Lokaal preventiebeleid

Voor de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstelling “De Vlaming leeft gezonder in 2025” voorziet het strategisch plan in het versterken van het lokale beleid om overal te komen tot ‘gezonde gemeenten’, het meer inzetten op terreinwerk en in initiatieven om de sociale ongelijkheid in preventie te verminderen.

Om de lokale besturen in hun gezondheidsbeleid te ondersteunen, heeft de Vlaamse Regering recent 3 nieuwe instrumenten gelanceerd.

1) Pilootprojecten preventie naar kansengroepen via VVSG

Hiervoor werd recent een subsidie toegekend aan de VVSG (Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten) voor meerjarige lokale projecten die de uitvoering van de preventiemethodieken (www.preventiemethodieken.be) ten aanzien van zwakkere groepen in de samenleving bevorderen. Dit is een eenmalige oproep voor tweejarige pilootprojecten waarbij preventiemethodieken worden toegepast naar de bijzondere doelgroep toe.  Binnenkort wordt hierover een begeleidende stuurgroep opgestart en zal op deze website meer informatie worden gedeeld.

2) Gezondheidsenquête in uw gemeente

Lokale besturen hebben de mogelijkheid, hierin gesteund door de Logo’s en Sciensano (het vroegere WIV), om zelf een gemeentelijke gezondheidsenquête uit te voeren die hen zal in staat stellen om nog beter een omgevingsanalyse te maken waarop ze dan de hun lokaal preventief gezondheidsbeleid kunnen baseren. Meer informatie is te verkrijgen via het Logo.

3) Structurele ondersteuning van lokale preventiewerkingen

Op 5 april 2019 keurde de Vlaamse Regering een besluit goed dat het besluit van de Vlaamse regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo’s wijzigt. Dit wijzigingsbesluit treedt onmiddellijk in werking treden.

Wat verandert er voor lokale besturen? Naar een structurele ondersteuning van lokale preventiewerkingen.

Er wordt 1,5 miljoen euro vrijgemaakt om lokale besturen een financiële stimulans te geven als ze samen met ten minste één aanpalende gemeente binnen een eerstelijnszone, een lokale preventiewerking uitbouwen. Het bedrag van de subsidie bedraagt 3.000 euro per gemeente, vermeerderd met een bedrag per inwoner. Het aantal inwoners dat in aanmerking komt voor subsidie wordt ‘gewogen’. Dit betekent dat inwoners die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming in het kader van het RIZIV, dubbel worden geteld. Het bedrag per gewogen aantal inwoners bedraagt 0,08 euro.

Aan die bijkomende gereglementeerde subsidie zijn voorwaarden verbonden: de samenwerkende gemeenten voorzien elk zelf in een cofinanciering die minstens even groot is als die van de Vlaamse Gemeenschap, en engageren zich om met de voorziene subsidie en de eigen inbreng, personeel in te zetten voor de lokale preventiewerking, en dit voor de volledige looptijd van hun legislatuur. Als de Vlaamse Regering zou beslissen haar subsidie af te schaffen, dan vervalt ook de verplichting van de lokale besturen om hiervoor zelf middelen in te brengen.

De taken van de lokale preventiewerker bestaan er in bij te dragen tot het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen in het bijzonder door methodieken toe te passen (zie: www.preventiemethodieken.be). De gemeenten kiezen zelf op welke preventiethema’s ze prioritair inzetten. De administratieve last is zo minimaal mogelijk gehouden.

Gemeenten uit het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kunnen geen aanspraak maken op de subsidie in het kader van dit besluit. Hetzelfde geldt voor gemeenten waar Vlaanderen dit jaar al een subsidie voor voorziet in navolging van de vroegere werking rond PISAD (Oost-Vlaanderen) of voor de intergemeentelijke preventiewerkingen die vroeger door de provinciebesturen van Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant betoelaagd werden.

