Meer dan 20.000 bewoners van woonzorgcentra geven mening over hun kwaliteit van leven

  • 19 december 2017

Op vraag van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, zijn meer dan 20.000 bewoners in alle Vlaamse woonzorgcentra bevraagd over hun kwaliteit van leven. Van 2014 tot 2016 werden bewoners zonder cognitieve problemen in de 783 woonzorgcentra geïnterviewd door een onafhankelijk onderzoeksbureau. De resultaten geven over de jaren heen eenzelfde beeld. De bewoners spreken van een hoge kwaliteit van leven op vlak van privacy, veiligheid en respect. Ook geven ze goede scores aan vraaggerichte zorg en autonomie. Belangrijkste verbeterpunten blijken zinvolle daginvulling en de interpersoonlijke, emotionele relaties, zowel tussen bewoners onderling als tussen bewoners en personeel.

Na eerdere bevragingen in 2014 en 2015, gingen de onderzoekers in 2016 langs bij 284 woonzorgcentra, waar ze 7.921 bewoners zonder cognitieve problemen interviewden. De interviews gebeurden aan de hand van een internationaal gevalideerde vragenlijst. Bewoners gaven aan in welke mate ze het eens waren met een aantal stellingen over kwaliteit van leven, gaande van altijd of 5/5 tot nooit of 1/5. De resultaten van verschillende vragen werden samengenomen om gemiddelde scores te geven op elf overkoepelende thema’s over kwaliteit van leven.

De globale resultaten voor 2016:

Thema

Gemiddelde score

Privacy

4,65

Veiligheid

4,48

Respect

4,12

Zich prettig voelen

4,07

Vraaggerichte zorg

4

Autonomie

3,96

Maaltijden

3,66

Informatie krijgen

3,59

Keuze van activiteiten

2,78

Een band voelen met personeel

2,78

Persoonlijke omgang met bewoners

2,48

Net zoals in 2014 en in 2015 werden er ook in 2016 geen significante verschillen gevonden in de ervaren kwaliteit van leven tussen woonzorgcentra qua beheerstype of aantal bewoners.

Er werden wel statistisch significante verschillen gevonden tussen de provincies. Zo blijken bij bewoners van woonzorgcentra in Limburg en West-Vlaanderen bepaalde thema’s significant positiever te scoren.

Expertenpanel buigt zich over resultaten

Om de globale resultaten te interpreteren, werd een expertenpanel samengesteld met onderzoekers uit de academische wereld en het werkveld. Prof. dr. Els Goetghebeur, samen met dr. Aline Sevenants voorzitter van het expertenpanel: “Wij delen de globale conclusies van het onderzoek. De meeste thema’s halen een degelijke tot zeer hoge score. Dat is geruststellend, maar het is belangrijk om te beseffen dat, ook bij hoge scores, er nog een percentage ontevredenheid bestaat. Als je kijkt naar de resultaten per thema wordt duidelijk waar de aandacht naartoe moet gaan. De persoonlijke omgang tussen bewoner en medewerker, en tussen bewoners onderling, blijft voor de woonzorgcentra een uitdaging. Hetzelfde geldt voor een zinvolle tijdsbesteding.”

Het gebruikte meetinstrument duidt niet aan hoeveel belang de bewoner hecht aan een bepaald kwaliteitsthema. Prof. dr. Els Goetghebeur: “We moeten daarom voorzichtig zijn met het trekken van globale conclusies die van toepassing zijn voor de hele sector. Het rapport moet dienen als een startpunt voor elke voorziening om met de bewoners en hun omgeving het gesprek aan te gaan, via de bewonersraad of individueel met de bewoner.”

Enkel bewoners zonder cognitieve problemen

Bij de resultaten moet opgemerkt worden dat ze gaan over de mening van bewoners zonder cognitieve problemen. Dan gaat het over 42% à 43% van de bewoners in woonzorgcentra.

