Nieuwe humane biomonitoring in Genk-Zuid toont geruststellende resultaten

  • 8 maart 2018

In de periode 2016-2018 werden bloed- en urinestalen van 124 jongeren die in de buurt van het industriegebied Genk-Zuid woonden, onderzocht. De blootstelling aan vervuilende stoffen (zoals zware metalen) en gezondheidseffecten die in relatie kunnen staan met milieuvervuiling (zoals astma en allergieën) werden gemeten of bevraagd. Dergelijke “humane biomonitoring” gebeurde eerder al in Genk-Zuid in 2010. De resultaten in 2016 zijn een stuk beter dan in 2010. In vergelijking met de rest van Vlaanderen hebben de omwonenden van Genk-Zuid nog een hogere blootstelling aan cadmium en aan zogeheten ‘PAK’s’. Voor de andere gemeten stoffen is de blootstelling hetzelfde of lager. Ook voor wat betreft de (vroegtijdige) gezondheidseffecten zijn de meeste resultaten hetzelfde of lager dan in Genk-Zuid 2010 of Vlaanderen 2013. Voor het meten van DNA-schade werden 3 testen uitgevoerd die een verschillend beeld geven: de micronucleustest, toont gemiddeld hogere waarden in vergelijking met Vlaanderen 2013; voor de andere testen zijn de resultaten hetzelfde of lager.

Bart Bautmans, teamverantwoordelijke milieugezondheidszorg van het Agentschap Zorg en Gezondheid en woordvoerder voor de onderzoeksgroep: “Deze resultaten zijn goed nieuws voor de omwonenden van Genk-Zuid. De blootstelling aan de meeste zware metalen is gedaald en ligt ver onder of voor sommige parameters in de buurt van de toetsingswaarden voor gezondheid. De jarenlange inzet op acties van het E-missieplan is zichtbaar. We blijven wel attent voor aandachtspunten, zoals de blootstelling aan cadmium en aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s, en de test voor DNA-schade door opgestapelde stress op het DNA over een lange blootstellingsperiode. De korte-periode-testen voor deze laatste geven geruststellende resultaten.”

Wat werd er onderzocht?

In 2016 werden bloed- en urinestalen onderzocht van 124 jongeren die minstens 5 jaar in de buurt van het industriegebied Genk-Zuid woonden. De jongeren en hun ouders vulden ook een vragenlijst in over hun leefstijl (bv. (passief) roken, voeding, hobby’s …), hun woning en omgeving, en de gezondheid van de jongere. Volgende blootstellings- en effectmerkers werden onderzocht bij de jongeren uit de omgeving van Genk-Zuid: zware metalen (cadmium, chroom, nikkel, thallium, arseen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), DNA-schade (3 verschillende tests), astma, allergieën en infecties.

Het hoofddoel van dit “humaan biomonitoringonderzoek” was om de blootstelling aan vervuilende stoffen en mogelijke (vroegtijdige) gezondheidseffecten ervan bij jongeren uit de omgeving van Genk-Zuid in 2016 te vergelijken met enerzijds de biomonitoringsresultaten bij jongeren uit de omgeving van Genk-Zuid in 2010 en anderzijds met de biomonitoringsresultaten bij jongeren uit de Vlaamse referentie in 2013.

Wat zijn de belangrijkste resultaten van dit onderzoek ?

  1. Tijdsevoluties Genk-Zuid 2016 ten opzichte van Genk-Zuid 2010

Voor nagenoeg alle merkers waarbij vergelijking met Genk-Zuid 2010 mogelijk is, worden vergelijkbare of lagere waarden vastgesteld in Genk-Zuid 2016. De maatregelen die de afgelopen jaren werden genomen om de milieublootstelling aan zware metalen in de omgeving van het industriegebied te verminderen, zijn dus zichtbaar in de metingen bij de mens.

 

blootstellingsmerkers

zware metalen

Blootstelling aan zware metalen cadmium, chroom en nikkel binnen Genk-Zuid toont een dalende trend in de tijd (2016 vs. 2010). Dit is ook het geval voor thallium in bloed. Voor thallium in urine werd een hogere waarde gemeten dan in 2010 maar de gemeten waarden lagen ver onder de gezondheidskundige richtlijn. 