Dus:

  • intergemeentelijke samenwerking van twee of meer gemeenten binnen een eerstelijnszone (niet verplicht als een gemeente een volledige eerstelijnszone bestrijkt);
  • gemeenten cofinancieren voor minstens hetzelfde bedrag als de Vlaamse financiering;
  • er wordt een ‘beheerder’ aangesteld voor de lokale preventiewerking; de gemeenten in het samenwerkingsverband bepalen autonoom waar de preventiewerker tewerkgesteld wordt. De gemeenten kunnen zelf het werkgeverschap opnemen, of ze kunnen dit toewijzen aan een andere organisatie. Ook de standplaats van de preventiewerker wordt binnen de samenwerkingsverband overeengekomen. Gemeenten bepalen ook zelf welk profiel ze gebruiken in termen van opleiding en anciënniteit, zolang het gaat om personen met de nodige competenties op het gebied van preventie.
  • er wordt gewerkt rond één of meerdere preventiethema’s en de bestaande preventiemethodieken worden toegepast;
  • de logo’s kunnen de lokale besturen inhoudelijk ondersteunen;
  • de middelen worden toegekend via het Logo’s maar komen integraal ten goede aan de gemeenten zelf;
  • 3.000 euro per gemeente + 0,08 euro per inwoner (waarbij personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming voor het RIZIV dubbel tellen).

Lokale besturen die een subsidie willen ontvangen voor hun lokale preventiewerking moeten dit melden bij Zorg en Gezondheid (preventievegezondheidszorg@zorg-en-gezondheid.be) en de nodige informatie bezorgen via de onderstaande formulieren.

Het formulier “Mededeling Voornemen Lokale Preventiewerking” moet ingediend worden voor 31 mei van het jaar voorafgaand aan de opstart van de lokale preventiewerking, maar is nog niet bindend voor het lokale bestuur;

Het formulier “Engagementsverklaring Lokale Preventiewerking” moet ingediend worden voor de opstart van de lokale preventiewerking.

Meer informatie is te verkrijgen via preventievegezondheidszorg@zorg-en-gezondheid.be.  Bij interesse kan een medewerker van het agentschap ter plaatse (aan leidend ambtenaren, schepenen, college) meer informatie geven. 

Wat verandert er voor de Logo’s? Actualisering Logo-besluit

De nieuwe regelgeving actualiseert enkele bepalingen voor de algemene werking van de Logo’s. De vorige wijziging van het besluit dateert van 2014. Vijf jaar later is het nu tijd om een aantal begrippen aan te passen. Dit zijn de belangrijkste aanpasssingen:

 

  1. De term ‘methodieken’ werd vervangen door de term en definitie van de term preventiemethodiek. Deze term wordt nu ook in heel het besluit gebruikt. Ook gemeente- en OCMW-besturen wordt doorheen heel het besluit vervangen door het gangbare ‘lokale besturen’. De term ‘samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg’ wordt geschrapt aangezien nieuwe structuren eerstelijn gangbaar zijn. Een toevoeging in artikel 15 en 16 moet ervoor zorgen dat de locoregionale werking gegarandeerd blijft als Logo’s samenwerkingsverbanden aangaan en dat de minister organisaties of samenwerkingsverbanden kan aanduiden waarmee Logo’s samenwerkingsafspraken kunnen maken.
  2. Wat de opdrachten van de Logo’s in artikel 17 betreft, wordt een link gelegd naar de prioritaire groepen van preventieorganisaties, opgenomen in de bijlage van het besluit. De toevoeging van een item e) is een verduidelijking van de disseminatieopdracht van Logo’s als het gaat over het helpen organiseren van vormingen. Zo ook werd er in item j) een toevoeging gedaan m.b.t. impactinschatting milieugerelateerde gezondheidsproblemen. Verder wordt een heel nieuw lid 17/1 toegevoegd m.b.t. de lokale preventiewerkingen, alsook een nieuw lid in artikel 24 betreffende de financiering en aanpassingen in artikel 27 en artikel 29 m.b.t. de uitbetaling, de jaarafrekeningen en de reservebepalingen van deze lokale preventiewerkingen.
  3. Verder werden in de bijlage van het besluit de termen aangepast die verwijzen naar de groepen preventieorganisaties waarmee Logo’s samenwerken. Zo worden de preventieorganisaties uit de setting onderwijs aangepast conform het nieuwe decreet en werd voor de preventieorganisaties binnen Kind en Gezin en setting werk een meer open formulering gehanteerd, zodat een gevarieerde groep aangesproken kan worden.
  4. De deskundigheden binnen het Logo werden opnieuw geformuleerd. Netwerking, gerichtheid op levensdomeinen/settings, gezondheidsbevordering én ziektepreventie, facettenbeleid, enz. zijn anno 2019 de aspecten van een Logo-werking.

