Kerncijfers kankerincidentie

Het kankerregister publiceert kerncijfers (‘Cancer Fact Sheets’) voor België over de incidentie en overleving van vaak voorkomende kanker. Voor Vlaanderen is er al een langer tijdsvenster beschikbaar dan voor andere regio's, nl. van 1999 tot en met 2015. In elk van deze Vlaamse rapporten vindt u de volgende cijfers (in deze volgorde en tenzij anders vermeld):

Titelblad

met de bijhorende ICD-10-code voor een bepaalde kanker:

  • invasive tumour’, ‘malignant tumour’ worden hier soms gebruikt als synoniemen voor kanker of kwaadaardige nieuwvormingen.
  • Carcinomata in situ (voorstadia van kanker waarbij celveranderingen optreden zonder invasie van het omliggend weefsel) en nieuwvormingen met een onzeker gedrag (onduidelijk of goed- of kwaadaardig) worden niet in deze cijfers opgenomen.
  • Voor de lymfoïde en myeloïde maligniteiten is de selectie gebaseerd op morfologiecodes en niet op ICD-10-codes. Hier kan de ICD-10 dan ook niet weergegeven worden.

Deel 1

Kankerincidentie

Tabel 1: Incidentiecijfers voor 2015 per geslacht en gewest
  • Age (years) (Average Age at Diagnosis / AAD): gemiddelde leeftijd waarop de diagnose gesteld werd, uitgedrukt in jaren
  • N: aantal nieuwe kankerdiagnoses
  • CR (Crude Rate): Bruto incidentiecijfer per 100.000 inwoners per jaar
  • ESR (Age-standardised Rate – European population 1976): Voor leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers (per 100.000 inwoners per jaar) op basis van de Europese standaardbevolking zoals internationaal overeengekomen in 1976. Deze cijfers kan je ook rechtstreeks vergelijken met bv. mortaliteitscijfers die met dezelfde standaardbevolking zijn gestandaardiseerd zoals onze sterfteatlas (2007/2012) .
  • WSR (Age-standardised Rate – World population 1966) Voor leeftijd gestandaardiseerde incidentiecijfers (per 100.000 inwoners per jaar) op basis van de wereld-standaardbevolking, zoals die door de internationale kankeronderzoekscentra wordt gebruikt (IARC).
  • CRi (Cumulative Risk): Cumulatief risico 0-74 jaar in % m.a.w. het risico om voor de leeftijd van 75 jaar met de diagnose van een bepaalde kanker geconfronteerd te worden
Figuur 1: Gestandaardiseerde incidentie (WSR) per geslacht en gewest voor 2015
Tabel 2 & figuur 2: Leeftijdsspecifieke incidentiecijfers, en gestandaardiseerde cijfers voor het Vlaamse Gewest in 2015
  • 00- / 05- / … / 80- / 85+: incidentiecijfer per 100.000 inwoners per 5 jaar leeftijdscategorieën, telkens met vermelding van de ondergrens van het leeftijdsinterval. Bv. 00- = ’0-4 jaar’
  • CR, ESR, WSR: zie hoger
Tabel 3 & figuur 3*: Voor het Vlaams Gewest en per geslacht voor 2015 de gecombineerde ‘TNM’-stadiëring van de tumor bij diagnose
Het TNM-systeem is gebaseerd op de grootte en/of uitgebreidheid van de primaire tumor (T), de uitbreiding naar dichtbij gelegen lymfeklieren (N) en de aanwezigheid van metastasen of uitzaaiingen op afstand (M). Dus het TNM systeem wordt gebruikt om de uitgebreidheid van de ziekte te beschrijven op basis van zowel anatomopathologische als klinische kemerken:
  • Stage 0: carcinoma in situ : worden niet in deze rapporten opgenomen
  • Stage I en II: kankers die nog niet buiten het oorspronkelijke orgaan gegroeid zijn en niet uitgezaaid zijn
  • Stage III: lokale extensieve uitbreiding, en/of aantasting van dichtbij gelegen lymfeklieren
  • Stage IV: metastasen of uitzaaiingen op afstand
  • Stage X: onbekend stadium
  • Stage NA: histologisch gediagnosticeerd, maar stadium bepaling is niet mogelijk

Opgelet: De figuur geeft de procentuele verdeling van stadium I tot IV, zonder rekening te houden met de tumoren waarvan het stadium niet kon bepaald worden (X en NA). De procenten komen dus niet precies overeen met de waarden die de tabel weergeeft