PAK’s

Blootstelling aan PAK’s in 2016 is vergelijkbaar met deze in 2010.

effectmerkers

astma, allergie en infecties

De percentages jongeren met astma, allergie en infecties waren in 2016 vergelijkbaar met deze in 2010. Enkel wat betreft allergie voor voeding, geneesmiddelen of insectenbeten werd een hoger percentage in 2016 dan in 2010 vastgesteld. De andere vormen van allergie vertonen deze trend niet.

DNA-schade

De resultaten voor de komeettest, één van de testen om stress op DNA in kaart te brengen, lagen in 2016 lager dan in 2010.

 

Vergelijking Genk-Zuid 2016 ten opzichte van Vlaanderen 2013

Voor de meeste merkers worden vergelijkbare of lagere waarden vastgesteld in Genk-Zuid 2016 in vergelijking met Vlaanderen 2013. Toch worden er ook nog aandachtspunten opgepikt. De blootstelling aan cadmium en PAK’s ligt, zoals ook in het vorige biomonitoringsonderzoek in Genk-Zuid het geval was, hoger in vergelijking met Vlaanderen. Daarnaast toont ook één van de drie uitgevoerde testen voor DNA-schade, de micronucleustest, gemiddeld hogere waarden dan in Vlaanderen 2013. Deze resultaten verdienen verdere opvolging door het beleid.

blootstellingsmerkers

zware metalen

  • In vergelijking met Vlaanderen 2013 werd er in Genk-Zuid 2016 een hogere blootstelling aan cadmium vastgesteld. Dit was ook in het vorige biomonitoringsonderzoek in Genk-Zuid het geval. Bijna alle waarden lagen onder de gezondheidskundige richtlijn.
  • Voor de zware metalen chroom, nikkel en thallium was de blootstelling in Genk-Zuid 2016 vergelijkbaar of lager dan in Vlaanderen 2013. Merk op dat de blootstelling aan chroom en thallium in het vorige biomonitoringsonderzoek Genk-Zuid nog hoger was dan in Vlaanderen. Voor deze merkers is er enkel een gezondheidskundige richtlijn voor thallium in urine; de gemeten waarden lagen allemaal ver onder deze richtlijn.
  • Voor de gemeten arseen-vormen was de blootstelling in Genk-Zuid 2016 vergelijkbaar met of lager dan in Vlaanderen 2013. De blootstelling bij het grootste deel van de jongeren ligt boven de gezondheidskundige richtlijnen voor kankergerelateerde effecten. Dit probleem is niet specifiek voor Genk-Zuid gezien het zich ook, en zelfs in meerdere mate, in de rest van Vlaanderen stelt.

PAK’s

De blootstelling aan PAK’s in Genk-Zuid in 2016 is hoger dan in Vlaanderen 2013. Deze hogere blootstelling werd ook in het vorige biomonitoringsonderzoek Genk-Zuid vastgesteld. Voor de PAK-merker is er geen gezondheidskundig veilige richtlijn.

effectmerkers

astma, allergie en infecties

De percentages jongeren met astma, allergie en infecties in Genk-Zuid 2016 zijn zeer vergelijkbaar met de percentages in Vlaanderen 2013.

DNA-schade

Voor DNA-schade werden 3 merkers getest in Genk-Zuid 2016, die een verschillend beeld geven.

  • De resultaten voor de komeettest en 8-OHdG zijn in Genk-Zuid 2016 lager dan of vergelijkbaar met Vlaanderen 2013. Merk op dat het resultaat voor de  komeettest in het vorige biomonitoringsonderzoek Genk-Zuid wel verhoogd was.
  • Het resultaat voor de micronucleustest, een maat voor de opeenstapeling van DNA-schade over een langere periode, ligt in Genk-Zuid 2016 hoger dan in Vlaanderen 2013, maar de waarden liggen binnen de range die we in andere studies vinden. De gemeten micronucleus-waarden kunnen worden beschouwd als achtergrondniveau. Dit wil zeggen, ze zijn vergelijkbaar met wat in andere buitenlandse studies wordt gemeten – waardoor het resultaat op zich niet verontrustend is, maar er wordt best gestreefd naar zo laag mogelijke waarden.

