3 LOKALE ORGANISATIES, 1 UNIVERSEEL DOEL: HUIZEN MET GEZONDE BINNENLUCHT  

Samen sterk is het halve werk. Het zou een slogan kunnen zijn van de Energiesnoeiers, de renovatiecoaches van Intercommunale Leiedal én Logo Leieland. Met drie verschillende organisaties bouwen ze samen aan hetzelfde doel: energiezuinige woningen met een gezond binnenmilieu. “In een ideale wereld zijn alle woningen klimaatneutraal in 2050”, klinkt het ambitieus. 

Sander Deflo is coördinator van de dienst ‘Energiesnoeiers’ bij vzw effect

Intercommunale Leiedal - Foto BartBart Deneckere is renovatiecoach bij intercommunale Leiedal

Nele Bouckaert is medisch milieukundige bij Logo Leieland

Van energiesnoeien naar renoveren (en vice versa)  

Hoe gaat die trapsgewijze triplex-samenwerking concreet in zijn werk, die mensen stimuleert om een gezond binnenmilieu in huis te creëren? Beginnen doen we aan de voordeur: met een gratis huisbezoek van 1,5 uur van de Energiesnoeiers, waar Sander Deflo coördinator is. “De Energiesnoeiers geven bij mensen thuis concrete tips over hoe ze - met kleine aanpassingen - energie kunnen besparen in huis”, legt Sander uit. “We richten ons specifiek op kansengroepen. In onze doelgroep zien we regelmatig dat er niet verlucht wordt, of dat ventilatieroosters worden afgeplakt. Vanuit het idee dat je daarmee energie bespaart, maar zo creëer je net een ongezond binnenklimaat. We leggen uit dat gezonde lucht sneller opwarmt, of dat je een vochtige omgeving creëert door de was binnen te drogen. Die boodschap overbrengen is niet altijd even simpel. Mensen uit andere culturen zijn het bijvoorbeeld niet altijd gewend om in een woning of een klimaat als het onze te leven.”   

Blijkt er een technisch euvel te zijn dat om een structurele oplossing vraagt – bijvoorbeeld een dakisolatie – dan verwijzen de Energiesnoeiers door naar de renovatiecoaches. En daar start de taak van Bart Deneckere, renovatiecoach bij Intercommunale Leiedal: “Wij analyseren de huidige staat van de woning – vanbinnen en vanbuiten - en brengen in kaart welke verbeteringen er mogelijk zijn. We letten op de gezondheid en de veiligheid van de bewoners, maar ook op klimaatvriendelijkheid.” Ventilatie komt altijd aan bod, vervolgt Bart: “Als je een dak en gevel isoleert, krijg je een luchtdichte woning. Dan moet je ventilatiesystemen voorzien om de luchtstroom te garanderen. Zo voorkom je condensatieproblemen en schimmel. Dat maken we technisch duidelijk aan bewoners met tekeningen, warmtebeeldcamera’s, … De Energiesnoeiers verwijzen vaak door naar ons, maar het kan ook omgekeerd. Het is een wisselwerking. Het verschil is dat wij niet enkel met sociale doelgroepen werken.”  

Nele Bouckaert van Logo Leieland zorgt op haar beurt dat de juiste informatie over een gezonde binnenlucht voorhanden is, via folders, flyers, vormingen en bijeenkomsten. “Informeren en met elkaar kennismaken, dat is het belangrijkste. Als we een project zien dat een meerwaarde kan betekenen voor de ander, dan betrekken we elkaar ook. Stel dat een lokaal bestuur een demowoning wil organiseren, dan vinden we het relevant om naast gezondheid ook renovatie erbij te betrekken. Zo kan je een breed scala aan info bieden.

Half technisch adviseur / half sociaal werker 

Die samenwerking tussen 3 partijen is een pluspunt, omdat ongezonde binnenlucht niet op één oorzaak is terug te dringen, legt Nele uit. “Er is nog veel oud patrimonium. Een verouderde gebouwschil kan zorgen voor ongezonde lucht binnen. Maar daarnaast is er zeker ook het gedrag van de huurder, het probleem van veel bewoners op een kleine oppervlakte,… Het is geen ‘of-of-verhaal’, maar een ‘en-en-verhaal’.”  

