Nieuwsbrief over de reorganisatie van de eerstelijn (oktober 2018)

Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen:

Vlaams minister Jo VandeurzenZelfstandige zorgverstrekkers zijn een essentieel deel van de eerstelijnszorg in Vlaanderen. In de manier waarop het zorglandschap vandaag vorm krijgt, in functie van de zorgvragen, wordt de samenwerking tussen hen van primordiaal belang. Veel zorgverstrekkers werken al op uiteenlopende wijze met elkaar samen, maar willen we de uitdagingen in de sector effectief aanpakken, moet dat ook gebeuren met gezamenlijke doelstellingen op basis van een gemeenschappelijke visie en missie. Een samenwerkingsverband moet zijn waarden bepalen vooraleer het met een stappenplan ook praktisch aan de slag gaat, wil het niet nodeloos energie en momentum vergaren. 

In Vlaanderen kennen we al voorbeelden waar opverbinding wordt ingezet om betere zorg en ondersteuning te bewerkstelligen. Die voorbeelden kunnen in andere regio’s de samenwerking en afstemming op verschillende niveaus stimuleren: op het niveau van de praktijkvoering, op het niveau van de bevolking per eerstelijnszone, op het niveau van het soort zorg en ondersteuning en op het niveau van de brede Vlaamse expertiseontwikkeling in het Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn (VIVEL).

Het heeft allemaal tot doel de evolutie naar een integrale en geïntegreerde aanpak te bevorderen. 

De beweging daarnaartoe die nu is ingezet, is in de huidige tijd van noodzakelijke hervormingen de logica zelve en maakt al gauw haar (toekomstige)meerwaarde voor álle zorgaanbieders zichtbaar. 

Edito

Programmamanager voor de reorganisatie Stef Steyaert:

Programmamanger voor de reorganisatie Stef Steyaert van het bedrijf Levuur

Als u dit leest, hebben alle eerstelijnszones in Vlaanderen hun formele kick-off gehad. Alweer een belangrijke mijlpaal. En ja, het loopt niet altijd van een leien dakje. Naargelang de specifieke context, bijvoorbeeld waar er al historische samenwerkingen bestaan, zijn er zones die iets vlotter van start gaan dan andere. Maar gezien de schaal en breedte van een eerstelijnszone, moet men overal door een fase van elkaar leren kennen en vertrouwen opbouwen. En dat vergt tijd en aanpassingsvermogen.

En die tijd is beschikbaar. Zoals u verder in deze nieuwsbrief kan lezen (Tijdslijn nieuw eerstelijnsdecreet) is de goedkeuring van het nieuwe decreet door het Vlaamse parlement voorzien medio 2019. Daarna zullen we de richtlijnen en sjablonen communiceren voor de erkenningsaanvragen van de (definitieve) Zorgraden. De indieningsdatum die we momenteel voorzien is 31/12/2019. Er is m.a.w. voldoende tijd om te investeren in kennismaken, het formuleren van inhoudelijke prioriteiten en door dit alles ook het opbouwen van vertrouwen.

Vertrouwen dat nodig is om de samenwerking tussen welzijn en zorg, toch één van de cruciale hoekstenen van de reorganisatie van de eerstelijnszorg, mogelijk te maken. Er is een ontzettend groot draagvlak voor deze noodzakelijke beweging naar échte integrale zorg en ondersteuning. Maar om dit in de praktijk met elkaar te realiseren, is meer nodig dan een geloofsbelijdenis. De 2 sectoren spreken niet altijd dezelfde taal, kijken op een verschillende wijze naar mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, hebben andere verwachtingen m.b.t. vergaderen, samen beslissingen nemen, waarderen van de geïnvesteerde tijd …

We ontvangen de laatste weken signalen dat vooral zelfstandige zorgverstrekkers nog wat afwachtend zijn t.a.v. de processen die momenteel in de eerstelijnszones worden opgestart. Loont het de moeite om er hun (kostbare) tijd in te investeren? Wat zal dan precies de meerwaarde zijn? Is het niet meer van hetzelfde: oude wijn in nieuwe zakken van een overheid die altijd maar nieuwe dingen in de wereld wil zetten (en dé overheid wordt dan gemakshalve op één grote hoop gegooid)? Het is (té) veel praten en (té) weinig doen, terwijl er een behoefte is om zaken te realiseren om net op het terrein die integrale zorg te gaan realiseren. 