Meer info: bij de ontwikkelaars van deze TNM classificatie: Union for International Cancer Control (UICC)
Opgelet: de TNM-classificatie is niet toepasbaar op alle tumoren (bv. maligne hematologische aandoeningen). Voor deze tumoren worden deze tabel en figuur niet weergegeven
Tabel 4 & figuur 4: Evolutie per gewest en geslacht voor de periode 1999/2001-2015 (Vlaams Gewest) en 2004-2015 (andere gewesten) van de gestandaardiseerde incidentiecijfers
  • WSR: zie hoger
  • AAPC (Average Annual Percentage Change): gemiddelde procentuele af- of toename per jaar van de gestandaardiseerde incidentiecijfers over de weergegeven periode, gewogen voor periodes met verschillen in trend. Een positieve AAPC duidt op een stijgende trend, een negatieve op een dalende trend.
  • 95% CI: 95%-Betrouwbaarheidsinterval rond de gewogen gemiddelde procentuele trend. Als het interval 0 bevat, dan kunnen we de nulhypothese (de echte AAPC is gelijk aan 0) niet verwerpen voor significantieniveau 5%.

In oudere fact sheets (2013) werd nog gewerkt met de EAPC ipv AAPC:

  • EAPC (Estimated Annual Percentage Change): schatting van de procentuele af- of toename per jaar van de gestandaardiseerde incidentiecijfers over de weergegeven periode.

    • Deze waarde wordt enkel berekend als de af- of toename van jaar tot jaar een voldoende vergelijkbare grootteorde vertoont over de gemeten jaren heen (voldoende “lineair”).
    • Staat er ‘*’ in de tabel, dan was de af- en/of toename te verschillend van jaar tot jaar (geen lineaire trend, zoals bijv. bij pieken en dalen) en kon de waarde niet berekend worden.
    • Staat het EAPC cijfer schuin gedrukt, dan is een vergelijkbare grootte van de af- en/of toename van jaar tot jaar de betwistbaar (borderline) en wordt het cijfer enkel ter info meegegeven.
    • Staat er ‘]-0.1;0[‘ dan ligt de waarde dicht bij 0, maar is er niet genoeg plaats om het exacte cijfer (bv. 0,003) weer te geven.
    • P-value: P-waarde voor de nulhypothese (EAPC=0 of nog: geen af- of toename). Wanneer deze waarde kleiner is dan 0,05 wordt de EAPC-trend als significant verschillend van 0 beschouwd.
Tabel 5 & grafiek 5: Evolutie in de periode 2006-2015 van aantal nieuwe diagnoses en van de gestandaardiseerde incidentiecijfers (WSR) voor 6 grotere leeftijdscategorieën, enkel voor Vlaanderen
  • WSR: zie hoger

Deel 2

Relatieve overleving

Berekening Relatieve overleving is het percentage personen dat 5 jaar na diagnose nog leeft. Hierbij wordt de overleving van patiënten met een bepaalde diagnose vergeleken met de overleving in de algemene bevolking in dezelfde periode.
  • De berekening gebeurt door de geobserveerde overleving (= sterfte door alle doodsoorzaken) bij patiënten met de geselecteerde diagnose te delen door de overleving in een vergelijkbare groep (in leeftijd, geslacht, gewest en overlijdensjaar) van de algemene bevolking.
  • Een relatieve overleving van (bijna) 100% wil niet zeggen dat deze kankerpatiënten niet sterven, maar wel dat hun overlevingskans niet verschilt van deze in de algemene bevolking voor de beschouwde periode.
Tabel 6: Relatieve 5-jaar overleving per geslacht: totaal en voor 3 leeftijdsgroepen (15-59 jaar, 60-74 jaar, 75 jaar +), enkel voor Vlaanderen
  • N at risk: aantal personen met diagnose in periode 2011-2015
  • estimate: (geschat) relatief percentage dat eind 2015 nog leeft
    • 95% CI: 95%-betrouwbaarheidsinterval rond geschat relatief overlevingspercentage
Figuur 6: Evolutie relatieve overleving met betrouwbaarheidsinterval (gekleurde zone) per jaar na diagnose, per geslacht, voor alle leeftijden samen, enkel voor Vlaanderen
Figuur 7 & 8 Voor mannen (7) en voor vrouwen (8): evolutie relatieve overleving per jaar na diagnose voor 3 leeftijdsgroepen (met betrouwbaarheidsinterval), enkel voor Vlaanderen
Figuur 9 & 10 Voor mannen (9) en voor vrouwen (10): evolutie relatieve overleving per jaar na diagnose voor de 3 Belgische gewesten (met betrouwbaarheidsinterval), voor alle leeftijden samen
* Vanaf tabel 3, figuur 3 is de nummering niet steeds dezelfde in de fact sheets.

Detail van beschrijving methode in rapport “Cancer burden in Belgium 2004-2013”, Belgisch kankerregister, Brussel 2015, p.17-19