Veelgestelde vragen

Voor lokale besturen

Intergemeentelijke samenwerking preventie

Ons lokaal bestuur is geïnteresseerd in intergemeentelijke samenwerking, wat te doen?

U neemt contact op met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid preventievegezondheidszorg@zorg-en-gezondheid.be. Binnen het Agentschap zijn er 3 regionale liaisons, zij zullen met u contact opnemen om uw vragen te beantwoorden en het verdere traject/project te bekijken. 

De liaisons zijn :

  • Voor provincie Antwerpen : Bernard Bruggeman
  • Voor Limburg en Vlaams-Brabant : Rudi Reyners
  • Voor Oost- en West-Vlaanderen : Bert Mostien

Gaat het om een eenmalige subsidie?

Neen, het betreft een structurele langetermijnsubsidie die jaarlijks wordt toegekend aan de beheerder van de lokale preventiewerking, uiteraard wanneer jaarlijks voldaan wordt aan de voorwaarden.  De subsidie zal via het Logo overgemaakt worden aan de beheerder. 

Wanneer kunnen de subsidies aangevraagd worden?

Subsidies kunnen reeds voor dit jaar (2019) aangevraagd worden, in de loop van het jaar, waarbij de subsidie voor 100% voor dit jaar worden toegekend. 

Lokale besturen die volgend jaar willen opstarten, moeten dit melden aan het Agentschap voor 31 mei van dit jaar.

Lokale preventiewerking vereist het samengaan met minstens één aanpalende gemeente (binnen eenzelfde ELZ). Hoe kan dit geregeld worden?

Als de deelnemende gemeenten nog geen juridische samenwerkingsvorm hiervoor hebben, kunnen ze zelf een vereniging tussen elkaar oprichten. De eenvoudigste vorm is een ‘interlokale vereniging zonder rechtspersoonlijkheid’ (Decreet lokaal bestuur). Daarbij treedt één gemeente (die een rechtspersoon is)  op als beheerder van de vereniging. De beheerder kan dan nl. juridische en financiële daden stellen (budget, personeel…). De vereniging komt tot stand na goedkeuring van het principe en van haar statuten in de deelnemende gemeenteraden. Daarbij wordt ook de beherende gemeente aangeduid die de preventiewerker in dienst neemt.

De gemeenten in het samenwerkingsverband bepalen autonoom waar de preventiewerker tewerkgesteld wordt. De gemeenten kunnen zelf het werkgeverschap opnemen, of ze kunnen dit toewijzen aan een andere organisatie. Gemeenten bepalen ook zelf welk profiel ze gebruiken in termen van opleiding en anciënniteit voor de preventiewerker, zolang het gaat om personen met de nodige competenties op het gebied van preventie.

Hoe de subsidie aanvragen?

Lokale besturen die een subsidie willen ontvangen voor hun lokale preventiewerking moeten dit melden bij Zorg en Gezondheid (preventievegezondheidszorg@zorg-en-gezondheid.be) en de nodige informatie bezorgen via de onderstaande formulieren.

Het formulier “Mededeling Voornemen Lokale Preventiewerking” moet ingediend worden voor 31 mei van het jaar voorafgaand aan de opstart van de lokale preventiewerking, maar is nog niet bindend voor het lokale bestuur;

Het formulier “Engagementsverklaring Lokale Preventiewerking” moet ingediend worden voor de opstart van de lokale preventiewerking.

