke gezondheidszorg hebben uitgebouwd vanuit ervaringsdeskundigheid. Onder hen was Geert Rogiers van OPZ Rekem aan de beurt om de herstelvisie en de betrokkenheid van de patiënt bij zijn/haar behandelproces te verduidelijken.

Als derde luik werden een worldcafé georganiseerd met een doorschuifsysteem rond tafels met een specifiek onderwerp zoals: kwaliteitsindicatoren in de GGZ, samenwerking tussen verschillende actoren in de GGZ, fysieke gezondheid, beperking van dwangmaatregelen, … De uitwisseling toont aan dat veel aandacht is voor allerhande verbeterprocessen in de geestelijke gezondheidszorg wereldwijd met een grotere focus op het versterken van de patiëntenrol in de behandeling en verzorging.Volgend jaar zal het netwerk georganiseerd worden in Glasgow.

Naar boven

De ervaring van een voorziening die deelgenomen heeft aan de VPP

Door Laura Jame en Ariane Ghekiere

Vragen Riet Fonteyne, PZ Asster

 

1) Kan je wat uitleg geven over het ziekenhuis waarin je werkt?
Ik ben tewerkgesteld binnen vzw Asster, bestaande uit een psychiatrisch ziekenhuis (PZ Asster) en een psychiatrisch verzorgingstehuis (De Passer) te Sint-Truiden, Limburg. Het psychiatrisch ziekenhuis "Asster" telt 581, door de Vlaamse overheid erkende, bedden en is ontstaan uit een fusie van het PZ Sancta Maria en het PC Ziekeren. Het psychiatrisch verzorgingstehuis “De Passer” telt 120 bedden. Per jaar worden er een 2000-tal opnames gerealiseerd. Ons zorgaanbod richt zich tot alle leeftijdsgroepen en wordt aangeboden in diverse gespecialiseerde zorgclusters verspreid over twee campussen: Campus Stad en Campus Melveren.

2) Wat is jouw functie in het ziekenhuis?
Mijn functie is manager kwaliteit en patiëntveiligheid. Samen met drie stafmedewerkers kwaliteit werk ik aan verschillende kwaliteitsthema’s, waaronder de correcte opvolging van auditverslagen van Zorginspectie, het federale contract "Coördinatie Kwaliteit en Patiëntveiligheid", deelname aan het Vlaams Indicatoren Project voor geestelijke gezondheidszorg, de uitwerking van het elektronisch patiëntendossier, ... Daarnaast is Asster, als eerste psychiatrisch ziekenhuis binnen België in mei 2017 gestart met een certificeringstraject bij Planetree (www.planetree.nl). Samen met Evi Schroyen coördineer ik dit traject waarbij mensgerichte zorg voorop staat.

3) Wat is voor jou de meerwaarde van het meten van patiëntenervaringen?
Asster heeft ervoor gekozen om niet te kiezen voor de klassieke accreditatiebureaus zoals NIAZ of JCI, maar om in te tekenen bij Planetree. Planetree is een internationaal certificeringsbureau dat expliciet inzet op kwalitatieve én mensgerichte zorg. De patiënt wordt binnen Asster centraal gesteld. In dit opzicht is het voor ons uiteraard zeer belangrijk om zicht te krijgen op de ervaringen van onze patiënten. Daarom hebben we in juni 2017 een reeks focusgroepen georganiseerd waar de onafhankelijke auditors van Planetree 144 patiënten, bewoners, naasten van onze patiënten en bewoners, en medewerkers uit alle lagen van de organisatie (zowel zorg- als zorgondersteuning) via semigestructureerde interviews bevraagd werden over onze kwaliteit van zorg.

Daarnaast vinden we de meer kwantitatieve data over onze patiëntervaringen uiteraard ook belangrijk. Zo nemen we jaarlijks deel aan de Vlaamse PatiëntenPeiling. Op deze manier kunnen we als lerende organisatie ook opvolgen of onze inspanningen resulteren in het gewenste effect, namelijk goede en menselijke zorg. Tegen het eind van dit jaar willen we daarom ook bij ontslag elke patiënt en bewoner de mogelijkheid geven om de vragenlijst (cf. Vlaamse PatiëntenPeiling) van de Vlaams Indicatoren Platform in te vullen. Elke stemt telt.