Bart: “Net daarom is zo’n huisbezoek belangrijk, om het verhaal van twee kanten te horen. Ik zeg altijd: ik ben half technisch adviseur, en half sociaal werker. Een verhuurder kan klagen dat de huur niet betaald wordt, en wil niet investeren in het renoveren van de woning. Dan gaan wij ter plaatse kijken bij de huurders. Wij vragen door in gesprekken, en dan komen er altijd dingen naar boven. Over bewoners die met astma kampen bijvoorbeeld, als gevolg van een vochtige woning. Soms zien we heel schrijnende situaties. Dan verwijzen we door naar de juiste actoren: het OCMW, de burgemeester, …” Sander beaamt: “Een sociaal werker doet ook huisbezoeken, maar heeft hier niet altijd veel tijd voor. Wij wél. Door in eerste instantie het huis te analyseren, kom je automatisch andere dingen op het spoor. Een sociaal werker gaat immers zelden in de badkamer of de slaapkamer kijken.”   

Intercommunale Leiedal - foto 2

1.000 woningen per jaar in Zuid-West-Vlaanderen 

De rol van lokale besturen binnen dit verhaal valt niet te onderschatten, klinkt het unisono bij alle drie. Zo krijgen kansengroepen financiële tegemoetkoming van de gemeente bij een renovatietraject. “Lokale besturen kunnen er zo voor zorgen dat een sociale doelgroep dezelfde kansen krijgt”, legt Sander uit. “Zonder financieel duwtje in de rug komen zij niet tot pakweg een renovatiecoach. Om de klimaatdoelstellingen te halen, willen we in onze regio 1.000 woningen per jaar renoveren. Dan moet het hele patrimonium mee; niet enkel de mensen die er het geld voor hebben.” 

“Het zijn net die mensen die onze zorgen het hardst nodig hebben”, vult Nele aan. “De gezinnen die premies mislopen, verkeerde investeringen doen, de foute aannemers laten komen …  Die gezondheidskloof moeten we proberen wegwerken. De rol van intermediairs is hier heel belangrijk, zodat deze groep in eerste instantie tot bij de Energiesnoeiers komt. Daar valt al veel winst te boeken.”  

De macht der (woon)gewoonten 

Of de drie tot slot nog een langetermijnvisie hebben over wonen en gezondheid? “In een ideale wereld zijn tegen 2050 alle woningen gerenoveerd en klimaatneutraal”, aldus Bart. “Dat is erg ambitieus. Maar we kunnen wel proberen om dat te benaderen. Door die 1.000 woningen per jaar in onze regio alvast aan te pakken.” 

“We hopen dat er tegen 2050 veel verbeteringen zijn in het patrimonium, zeker op de huurmarkt”, voegt Nele eraan toe. “Maar als je kijkt naar gedragsverandering, is het heel moeilijk om daar een termijn op te plakken. Hoeveel je ook isoleert, je verandert iemands gewoonten niet door één keer langs te komen. Je moet mensen kunnen overtuigen om bepaald gedrag te stellen, en aantonen welk voordeel bewoners hier zelf uit kunnen halen. Kinderen zijn bijvoorbeeld een goede trigger voor gedragsverandering. Door een gezin duidelijk te maken dat hun kinderen vaak ziek zijn door vocht in de muren of door binnen te roken, gaan ze er zelf ook anders naar kijken. We doen dit niet alleen voor de mensen en hun gezondheid, we doen dit met de mensen. Samen kunnen we tot verandering komen.”  

TIPS voor wie een gelijkaardige samenwerking plant 

 

  • Gebruik bij een huisbezoek concrete, duidelijke voorbeelden. Maak gebruik van de woonmeter om de situatie bevattelijk in kaart te brengen. 

 

  • Ga outreachend te werk om de doelgroep te bereiken. De rol van intermediairs is hier erg belangrijk, die kunnen terugkoppelen naar de juiste organisatie.  

  

  • Stem regelmatig af met de organisaties waarmee je samenwerkt, over de exacte boodschappen die jullie meegeven. Zo kom je tot uniforme communicatie naar de doelgroep toe. 

  

  • Wil je een gelijkaardig samenwerking op poten zetten? “Contacteer ons gerust”, zegt Bart. “We zijn geen commerciële instelling, we willen onze kennis en ervaring graag delen. Ons doel is vooral mensen helpen, zo snel en zo breed mogelijk.”