Wat is het verschil tussen het Logo-preventiewerk en dat van de intergemeentelijke preventiewerker?

De Logo-medewerker

  • werkt pro-actief naar de preventieorganisaties in de Logo-regio;
  • maakt preventieorganisaties wegwijs in alle preventiemethodieken;
  • moedigt preventieorganisaties aan de preventiemethodieken toe te passen binnen hun eigen werking en beleid;
  • verwijst door naar de intergemeentelijke preventiewerking of ander terreinwerk indien een preventieorganisatie interesse heeft;
  • neemt de eerstelijnsfunctie op binnen het medisch milieukundig netwerk voor milieugerelateerde gezondheidsproblemen;
  • ondersteunt lokale besturen bij het uitwerken en opvolgen van hun lokale preventieve gezondheidsbeleid, onder meer via de preventiemethodiek gezonde gemeente.

De intergemeentelijke preventiewerker

  • werkt vraaggestuurd voor een lokaal bestuur en in functie van lokale noden en behoeften;
  • werkt rechtstreeks naar doelgroepen/settings;
  • fungeert als trekker voor initiatieven binnen de lokale context en lokale netwerkvorming;
  • werkt zeer laagdrempelig, dichtbij en ingebed in de gemeente, de gemeentelijke structuur en de lokale organisatie
  • levert gratis dienstverlening, of tegen een lage, transparante prijs, zonder wachttijden
  • is aanspreekpunt voor het Logo
  • wordt inhoudelijk ondersteund door het Logo, CGG-preventiewerkers of andere Vlaamse partnerorganisaties voor thematische onderwerpen.

Zullen de lokale besturen ook inhoudelijk ondersteund worden als zij een preventiewerker in dienst nemen?

Er wordt een degelijke ondersteuningsstructuur voorzien. De Logo’s hebben nu al de opdracht om lokale besturen te ondersteunen in hun uitbouw van een gezondheidsbeleid.  Afhankelijk van de lokaal gekozen gezondheidsthema’s kunnen andere partners (organisaties met terreinwerking en partnerorganisaties) in het ondersteuningstraject betrokken worden.  Zo kan bijvoorbeeld voor het thema drug- en alcoholpreventie (en vroeginterventie) een beroep gedaan worden op de CGG-preventiewerkers voor inhoudelijke ondersteuning. 

Wat is het verschil tussen de pilootprojecten via de VVSG en de projecten intergemeentelijke samenwerking?

Preventieprojecten VVSG

Projecten Intergemeentelijke preventie

Eenmalig – tweejaren project

 

Structureel – langetermijnperspectief

Gemeentelijk of intergemeentelijk

 

Intergemeentelijk 

Pilootproject voornamelijk gericht op kansengroepen

 

Gericht op lokale bevolking

Experimenteel (toepassing preventiemethodieken naar specifieke doelgroepen)

 

Lokale implementatie preventiemethodieken

Projectaanvraag na projectoproep VVSG

 

Projectaanvraag via het Agentschap

 

1.2) Lokale gezondheidsenquête

Ons lokaal bestuur is geïnteresseerd in de lokale gezondheidsenquête, wat te doen?

Neem contact op met het Logo dat in uw regio actief is.  Via www.vlaamse-logos.be/ komt u te weten onder welk Logo uw gemeente valt.

Wat wordt er van een lokaal bestuur verwacht?

De volgende stappen zijn opdrachten van het lokale bestuur:

  • Ter beschikkingstellen van bevolkingsgegevens voor de steekproeftrekking
  • Drukken en versturen van de enquête
  • Data-input van ingevulde (papieren) vragenlijsten

De steekproeftrekking, de geanonimiseerde statistische verwerking en rapportage gebeuren door Sciensano.  Het Logo doet de procesbegeleiding.

2) FAQ voor Logo’s

In opbouw.