Interview met de transistiecoaches voor de eerstelijnszones

  • 18 december 2017

Op donderdag 7 en vrijdag 8 december kwamen de 8 transitiecoaches voor het eerst samen. Op het programma : kennismaken, leren uit de ervaringen van de pilootprojecten, samenwerkingsafspraken maken, de jaarplanning voor 2018 … Vanaf begin januari zullen ze de vorming van de eerstelijnszones ondersteunen.

Voor de enthousiaste groep van elkaar afscheid nam, konden we Grieke Forceville, die Brussel zal ondersteunen, en Ruth Raes, die begin november van start ging, strikken voor enkele vragen.

Dag Ruth, jij bent al bijna 6 weken aan de slag als transitiecoach in verschillende provincies. Wat merk je op het terrein?

Ruth: "Minister Vandeurzen heeft een behoorlijk ingrijpend veranderingsproces op gang gezet, dus vanzelfsprekend beweegt er heel wat op het terrein. Op de meeste plaatsen zie ik de eerstelijnszones bijna als van nature in elkaar vallen. Hoewel er vaak onzekerheid is over de toekomstige posities ten aanzien van elkaar, zie ik vooral dat de partners in zorg, welzijn, lokale besturen … elkaar vinden en met goesting aan hun zone beginnen. Sommige zones staan trouwens al een eind verder en zijn al inhoudelijk aan de slag.

Wanneer het moeilijk gaat, heeft dat vooral te maken met tegenstrijdige belangen. Of soms zitten zorg en welzijn om historische redenen niet op hetzelfde spoor. Vanuit mijn rol kan ik de beide kanten van het verhaal meestal goed begrijpen. Ik stel vooral vast dat – wanneer het moeilijk wordt om écht naar elkaars standpunten te luisteren - er minder genuanceerde interpretaties groeien over elkaar. Daardoor riskeren de posities te verharden. Dan is het onze rol om een context te creëren waarin er opnieuw geluisterd wordt en om het vertrouwen te herstellen. Soms lukt dat, en soms ook niet."

Afgelopen week zijn jullie op tweedaagse geweest om jullie voor te bereiden op de begeleiding van de eerstelijnszones in 2018. Wat mogen de actoren op het terrein van jullie verwachten?

Grieke: "Als coach zijn wij het aanspreekpunt als ze advies nodig hebben over hoe ze het traject in hun eerstelijnszone vorm kunnen geven. Een eerste opdracht zal zijn hen te ondersteunen in het creëren van draagvlak voor de hervorming en van verbindingen, tussen zorg en welzijn bijvoorbeeld. Als transitiecoach staan wij ervoor in om het traject participatief te laten gebeuren. Iedere partner kan zijn stem laten horen. Ik denk dat het voor de partners ook heel belangrijk is dat wij op maat van hun eigen eerstelijnszone werken. Iedere zone is anders. We kunnen hen ook methodieken aanreiken om het traject vooruit te laten gaan. Tot slot, en niet onbelangrijk, als transitiecoach staan we in nauw contact met Zorg en Gezondheid. Zo hebben we ook een signaalfunctie naar de overheid."

"We zullen het overleg eerder verrijken dan kant-en-klare oplossingen aan te dragen"

Zijn er ook verwachtingen die jullie niet zullen kunnen inlossen?

Ruth: "Elke eerstelijnszone heeft zijn eigen verhaal en is daardoor anders. Wat de actoren dus niet mogen verwachten, is dat we “universele quick fix”-oplossingen aandragen of inhoudelijk werk leveren op vlak van visie of aanpak. We zullen er wel voor zorgen dat de focus op het doel bewaard blijft en dat de ervaringen en ideeën gedeeld worden over de verschillende eerstelijnszones. We zullen het overleg dus eerder verrijken dan kant-en-klare oplossingen aan te dragen. We begeleiden vooral de samenwerking, omdat we geloven dat oplossingen die van de partners zelf komen, tot een veel sterker engagement leiden en meer kans op slagen hebben."

Hoe gaan jullie onderling samenwerken?

Grieke: "We voelden elkaar al snel aan en dat gaf vertrouwen. We hebben afgesproken dat we voor elkaar het aanspreekpunt zijn bij vragen, twijfels en bekommernissen. En dat we mekaar een spiegel durven voor te houden. Concreet gaan we regelmatig kennis en ervaringen uitwisselen zodat we zoveel mogelijk van elkaar kunnen leren. We zorgen ook dat we voor elkaar kunnen invallen en elkaar ondersteunen wanneer is."

Waar kijk je het meest naar uit in je werk als transitiecoach? Waar heb je eventueel wat schrik voor?

Ruth: "Mijn persoonlijke drijfveer is dat ik leerprocessen wil uitlokken bij mensen en organisaties. Dat is exact hoe ik naar de transitiecoaching kijk: het leerproces uitlokken en begeleiden van welzijnswerkers, zorgwerkers, lokale bestuurders … die op een andere manier dan vroeger gaan samenwerken. Zij gaan ook vertrekken van een nieuwe visie: hoe de burger centraal stellen zodat die weet met welke vraag hij bij wie terecht kan. Zo kunnen we onze schaarse overheidsmiddelen zo efficiënt mogelijk inzetten voor het welzijn van ons allemaal. Het mag misschien wat naïef klinken, maar als belastingbetaler is dit een beweging waar ik achter sta. En als geëngageerde burger ben ik zelfs fier dat ik een rol kan opnemen in dit proces.

In die zin heb ik geen schrik. Ik ben me ervan bewust dat we als transitiecoach enkel kunnen uitlokken. Daarvoor nemen we de verantwoordelijkheid. De transitie zelf is de verantwoordelijkheid van elke individuele partner en van het collectief van partners samen. Ik weet zeker dat het soms moeilijk wordt. Dan is het weer de uitdaging om samen te zien hoe we die moeilijkheid overstijgen."

Tot slot, Grieke, jouw opdracht zal zich hoofdzakelijk op Brussel richten. Wat denk je: hetzelfde als de rest van de zones in Vlaanderen, of toch een geval apart?

Grieke: "Een eerstelijnszone in een grootstedelijke context is anders dan één die zich situeert in een landelijke context. In het geval van Brussel zijn er nog specifieke factoren die een rol spelen, zoals de meertaligheid en de verschillende bevoegde overheden. In die zin kunnen wij deze oefening ook niet zonder onze Franstalige partners maken. Het is ook een grote zorg van de partners dat we de grote versnippering van diensten in Brussel reduceren en niet vergroten. Een ingewikkelde oefening dus, maar met een heel grote meerwaarde voor de Brusselaars met een zorg- en ondersteuningsnood. En wie weet, als deze oefening lukt, kan ze ook een voorbeeld zijn voor andere hervormingen waarvoor afstemming en samenwerking tussen de verschillende gemeenschappen nodig is."