En hoewel we al heel mooie voorbeelden van samenwerking zien, horen we hier en daar ook verhalen waar één van de stakeholders een erg dominante rol claimt. Die beschouwt zichzelf dan als de unieke spil waar zorg- en ondersteuningsprocessen om draaien. Maar goede, geïntegreerde zorg betekent dat alle partners samenwerken met respect voor ieders competenties en bijdrage.

Om al deze redenen willen we in deze nieuwsbrief even stilstaan bij het grote belang van de betrokkenheid van zelfstandige zorgverstrekkers bij de reorganisatie van de eerste lijn. Hilde Deneyer, voorzitter van het overleg zelfstandige zorgverstrekkers binnen de Federatie van Vrije Beroepen, en Roel Van Giel, voorzitter Domus Medica, delen hun visie in een kort interview. Daarnaast hebben we ook een reeks korte getuigenissen van zelfstandige zorgverstrekkers die vandaag actief zijn in veranderteams en –fora. We duiden de positie van de Vlaamse overheid m.b.t. het al dan niet uitbetalen van zitpenningen. Tot slot geven we enkele woorden uitleg bij een opleidingspakket over hoe de toekomstige Zorgraden zich moeten richten naar zelfstandige zorgverstrekkers.

We wensen u veel leesplezier.

Stappen in de goedkeuring van het nieuwe eerstelijnsdecreet
tijdschema eerstelijnsdecreet
De Sociale Kaart stelt zich voor

Heb je graag een duidelijk overzicht van organisaties uit zorg en welzijn in de omgeving van uw praktijk? Zoek je een woonzorgcentrum, kinderopvang, huisarts, verpleegkundige, kinesitherapeut, diëtist.. voor personen met een zorgnood? Om snel passende hulp te vinden, is www.desocialekaart.be een objectieve, accurate en betrouwbare website.

De gegevens van de organisaties van de verschillende zorgaanbieders in Vlaanderen en Brussel worden er verzameld in één gestructureerde databank. Per organisatiefiche vind je contactgegevens, kwalitatieve informatie zoals algemene werking, doelgroep, openingsuren,…

Jouw praktijkgegevens op de Sociale Kaart?

  • De Sociale Kaart wordt gratis en zonder enig commercieel oogmerk aangeboden. De zoekopdrachten worden objectief ingevoerd en resultaten worden neutraal en volgens de wettelijke kaders gepresenteerd. De gegevens worden niet doorgegeven, tenzij hiervoor vooraf uitdrukkelijk de toestemming werd gegeven.
  • Na de registratie kan een zorgverlener zijn gegevens op elk ogenblik aanvullen, corrigeren of verwijderen via de lokale beheerder (SEL of LMN). In de toekomst kunnen zorgverleners het beheer zelf opnemen.
  • Jouw eerstelijnszone zal indien je dit wenst ook op basis van deze gegevens contact met jou kunnen opnemen.

Ben je zelf nog niet opgenomen in de databank of ontbreken andere organisaties/zorgverstrekkers volgens jou? Neem dan contact op met desocialekaart@vlaanderen.be of contacteer de medewerkers in je eerstelijnszone.

Tips en tricks om zelfstandige zorgverleners te motiveren voor en te betrekken bij je eerstelijnszone

Wat zijn de hinderpalen voor zelfstandige zorgverleners om actief mee te werken aan je eerstelijnszone? Wat kan je doen om hen te motiveren? Waar hou je best rekening mee bij het organiseren van vergaderingen? We vroegen het aan Hilde Deneyer, voorzitter van het overleg zelfstandige zorgverstrekkers binnen de Federatie van Vrije Beroepen, en Roel Van Giel, voorzitter Domus Medica. En we kregen een hele reeks praktische tips als resultaat.

Interview met Hilde Deneyer
Interview met Roel Van Giel

Roel van Giel"De betrokkenheid van de zelfstandige zorgverstrekkers is belangrijk in het slagen van de zorgpaden. Zelfstandige zorgverleners zijn immers een belangrijke partner in de eerstelijnszorg. Het is dus belangrijk dat zij ook de eerstelijnszones mee uitbouwen en hun expertise inbrengen. Iedereen heeft als eerste reflex om te redeneren vanuit zijn eigen positie, maar je moet die eigen positie ook overstijgen. Meewerken aan je eerstelijnszone doe je vanuit een gedrevenheid om mee de touwtjes in handen te hebben als vertegenwoordiger van zijn groep en om mee te spelen in het veranderende gezondheidslandschap. Het veranderingsproces kan weerstand oproepen omdat je uit je comfortzone gehaald wordt. Je kan het gevoel hebben dat je er toch niets aan kan doen. Maar je kan er ook een uitdaging in zien om beter samen te werken. Het geeft mogelijkheid om de kwaliteit te versterken."