De respons op de enquête bij familie of vertegenwoordiger van bewoners met cognitieve problemen – personen met geheugenproblemen, mentale stoornissen en mensen met een handicap –  lag te laag en was te onregelmatig om globale resultaten te kunnen berekenen.

Elk woonzorgcentrum heeft wel een rapport gekregen met de resultaten voor dat woonzorgcentrum. Indien de respons het toeliet, staan daarin ook de resultaten voor hun bewoners met cognitieve problemen vermeld.

Acties naar aanleiding van de resultaten

Het onderzoek naar de kwaliteit van leven van de bewoners van woonzorgcentra kadert in het globale Vlaams Indicatoren Project voor woonzorgcentra. In dit project worden in overleg met de sector zowel objectieve kwaliteitsindicatoren (zoals kwaliteit van zorg en organisatie), als subjectieve indicatoren (kwaliteit van leven) afgesproken, gemeten en vergeleken.

De Vlaamse Regering en de koepels van de residentiële ouderenzorg hebben ook reeds de ambitie bekendgemaakt om een protocolakkoord te sluiten waarin ze zich tot 2025 gezamenlijk engageren om een kwaliteitsvolle, toegankelijke en beschikbare residentiële ouderenzorg uit te bouwen.

Deze en andere belangrijke actiepunten staan neergeschreven in de conceptnota ‘Residentiële ouderenzorg, een échte thuis voor kwetsbare personen’.

http://jovandeurzen.be/nl/toekomstbestendig-beleid-voor-de-woonzorgcentra-vlaanderen

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “De resultaten van het onderzoek sporen de Vlaamse overheid aan verder in te zetten op de financiering van de animatiefunctie in de woonzorgcentra. Ze houdt daarbij rekening met de toenemende zorgzwaarte van de bewoners en subsidieert de bijscholing van animatoren. Het is namelijk belangrijk dat de bewoners een zinvolle dagbesteding op maat aangereikt krijgen, ook wanneer zij zeer zorgafhankelijk zijn. De koepelorganisaties van de woonzorgcentra ontwikkelen daarom ook samen een geactualiseerde visie op deze functie.”

Vermeldenswaardig in dit kader is eveneens de Betekenisvolle Activiteiten Methode (BAM) die ontwikkeld werd door Artevelde Hogeschool Gent. Deze methode stimuleert de bewoners van woonzorgcentra tot het kiezen van zinvolle activiteiten op maat van hun behoeften.

Het belang van warme en betrokken zorgrelaties tussen de bewoners, hun familie en het personeel wordt onderstreept in het initiatief dat minister Vandeurzen nam om woonzorgcentra te ondersteunen bij de ontwikkeling van een ethisch verantwoord zorgbeleid, waarbij het relationele aspect in de aangereikte zorg- en ondersteuning een cruciaal uitgangspunt is.

Ten slotte, werd door de Vlaamse Regering een besluit goedgekeurd voor de realisatie van een preventieproject in de woonzorgcentra met als doel de voorzieningen te ondersteunen bij een doordacht preventiebeleid. Procesbegeleiders werken hierbij rond vier zorginhoudelijke thema’s, die eveneens bepalend zijn voor de kwaliteit van het leven van de bewoners. (mondgezondheidszorg, valpreventie, ondervoeding en psychofarmaca).

Voor mensen met cognitieve problemen zijn andere onderzoeken lopende. Een onderzoek met betrekking tot indicatoren voor de kwaliteit van leven van personen met cognitieve problemen wordt afgerond in samenwerking met LUCAS - Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy. In samenwerking met het Expertisecentrum dementie Vlaanderen wordt een kwaliteitskader ontwikkeld voor de zorg van personen met dementie. Zo kan de woonzorgcentra een instrument ter beschikking gesteld worden om ook voor de bewoners met cognitieve problemen de levenskwaliteit te evalueren.

Resultaten online

De globale resultaten per jaar zijn online beschikbaar. Ook de resultaten per woonzorgcentrum (voor bewoners zonder cognitieve problemen) zijn daar beschikbaar.