MINIBEURS MET MAXIRESULTAAT: RSVK WAREGEM ORGANISEERT EEN INTERACTIEF EVENT VOOR NIEUWE HUURDERS  

Hoe informeer je huurders over het belang van gezonde binnenlucht in hun woning? Het Regionaal Sociaal Verhuurkantoor Waregem (RSVK Waregem) ging op zoek naar een alternatief voor een klassieke folder of infosessie. Via een interactieve minibeurs - mét gratis pannenkoek en een geschenk voor de kinderen - informeerden ze nieuwe huurders over onder meer verluchten en ventileren, energieverbruik en binnen roken. “We moeten op zoek naar andere manieren om onze doelgroep te bereiken.” 

Bjorn Thienpont is coördinator bij het Regionaal Sociaal Verhuurkantoor Waregem

Nele Bouckaert is medisch milieukundige bij Logo Leieland

Hoe kan je vocht en schimmel in een woning voorkomen? Waarom is kraanwater perfect drinkbaar in Vlaamse woningen? En hoe zorg je ervoor dat de energiefactuur niet de pan uitswingt? Op deze en andere vragen kregen de nieuwe huurders van het sociaal verhuurkantoor in Waregem in 2018 een antwoord in een originele verpakking. Een interactieve minibeurs met verschillende standen bracht hen alle informatie waarvan ze (niet) wisten dat ze die nodig hadden.  

“Elke aanwezige huurder kreeg een kaartje mee, waarop ze stempels konden verzamelen”, legt Bjorn Thienpont uit, coördinator van RSVK Waregem vzw. “Bij elk standje was er een leerrijke opdracht om een stempel te verdienen. Iedereen met een volle kaart, kreeg een gratis pannenkoek en een speelgoedje voor de kinderen mee. We verlootten ook nog 5 winnaars uit de ingevulde kaarten. Zij kregen een gevulde boodschappentas mee naar huis.” 

 Do’s-and-don’ts bij douchedruppels 

De beursstanden waren van organisaties, elk met hun eigen kennis en expertise rond gezond wonen. Zo kwam je bij de stand van vzw Effect iets te weten over energie besparen. De Watergroep deed een proeftest met kraan- en flessenwater. Er waren standen rond afvalverwerking (IMOG) of brandveiligheid (Fluvia), en Logo Leieland ging aan de slag met vocht en schimmel in een woning. Dat laatste behoort tot de winkel van Nele Bouckaert, medisch milieukundige en gezondheidspromotor bij Logo Leieland. “Een klassiek voorbeeld dat we gaven op de beurs, is dat van een aftrekker”, demonstreert ze, met haar eigen exemplaar in de hand. “Als je gedoucht hebt, dan gebruik je deze om de druppels van de muur of het douchescherm te vegen, zodat het vocht sneller wegtrekt. Maar we leggen ook uit dat je een handdoek het best openhangt na het douchen, en dat je het raam moet openzetten. Een eenvoudige tip: als er druppels op een muur verschijnen, wil dat zeggen dat het vocht van binnen naar buiten wil. Mensen denken vaak meteen aan een lek, maar dat is meestal niet zo. Kleine dingen die voor velen vanzelfsprekend lijken, zijn dat toch niet altijd voor iedereen. Dat wilden we via de beurs duidelijk maken.”  

Taalbarrière 

Een minibeurs met pannenkoeken en cadeaus, het is weer eens wat anders dan een droge infosessie. En dat is ook nodig, weet Bjorn. “We huisvesten ongeveer 200 gezinnen. Om onze huurders te bereiken, moeten we op zoek naar andere communicatiemiddelen dan een klassiek telefoontje, een brief of een lezing. Zo’n brief blijft vaak ongeopend op tafel liggen, en bij een lezing ben je mensen na tien minuten kwijt. Bovendien is de taalbarrière vaak een probleem. Voor een aantal van onze gezinnen is het Nederlands niet altijd evident. We organiseerden eerder al wel huurderfeesten ter verwelkoming van nieuwe huurders, met een tombola, frietjes en een springkasteel. Maar we zochten nu naar een speelse manier om tegelijkertijd ook mensen te kunnen informeren en sensibiliseren rond onder andere gezond wonen.” 

Een bachelorproef als kader 

Een eindwerk van een bachelorstudente sociaal werk zorgde er uiteindelijk mee voor dat de minibeurs tot stand kwam. “We zaten samen met die studente en enkele collega’s, om te bekijken wat we konden doen om onze doelgroep te bereiken”, vervolgt Bjorn. “Mensen aan een betaalbare en kwalitatieve woning helpen, dat doen wij altijd al. Maar we wilden voor een keer buiten onze eigen werking treden. Vanuit Vlaanderen worden we bovendien ook gestimuleerd om vaker iets te doen met ons doelpubliek - de huurders – en hen meer te betrekken. Via een brainstorm kwam het idee van de interactieve beurs naar boven.” Toen er eenmaal gekozen was voor een minibeurs, nam de studente de praktische regeling ervan voor zich.  

Grootste uitdaging: de doelgroep bereiken 

Niet het organiseren van de beurs zelf bleek de grootste uitdaging. Wel om genoeg mensen over de streep te trekken om een kijkje te komen nemen. “Onze doelgroep zijn vaak gezinnen met een beperkt inkomen”, vervolgt Bjorn. “Ze hebben het financieel niet breed en veel zorgen aan het hoofd. Het is niet altijd makkelijk om hen ergens naartoe te krijgen.  Maar dat mag geen reden zijn om het niet te proberen.  Het was een woensdagnamiddag, tussen 14u en 18u. De zaal zat al snel goed vol én iedereen bleef ook lang plakken.”  