"Wat je kan doen om die betrokkenheid van zelfstandige zorgverstrekkers te versterken en te stimuleren? Maak je verwachingen naar hen duidelijk en hou rekening met de werkorganisatie van zelfstandigen. Compensaties of incentives aanbieden voor hun betrokkenheid zal meer mensen aantrekken. Ook vanuit domus Medica willen we die betrokkenheid versterken. Interdisciplinaire samenwerking met respect voor ieders discipline is immers onze toekomst om goede, kwaliteitsvolle zorg te geven aan de patiënt. Dat wil iedere huisarts en zorgverstrekker. Kwaliteitsvolle zorg op wetenschappelijke wijze onderbouwd is het handboek van Domus en dat willen we ook blijven doen. Daarnaast hebben wij een zeer sterke ondersteuning van de huisartsenkringen. Via al onze kanalen zullen wij de lokale huisartsenkringen ondersteunen om hun rol op te nemen in het proces. Via informatie-uitwisseling, nieuwsbrieven, het kringloket en persoonlijke begeleiding van de kringen ondersteunen wij hen om hun rol in de veranderteams en de zorgraden op te nemen."

Wat kan zelfstandige zorgverleners in de weg staan?
  1. Praktische struikelblokken om deel te nemen aan vergaderingen.  Vergaderingen overdag kunnen overlappen met de praktijk (agendaprobleem of inkomstenverlies),  weinig ervaring met vergaderen. 
  2. "Vertegenwoordiger" of "ambassadeur" moeten zijn kan afschrikken. Niet alle beroepsgroepen kunnen eigen vertegenwoordiging hebben. Wie vertegenwoordigt dan de zelfstandige zorgverlener voor verschillende beroepsgroepen,  hoe stemmen die vertegenwoordigers af met hun  achterban?
  3. Te weinig  concreet, te weinig inzicht in wat het voor hen en hun patiënten kan opleveren; 
5 tips om zelfstandige zorgverleners te betrekken en te motiveren
  1. Eerlijk communiceren over de hinderpalen en uitdagingen.
  2. De toegevoegde waarde tonen in beleid en communicatie: getuigenissen verspreiden van positieve ervaringen.
  3. Concreet en praktijkgericht zijn in de communicatie: wat doen we en waarom?
  4. Zelfstandige zorgverstrekkers actief bevragen over wat zij nodig hebben en wat hun prioritaire actiepunten zijn.
  5. Quick wins nastreven zodat ze snel resultaat zien. 
Waar kan je rekening mee houden bij het organiseren van vergaderingen?
  1. De timing van vergaderingen aanpassen naar hun agenda, eventueel alternerend ’s avonds/overdag vergaderen
  2. Mogelijkheid voorzien om een plaatsvervanger aan te sturen (evt. alternerend)
  3. Vergadering en verslagen bondig en actiegericht houden
  4. Zorgen voor een ontspannen vergadersfeer, aangenaam sociaal contact
  5. Opleiding aanbieden in vergadertechnieken
  6. Afspraken rond redelijke vergoedingen en zitpenningen maken
  7. Parkeerplaats voorzien
Vormingspakket

Zelfstandige zorgaanbieders vragen zich geregeld af wat de Zorgraad voor hen betekent. Vragen die opduiken zijn:

  • Wat is nu de meerwaarde van het veranderteam, het veranderforum of de zorgraad voor de dagelijkse praktijk?  
  • Hoe kan ik mijn stem laten horen binnen de toekomstige Zorgraad? 
  • Onze beroepsgroep heeft geen georganiseerde kringwerking, bij wie kunnen we dan terecht?

Speciaal voor de zelfstandige zorgaanbieder slaan Domus Medica, de Federatie Vrije Beroepen en het Vlaams Apothekersnetwerk in opdracht van Zorg en Gezondheid de handen in elkaar om een opleidingspakket voor de Zorgraden te ontwikkelen. Dankzij dit opleidingspakket zal de Zorgraad beter kunnen inspelen op de vele specifieke vragen van de zelfstandige zorgaanbieder. Zo hoeft niemand de hervormingstrein te missen. Het vormingspakket zal rond het jaareinde beschikbaar zijn.