4) Wat hebben jullie geleerd uit de afgelopen metingen?
Enerzijds hebben we geleerd dat we het zeker niet slecht doen binnen Asster. De benchmarking waarbij we onze resultaten kunnen vergelijken met soortgelijke voorzieningen binnen de sector zijn voor ons hierin een grote meerwaarde. Daarnaast merken we dat we, ondanks vele inspanningen, op bepaalde domeinen (ook als sector) wel nog wat werk hebben. Zo scoren we bijvoorbeeld niet zo goed op het geven van informatie over de kosten van een opname. In realiteit gebeurt dit via verschillende diensten binnen ons ziekenhuis, alleen blijkt duidelijk dat onze inspanningen onvoldoende tot uiting komen bij onze patiënten. Hierdoor gaan we nadenken over bv. de tijdstippen wanneer patiënten en bewoners deze informatie krijgen (cf. bij een opname, vaak een moeilijk moment voor onze patiënten en bewoners) en kunnen we op zoek gaan naar extra alternatieven om hier een voelbare verbetering in te realiseren.

5) Hoe pakken jullie de meting praktisch aan?
Hoe worden de vragenlijsten uitgedeeld en hoe bereid je je hier op voor? De dienst kwaliteit zorgt binnen Asster voor de praktische ondersteuning. Dit betekent concreet dat we een aantal afspraken maken met de afdelingen waarop wij langskomen met de bevraging en patiënten en bewoners ondersteunen indien nodig. Dit is voor ons een grote tijdsinvestering. Asster heeft 22 afdelingen die we tijdens de bevraging twee tot driemaal bezoeken. Toch blijf ik onze ondersteuning hierin erg belangrijk vinden. Doordat we geen lid zijn van het team, maakt dat patiënten en bewoners in alle veiligheid de vragenlijsten kunnen invullen en hulp durven vragen wanneer ze dit wensen. Als manager ga ik zelf ook regelmatig zelf naar de afdelingen voor de afname van de Vlaamse PatiëntenPeiling. Hierdoor heb ik enerzijds zicht op de moeilijkheidsgraad van de bevraging voor bepaalde populaties en anderzijds ben ik beschikbaar voor een informeel gesprek met de bewoners en patiënten over onze kwaliteit van zorg.

Qua verdere voorbereiding zorgen we ook voor informatie voor onze patiënten en bewoners. We voorzien bijvoorbeeld posters voor de afdelingen met daarop wat uitleg over de Vlaamse PatiëntenPeiling: de doelstelling, de vrijblijvendheid, de garantie van anonimiteit, de momenten waarop de men de bevraging kan invullen,… Indien gewenst kunnen patiënten en bewoners ook een exemplaar krijgen dat men op een later moment kan invullen.

Veiligheid voor de patiënt staat voorop. Samen met de vragenlijsten krijgen alle patiënten en bewoners daarom altijd een uitgebreide brief met informatie en een extra afsluitbare enveloppe geadresseerd aan de dienst kwaliteit. Wij verzamelen alle vragenlijsten steeds onder gesloten enveloppe. Dit maakt dat ook niemand de antwoorden van de patiënten en bewoners kan inkijken.

6) Hoe verhogen jullie de responsgraad?
Welke responsgraad bereiken jullie nu? Bij de meeting in 2018 hebben 334 patiënten en bewoners deelgenomen aan onze bevraging. Dit is bijna 70% van de patiënten en bewoners die effectief in aanmerking komen voor deelname. Deze goede resultaten zijn voornamelijk te wijten aan de enorme inspanningen van onze afdelingshoofden en medewerkers op de afdelingen die onze patiënten voldoende informeren, motiveren en ondersteunen in de deelname (rekening houden met therapieschema’s, zorgen voor een tas koffie, reclame maken tijdens een dagopener, ...).

