Kansverhoudingen foeto-infantiele sterfte (2013-2014)

- Uit onze vorige analyses blijkt dat verschillende factoren een invloed hebben op het risico dat de baby zijn eerste jaar niet overleeft (sterfterisico).

  • Jongens, meerlingen en kindjes met een laag geboortegewicht hebben een hoger sterfterisico.
  • Vooral oudere moeders, Marokkaanse moeders, en moeders zonder partner lopen een hoger risico. De sociale kenmerken beïnvloeden zeker ook de andere factoren. Zo stellen bv. hooggeschoolde vrouwen het krijgen van kinderen langer uit dan lager geschoolde vrouwen.

Leeftijd moeder

Net als in vorige jaren, blijft het foeto-infantiele sterfterisico (OR) bij jonge en oude moeders hoger dan bij moeders tussen 20 en 34 jaar.

  • Dit verschil is enkel statistisch significant bij 40+-moeders
  • Het risico van moeders van 18-19 jaar en 35-39 jaar om hun kindje te verliezen verschilt niet langer significant van het risico van moeders van 20-34 jaar.
Leeftijd moeder en foeto-infantiele sterfte, Vlaams Gewest, 2013-2014

 

DG VN LN PN FI Levend
31/12
Totaal OG OR BG
<18 jaar 2 4 0 0 6 460 466 0,75 1,68 3,76
18-19 jaar 12 2 0 3 17 1.390 1.407 0,97 1,57 2,55
20-34 jaar 499 185 51 131 866 111.225 112.091   1  
35-39 jaar 89 38 13 19 159 17.590 17.749 0,98 1,16 1,38
40 jaar + 29 7 2 6 44 3.383 3.427 1,23 1,67 2,27
Onbekend 1 0 0 0 1 3 4      
Totaal 632 236 66 159 1093 134.051 135.144      

Bron: Geboorte- en sterftecertificaten zuigelingen, Vlaams Gewest, 2013-2014

Uit de vergelijking van de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers van 1998, 2003, 2008 en 2010 (analyse op aanvraag beschikbaar) blijkt dat steeds meer vrouwen het krijgen van kinderen uitstellen naar latere leeftijden. Daardoor blijft het aandeel moeders van 35 jaar of ouder toenemen.

Volledige rapport

In het rapport pdf bestandKansverhoudingen FI-sterfte (2013-2014) (605 kB) vindt u een uitgebreidere analyse van deze risicofactoren:

  • Geslacht
  • Meerlingen
  • Gestandaardiseerd geboortegewicht
  • Leeftijd moeder
  • BMI moeder
  • Gezinssituatie moeder
  • Sociaal beroepsstatuut ouders
  • Opleidingsgraad ouder
  • Nationaliteit en etniciteit moeder
Berekenen en vergelijken van sterfterisico’s

Een geschikte methode voor het vergelijken van sterfterisico's is het berekenen van kansverhoudingen (Odds Ratio's, OR). Sterfterisico's verschillen significant van de referentiegroep (met OR= 1) als 1 niet in het betrouwbaarheidsinterval (BI) ligt.

  • Als de bovengrens (BG) kleiner is dan 1, is het risico van de bestudeerde groep significant lager dan dat van de referentiegroep.
  • Als de ondergrens (OG) van het BI groter is dan 1, is het risico van de bestudeerde groep significant hoger dan dat van de referentiegroep.

Het BI hebben we altijd berekend uitgaande van een betrouwbaarheidsniveau van 95%.

Verklaring: Odds Ratio

De verhouding van twee 'odds'. Een 'odds' is een Engels begrip dat de verhouding weergeeft van de waarschijnlijkheid ('probability') dat iets gebeurt (of zo is) tot de waarschijnlijkheid dat het niet gebeurt (of niet zo is). Een odds is dus het aantal keren dat een gebeurtenis zich voordoet in groep a (p) gedeeld door het aantal keren dat ze zich niet voordoet in die groep a (1-p). De odds ratio wordt dan deze verhouding gedeeld door dezelfde verhouding in groep b [q/(1-q)].

De formule voor odds ratio is dan:

  • OR= [p/(1-p)] / [q/(1-q)]
    of eenvoudiger
  • OR= p*(1-q)/q*(1-p)

Odds ratio's worden in grafische vorm het best uitgetekend op een logaritmische schaal.

Databestand: Sterftecertificaten zuigelingen (en geboortecertificaten)

Cijfers over kindersterfte en doodgeboorte zijn gebaseerd op de gegevens van de geboortecertificaten enerzijds en van de sterftecertificaten voor zuigelingen anderzijds.