Hoe zit het met de zitpenningen?

Enkele weken geleden vroegen we onze transitiecoaches ons een overzicht te bezorgen van de mate waarin de discussie over zitpenningen woedt binnen de eerstelijnszones.  Uit dit overzicht bleek dat in één derde tot de helft van de zones het al of niet uitbetalen van zitpenningen voor bijvoorbeeld bijeenkomsten van het veranderteam een gespreksonderwerp is.  Dit was voor ons voldoende reden om dit punt te bespreken op de stuurgroep van september.

Op zich vinden we vanuit de Vlaamse administratie dat de beschikbare middelen best zo maximaal mogelijk gebruikt worden om op het terrein projecten te realiseren binnen de opdrachten van de (voorlopige) Zorgraad. We zijn dus geen voorstander van het uitbetalen van presentiegelden en zullen dit dus ook niet opleggen.  Maar anderzijds begrijpen we de vraag naar een duidelijk kader zodat de verschillende (voorlopige) Zorgraden hier niet in moeten improviseren. Dit leidt tot de volgende richtlijnen:

  • (Voorlopige) Zorgraden kunnen zelfstandig beslissen om zitpenningen uit te betalen (vanuit eigen werkingsmiddelen).
  • In het geval een (voorlopige) Zorgraad zou beslissen om zitpenningen uit te betalen, dienen ze zich te houden aan het door de Vlaamse administratie volgende vooropgestelde richtlijnen :
    • Iedereen die aan de Zorgraad deelneemt ontvangt eenzelfde zitpenning
    • We suggereren een zitpenning die niet hoger is dan 75 euro. Dit is het  gangbare tarief voor deelname aan overlegorganen binnen de Vlaamse Overheid.
    • Er worden hiervoor fiscale fiches opgemaakt.
  • Het is de bedoeling om voor de toekomst een centraal systeem ter beschikking te stellen zodat 1x jaar automatisch fiscale fiches opgemaakt worden voor diegenen die een zitpenning hebben ontvangen.
Zelfstandige zorgverstrekkers aan het woord
Barbara Verbeeck (apotheker, Beringen)

BarbaraOm eerlijk te zijn besloot ik me in te zetten voor de eerstelijnszone op het moment dat ze een apotheker zochten voor het team en er eigenlijk niemand in onze regio zich echt geroepen voelde. Toch vond ik het belangrijk onze stem als beroepsgroep te laten horen en van dichtbij de ontwikkelingen mee te volgen. Gaandeweg ben ik in het hele verhaal meegegroeid en zo vergrootte ook mijn interesse en energie om door te zetten. Gelukkig vond ik een gemotiveerde collega-apotheker waarmee ik op dezelfde golfengte zit en waarmee ik kan afwisselen voor de vergaderingen.

"Ik vond een gemotiveerde collega-apotheker waarmee ik op dezelfde golfengte zit en waarmee ik kan afwisselen voor de vergaderingen."

We zien dat communicatie tussen beroepsgroepen écht heel belangrijk is en dat het nuttig is om eens vanuit een andere benadering of beroepsgroep naar de patient en wat hem/haar omringt te kunnen kijken. Het helpt je ook om dagdagelijks je focus te behouden op de werkvloer en op scherp te blijven staan voor je patienten. Ik hoop dat we in de toekomst als zorgverleners nog meer naar elkaar toe kunnen groeien waardoor diensten en zorg steeds meer en meer op elkaar afgestemd kunnen worden.”

Wouter Geerts & Wim Lemmers (thuisverpleegkundigen, Antwerpen)

Wouter en WimOns Thuisverplegingsteam Lemmens is actief in heel groot Antwerpen. Ons team doet al geruime tijd pogingen om thuisverpleegkundigen samen te brengen en binnen een zorgregio (en nu dus eerstelijnszone) een platform te bouwen waar zoveel mogelijk thuisverpleegkundigen vertegenwoordigd zijn. Zowel zelfstandigen thuisverpleegkundigen als diensten.

