Jaarrapport SPE 2018. Trends in geboortes en bevallingen in Vlaanderen

  • 2 oktober 2019

Vorig jaar werden er Vlaanderen 63.836 kinderen geboren. Dat zijn er 2 minder dan in 2017. Er werden opvallend minder kinderen met het syndroom van Down geboren: 28 in 2018, waarvan 4 doodgeboren, tegenover 42 in 2017, waarvan 3 doodgeboren. Dit kan een gevolg zijn van de invoering van de terugbetaling voor de invasieve prenatale test (NIPT), maar zeker is dat niet. De cijfers komen uit het nieuwe rapport van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE), dat dit rapport over geboortes in Vlaanderen opstelt in opdracht van Zorg en Gezondheid.

Prof. gynaecologie en wetenschappelijk voorzitter van het SPE Roland Devlieger: “De daling van het aantal geboortes van kinderen met Down is opvallend. Dit lijkt een gevolg van de terugbetaling van de NIP-test sinds midden 2017, maar zeker kunnen we daar nog niet van zijn. Daarvoor moeten we deze daling de komende jaren eerst nog bevestigd zien. Er zijn immers veel onbekenden. Hoeveel van deze zwangere vrouwen ondergingen een NIP-test, eventueel een vals negatieve? Hoeveel zwangerschappen werden onderbroken omwille van de diagnose? Zitten we met een onderregistratie omdat een genetische afwijking soms pas lange tijd na de geboorte wordt vastgesteld? Toch nog even afwachten dus of dit geen eenmalige daling is.”

Het syndroom van Down is een chromosomale afwijking die ook trisomie 21 wordt genoemd  De NIP-test spoort die afwijking, en nog twee andere, op bij de ongeboren baby via een bloedprik bij de moeder. Sinds juli 2017 wordt deze test terugbetaald en daardoor zeer vaak uitgevoerd bij zwangere vrouwen.

Quasi evenveel geboortes, leeftijd moeders blijft stijgen

Het totale aantal geboortes is bijna hetzelfde gebleven als in 2017. Het geboortecijfer daalt lichtjes in de provincies Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg, en stijgt lichtjes in Oost en West-Vlaanderen. Sinds 2010 is er een duidelijke daling van het aantal geboortes in Vlaanderen, wat bijdraagt tot de vergrijzing van de bevolking.

De leeftijd waarop Vlaamse moeders hun eerste kind krijgen, stijgt jaar na jaar. In 2018 was de gemiddelde leeftijd waarop een moeder haar eerste kind kreeg 29,1 jaar terwijl dat in 1987 nog 25,7 jaar was. Meer dan de helft van de moeders (54,8%) is 30 jaar of ouder op het ogenblik van de bevalling. Ook het aantal 40-plussers is hoog en blijft stijgen: 1 vrouw op 32 (3,1%) is 40 jaar of ouder op het moment van de bevalling. In 1991 was dit 0,8%.

Het aandeel van de kinderen dat verwekt werd door medisch geassisteerde bevruchting blijft dan ook hoog (7,2 %). Een vrouw op 14 wordt op een niet-natuurlijke manier zwanger. Vooral bij oudere vrouwen worden fertiliteitsbehandelingen frequent toegepast