“Je moet ook aanvaarden dat je niet iedereen met één evenement kan bereiken. Al hopen we in de toekomst de participatie nog te kunnen verhogen. Verder nadenken over hoe we de doelgroep nog meer kunnen betrekken, dat is een verbeterpunt.”   

Herhalen, herhalen, herhalen

Het voordeel aan het fysieke contact op zo’n beurs, is dat je mensen makkelijker iets kan uitleggen, benadrukt Nele: “Als je een taalbarrière ervaart, kan je andere woorden gebruiken of zelfs overschakelen op dialect of een andere taal. Of mensen kunnen het onderling voor elkaar vertalen. Bovendien kan je bepaalde zaken ook echt fysiek tonen, zoals het voorbeeld met de aftrekker. Dat zorgt ervoor dat mensen de boodschap misschien makkelijker onthouden, als ze thuis met een gelijkaardige situatie zitten.” Bezoekers van de beurs kunnen, vaak voor het eerst, ook een gezicht plakken op de organisaties. Dit verkleint de drempel om in de toekomst elkaar te contacteren. Die vertrouwelijke kennismaking is nodig, zeker wanneer ze overtuigd worden om thuis iets anders aan te pakken dat buiten hun comfortzone ligt. 

Net zoals bij studeren, vult Bjorn aan, is herhaling het sleutelwoord. “Als je een boodschap één keer overbrengt, zijn mensen nog niet overtuigd of het twee maanden later vergeten. Iemand die al jaren de verwarming op 25 graden draait, is niet na één keer overtuigd dat 21 graden voor hem of haar ook volstaat. Door mensen uit te nodigen op de beurs, daarna een folder mee te geven én bijvoorbeeld later bij een huisbezoek erop terug te komen, zal de boodschap beter blijven hangen.” 

Kleine beetjes helpen 

Het laatste wat zo’n beurs wil, is mensen met de vingers wijzen dat ze hun woning niet goed onderhouden, wil Bjorn nog benadrukken. “Als sociaal verhuurkantoor bezitten wij onze woningen niet zelf. We zijn zelf huurder van de eigenaars. We zitten tussen de twee partijen in, en da’s soms een moeilijke lijn om te bewandelen.  Als er problemen zijn met de woning, zal de eigenaar snel met de vinger wijzen naar de huurder, terwijl de huurder het op de kwaliteit van de woning steekt. Wij proberen van onze kant ervoor te zorgen dat de huurder de woning goed verzorgt. Niet door hen de les te spellen, maar door hen te informeren: wat kan er beter? Welke gewoonte kan je veranderen? En daar haalt de huurder zelf ook voordeel uit. De energiefactuur verlaagt, ze kunnen kosten besparen door efficiënter te recycleren, … Al die kleine zaken kunnen het verschil maken.”  

Toekomstplannen: minibeurs 2022 

Als het van Bjorn afhangt, was deze beurs geen eenmalige gebeurtenis. “We zouden het graag in 2022 opnieuw doen. Ik wil corona niet als excuus gebruiken, maar feit is wel dat het daardoor niet eerder mogelijk was. Hopelijk kunnen we volgend jaar een gelijkaardig project herhalen. Al zullen we dan ook opnieuw op zoek gaan naar een samenwerking met studenten. Want tijdsgebrek blijft altijd een probleem.”  

Tips voor wie een gelijkaardig project plant 

Of Nele en Bjorn zo’n project zouden aanraden aan andere organisaties? Het antwoord is volmondig ja. “Het is voor jouw organisatie zelf ook een voordeel dat je op de beurs met andere organisaties in contact komt”, zegt Nele. “Je kent elkaar wel min of meer en weet wat iedereen ongeveer doet, maar die contacten onderhouden zorgt ervoor dat je elkaar niet uit het oog verliest.”  

Voor andere organisaties hebben ze deze tips: 

  • Vooral de doelgroep overtuigen is intensief. Eén brief sturen is niet genoeg. Bel hen op, ga bij hen langs en nodig ze persoonlijk uit. Vermeld dat jij er die dag bent en uitkijkt om hen te zien, dat er iets te winnen valt en er gratis pannenkoeken zullen zijn. Zelfs de dag zelf hebben we nog mensen opgebeld om nog eens te vragen of ze zeker zouden komen. 

  • Werk samen. In ons geval ging dat heel vlot; iedereen was meteen bereid om mee te werken. 

  • Betrek eventueel de gemeente. Zij kunnen ook andere huurders of privé-eigenaars uitnodigen, een zaal voorzien, financieel een deel ondersteunen … 

  • De organisatie van de beurs hoeft niet duur te zijn. De cadeaus voor de kinderen waren goedkoop, de ingrediënten voor pannenkoeken kosten niet veel en onze partners waren gelukkig bereid gratis hun medewerking te verlenen. 

  • Als je een boodschap wil meegeven, breng die dan op een manier waarop iedereen ze kan begrijpen. Wie niet geïnteresseerd is in vochtpercentages, of vertrouwd met technische termen … moet met jouw uitleg toch aan de slag kunnen om gezonder te wonen. Gebruik bijvoorbeeld de praatplaten en speel in op dagelijkse ervaringen om jouw uitleg concreet en toepasbaar te maken.