"De droom om een duidelijk, herkenbaar, relevant en aanspreekbaar platform te ontwikkelen wordt verder werkelijkheid"

Specifiek in de zorgregio Mortsel (eerstelijnszone ZORA) hebben we al enkele jaren een actief platform voor thuisverpleegkundigen. Dit loopt niet makkelijk en is soms echt wel trekken en sleuren. Maar met de huidige hulp van LMN/SEL-medewerkers en met de duidelijke opdracht van de eerstelijnszone hierrond zetten we stappen vooruit! De droom om een duidelijk, herkenbaar, relevant en aanspreekbaar platform te ontwikkelen wordt verder werkelijkheid!

Johan Matthijs (huisdokter, Sint-Martens-Latem)

JohanVerandering komt er en moet er ook komen willen onze opvolgers de toekomstige druk aankunnen. Niets doen en koffiedik kijken is voor ons huisartsen geen optie. Dat is de fouten van het verleden herbeleven, grotere organisaties aan het stuur laten en nadien kritiek geven en afwezig toekijken. We krijgen de unieke kans om het beter te doen en voortrekker te zijn van een modern vernieuwd zorgmodel voor morgen.

"Niets doen en koffiedik kijken is voor ons huisartsen geen optie. Dat is de fouten van het verleden herbeleven, grotere organisaties aan het stuur laten en nadien kritiek geven en afwezig toekijken."

Er is daarvoor geen nood aan specifieke competentieopbouw, alleen wat moed om onze nek uit te steken om grotere organsaties als individu tegenwind te bieden. Niemand kent beter het terrein van de zorg "thuis" dan de huisartsen en thuisverpleegkundigen. De  grote krachtlijnen zijn centraal gestuurd, doch men heeft ons nodig om deze plaatselijk en gedecentraliseerd accenten en vorm te geven: THINK GLOBAL, ACT LOCAL.

Greet Desrumaux (apotheker, Mortsel)

GreetIk zit al jaren in Raad Van Bestuur van het Samenwerkingsinitiatief eerstelijn (SEL) en het is ongelooflijk moeilijk om de interesse op te wekken bij de rest van onze beroepsgroep. Ik merk dat de interesse steeds kleiner en kleiner wordt, terwijl het belang van een goede eerstelijnssamenwerking steeds groter en groter wordt. Voor het medisch-farmaceutisch overleg (MFO), waarbij we aan de hand van casussen rechtstreeks in overleg gaan met huisartsen, is er wel wat interesse. In een klimaat waarin het voor sommige officina-apothekers moeilijk overeind blijven is, kan ik hier wel begrip voor hebben. Maar dit is een foutieve redenering, omdat we ook als apotheker steeds moeten denken in het belang van de patiënt.

"Het is ongelooflijk moeilijk om de interesse op te wekken bij de rest van onze beroepsgroep. Ik merk dat de interesse steeds kleiner en kleiner wordt, terwijl het belang van een goede eerstelijnssamenwerking steeds groter en groter wordt."

Als ons inkomen losgekoppeld kan worden van het aantal verkochte doosjes en we een mooi honorarium krijgen dat in verhouding staat tot de farmaceutische zorg die we dag na dag leveren, zal de aandrang om samen te werken met andere zorgverleners en om de zorg voor onze patient op elkaar af te stemmen, zeker toenemen. De competentie van zelfstandige apothekers zal er fors op vooruit gaan, de andere zorgverleners zullen merken dat onze farmaceutische zorg een absolute meerwaarde biedt en onze patient wordt er ongetwijfeld beter van. De betrokkenheid en de interesse tot de eerstelijnszones zal ongetwijfeld groter worden. Het eerstelijnsverhaal is een Vlaamse bevoegdheid, onze dringende nood aan een betere vergoeding voor farmaceutische zorg is een federale bevoegdheid. Dat maakt alles nog veel complexer.

Ann Herzeel, apotheker veranderteam BRUZEL

An HerzeeleDe verhouding tussen praten en doen: zelfstandige zorgverstrekkers zijn vooral doeners en hebben misschien minder de gewoonte om procesmatig te praten, missen die routine. Ik zie bij mezelf dat als we praten over hoe en wat, ik in mijn mindsetting al zit van ‘ok en in de praktijk’. Het realisme duikt snel de kop op, hopelijk beperkt dat niet onze creativiteit. Een van de ‘prettige nevenwerkingen’ van het veranderteam is dat je andere zorg- en welzijnssectoren beter leert kennen en er een wisselwerking optreedt.