7) Wat doen jullie met de resultaten van deze peiling?
Aan wie wordt de informatie bekend gemaakt? Alle afdelingen met minimaal 15 deelnemende patiënten en/of bewoners krijgen van de dienst kwaliteit een overzicht van hun persoonlijke resultaten. Daarnaast worden de resultaten van de Vlaamse PatiëntenPeiling op ziekenhuisniveau beschikbaar gesteld via ons intranet voor alle medewerkers binnen Asster. Ook op onze website plaatsen we informatie voor patiënten, bewoners en andere geïnteresseerden. Tenslotte worden de (ziekenhuis-brede) resultaten ook besproken in onze overlegorganen zoals het comité kwaliteit of het operationeel comité waar zowel afdelingshoofden als diensthoofden aan deelnemen. Op basis van de resultaten worden er dan één of meerdere actiepunten geselecteerd.

8) Welke moeilijkheden ondervond je met de peiling te organiseren en hoe hebben jullie dit proberen op te lossen?
Iets waar we toch wel op blijven botsen is een te hoge moeilijkheidsgraad van de Vlaamse PatiëntenPeiling voor een bepaald deel van onze patiënten en bewoners. Dit maakt dat we voor bepaalde doelgroepen geen resultaten of benchmarking kunnen aanbieden. Dit betreuren we natuurlijk enorm. Ieders ervaring is immers belangrijk. Daarnaast is de Vlaamse PatiëntenPeiling ook niet geschikt voor bepaalde populaties zoals kinderen. Daarom dat we binnen Asster aangepaste vragenlijsten (willen) ontwikkelen voor deze populaties, geïnspireerd door de Vlaamse PatiëntenPeiling. Onze droom is dat deze vragenlijsten ook hun weg kunnen vinden naar andere voorzieningen zodat we deze ook kunnen valideren.

Meer informatie

Naar boven

Save the date

Uitwisselingsmoment VPP -  Delen van good practices (Laura Jame)
27 september 2018 om 13u

  • Hoe integreer je de resultaten van de Vlaamse Patiënten Peiling in het kwaliteitsbeleid van je voorziening en koppel je er verbeteracties aan?
  • Hoe stap je van meten van patiëntenervaringen over naar verbeteren van patiëntervaringen?
  • Hoe kunnen de resultaten geanalyseerd en weergegeven worden?
  • Hoe communiceer je transparant over de resultaten van de VPPeiling met patiënten en personeel?
  • Hoe laat je de registratie van de gegevens zo praktisch mogelijk verlopen?
  • Hoe motiveer je personeel om te meten? Hoe zorg je voor een hoge responsgraad?

Naar aanleiding van de derde meting van de VPPeiling GGZ nodigt het Vlaams Patiëntenplatform de deelnemende GGZ-voorzieningen uit om good practices met elkaar te delen op een uitwisselingsmoment op 27 september 2018. Het Vlaams Patiëntenplatform krijgt veel vragen over hoe je kwaliteit kan meten en hoe je de ervaringen van patiënten kan verbeteren. Niemand kan hier een beter antwoord op geven dan de voorzieningen die zich hier ieder jaar opnieuw voor inzetten!

We laten van elke deelsector een voorziening aan het woord die graag hun goede praktijken willen delen. Het exacte programma wordt nog meegedeeld.

Praktisch
  • Voor wie? Alle deelnemers aan de meting van de VPPeiling GGZ 2018
  • Wanneer? Donderdag 27 september 2018
  • Hoe laat? Van 13u tot 15u. We sluiten af met een drankje.
  • Waar? Lokalen Vlaams Patiëntenplatform (Groenveldstraat 15, 3001 Heverlee)

Om praktische redenen is inschrijven op voorhand verplicht.
Inschrijven kan tot 20 september bij Laura Jame via laura.jame@vlaamspatientenplatform.be of op het telefoonnummer 016 23 05 26.

Forum VIP²
12 oktober 2018

Het volgend Forum VIP² GGZ is gepland op 12 oktober in de voormiddag. Het volgend Forum VIP² GGZ is gepland op 12 oktober in de voormiddag en vindt opnieuw plaats in Brussel. De concrete agenda van deze bijeenkomst volgt nog.

Naar boven

 

Save the date

27 september 2018
Uitwisselingsmoment VPP Delen van good practices

12 oktober 2018
Forum VIP² GGZ

Meer info onderaan in deze nieuwsbrief.

Contact

Vragen, opmerkingen of suggesties bij het VIP² GGZ project?

Of wil je meewerken aan de ontwikkeling van nieuwe indicatoren?

Email naar kwaliteit@zorg-en-gezondheid.be