Link met milieumeetgegevens

Het onderzoek meet de totale blootstelling aan een selectie van milieuvervuilende stoffen, d.w.z. de blootstelling via de omgevingslucht, maar ook de blootstelling via voeding, water en/of tabaksrook. Ook wat betreft de (vroegtijdige) gezondheidseffecten kunnen meerdere vervuilende stoffen en factoren een rol spelen: naast milieufactoren hebben ook genetische en leefstijlfactoren een invloed op de resultaten, zowel in negatieve (risico) als in positieve (bescherming) zin.

Een vergelijking tussen de resultaten van de humane biomonitoring met de luchtmetingen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) kan iets zeggen over de blootstelling van jongeren aan vervuilende stoffen via de omgevingslucht. Sinds 2010 wordt er voor chroom, nikkel en cadmium een daling vastgesteld in de lucht in Genk-Zuid. Deze dalende trend zien we ook in de humane biomonitoring. Indien we de resultaten van de humane biomonitoring in verband brengen met de luchtmetingen op de dagen van het urine- en bloedonderzoek, vinden we geen duidelijke relatie. Voor de meeste blootstellingsmerkers vinden we geen indicaties dat personen die windafwaarts van of korter nabij de industriezone wonen hogere waarden hebben. Er zijn wel hogere waarden voor chroom in bloed geobserveerd bij deelnemers die windafwaarts wonen ten opzichte van de industriezone. Daarnaast was ook de kans op detecteerbare arseen(V) hoger voor deelnemers die korter bij de industriezone wonen.

Bart Bautmans: “De onderzochte groep is wel kleiner, maar in tegenstelling tot in 2010 zien we geen duidelijke aanwijzingen meer dat de industriezone een impact heeft op de blootstelling aan vervuilende stoffen bij de omwonenden. We meten de invloed van veel verschillende bronnen tegelijkertijd, qua bronnen blijft het een EN-EN-verhaal. De resultaten kunnen erop wijzen dat de invloed van het industriegebied minder nadrukkelijk is dan andere factoren. De leefstijl van de mensen is van groot belang op de gezondheid: wat ze eten, of hun voeding aangebakken is, of ze roken of worden blootgesteld aan tabaksrook, of ze vaak in verkeersdrukke straten komen of zelf in de auto zitten, enzovoorts

Verdere acties …

Na het eerste humane biomonitoringonderzoek in Genk-Zuid in 2010 werd het E-missieplan Genk-Zuid opgemaakt. Daarin werden acties opgenomen om de milieubelasting in de omgeving van het industriegebied te verminderen via het nemen van maatregelen, en om verdere opvolging te doen. Het biomonitoringonderzoek 2016, dat ook als actie was opgenomen in dit E-missieplan, toont een duidelijke verbetering ten opzichte van 2010 voor wat betreft de blootstelling aan vervuilende stoffen bij jongeren. Toch blijven er ook nog een aantal aandachtspunten aanwezig in vergelijking met Vlaanderen. Deze resultaten verdienen verdere opvolging door het beleid

Waar kunnen mensen met vragen terecht?

De deelnemers werden vandaag schriftelijk geïnformeerd over hun individuele resultaten van het onderzoek. Vanavond vindt er om 20u een informatievergadering plaats in het stadhuis van Genk waar de resultaten toegelicht worden. Daarnaast hebben de deelnemers van het huidige en het vroegere onderzoek de mogelijkheid om een afspraak te maken voor een individueel (gratis) consult met een arts.

 

Achtergrondinformatie:

 

Het volledige eindrapport ‘Cross-sectioneel onderzoek in Genk-Zuid 2016-2018’ (PIH, UHasselt, VUB, VITO, 2018) en de presentatie van de informatievergadering is consulteerbaar via www.genk.be/genk-zuid of www.diepenbeek.be/genk-zuid.