Influenza van dierlijke oorsprong

Influenza van dierlijke oorsprong

Aviaire influenza virussen kunnen uitzonderlijk, ernstige respiratoire infecties veroorzaken bij de mens. De ziekte wordt overgedragen via aerosol tijdens contact met besmette vogels. Tot nu toe zijn er in België geen humane gevallen gesignaleerd van aviaire influenza. Het meest voorkomende type is A/H5N1. Sinds 2013 zijn er ook sporadische gevallen van A/H7N9 opgedoken, met vergelijkbaar klinisch beeld als het klassieke A/H5N1. Ook dit subtype wordt slechts zelden van mens tot mens overgedragen. In tegenstelling tot A/H5N1 is A/H7N9 laag-pathogeen bij gevogelte en worden outbreaks bij gevogelte minder snel opgemerkt dan A/H5N1.

  • Verwekker: Aviair influenza virus (bijvoorbeeld influenza A/H5N1 of A/H7N9)
  • Incubatieperiode: 3 tot 5 dagen met een maximum van 7 dagen
  • Waarom melden: Uitvoeren van bron- en contactonderzoek. Ook de internationale context speelt bij deze ziekte een rol.

pdf bestandRichtlijn Influenza van dierlijke oorsprong (794 kB)

pdf bestandInfluenza- Korte Richtlijnen (626 kB)

Criteria

Klinische criteria

Eén van de volgende:

  • koorts (hoger dan 38°C) EN tekenen van onverklaarde acute respiratoire infectie of onverklaarde conjunctivitis
  • overlijden als gevolg van een onverklaarde acute respiratoire infectie

Epidemiologische criteria

Minstens één van de volgende:

  • nauw contact (<1 m) met waarschijnlijk of bevestigd geval (binnen 14d voor start klachten)
  • nauw contact (<1 m) met dieren (bijvoorbeeld pluimvee, wilde watervogels of varkens) waarbij infectie met een dierlijk influenzavirus is vastgesteld (binnen 14d voor start klachten)
  • verblijf in een gebied/zone waar aviaire influenza momenteel wordt vermoed of is bevestigd EN minstens één van de volgende (binnen 14d voor start klachten):
    • nauw contact (<1 m) met zieke of dode dieren (bijvoorbeeld pluimvee , wilde watervogels of varkens). Voor gebieden waar dierlijke influenzavirus circuleert: http://www.oie.int/,
    • bezoek aan een boerderij waar zieke of dode dieren (bijvoorbeeld pluimvee , wilde watervogels of varkens) in de voorafgaande 14 dagen hebben verbleven (bijvoorbeeld een stal die de afgelopen week is geruimd).
  • bezoek laboratorium blootstelling waar er een potentiële blootstelling is aan aviaire influenza (binnen 14d voor start klachten)

Laboratoriumcriteria

Waarschijnlijk labocriterium

  • preliminaire laboratoriumresultaten die dierlijk influenza suggereren (type A-positief, maar negatief voor de klassieke humane subtypes H1N1 of H3N2)

Laboratoriumconfirmatie

  • positieve real-time RT-PCR voor een dierlijk influenza type A subtype waaronder A/H5Nx, A/H9Nx of een ander subtype van dierlijke oorsprong

OF (indien geen mogelijkheid tot PCR)

  • isolatie van dierlijk influenza type A subtype waaronder A/H5Nx, A/H7Nx, A/H9Nx of een ander subtype van dierlijke oorsprong uit een klinisch staal

OF

  • viervoudige titerstijging van specifieke antilichamen tegen dierlijk influenza virus (2 weken interval). Om de antilichaamrespons te meten, moet men op voorhand weten over welk virus het gaat. 

Gevalsdefinitie

Mogelijk

patiënt met klinische EN epidemiologische criteria

Waarschijnlijk

patiënt met klinische criteria EN epidemiologische criteria EN waarschijnlijk labocriterium

Bevestigd

patiënt met klinische criteria EN laboratoriumconfirmatie

Nieuwe subtype van een influenzavirus

Nieuwe influenzavirussen hebben in principe een pandemisch potentieel met mogelijks een belangrijke morbiditeit en sterfte in de bevolking.

  • Verwekker: Nieuw (voorheen onbekend) influenzavirus
  • Incubatieperiode: 2 dagen met een spreiding van 1 tot 4 dagen
  • Waarom melden: In de eerste fase van een dergelijke epidemie is een vroegtijdige detectie, isolatie van gevallen en contact tracing in de omgeving noodzakelijk. In een tweede fase wordt dan gevaccineerd tegen de specifieke stam.

Criteria

Klinische criteria

Eén van de volgende:

  • tekenen van acute respiratoire infectie EN pneumonie of ARDS, gebaseerd op kliniek of radiologie
  • overlijden als gevolg van een onverklaarde acute respiratoire infectie

Epidemiologische criteria

Minstens één van de volgende:

  • nauw contact (dichter dan 1 m) met waarschijnlijk of bevestigd geval (binnen 14d voor start klachten)
  • verblijf in een gebied waar nieuw subtype influenza momenteel wordt vermoed of is bevestigd

Criteria voor laboratoriumconfirmatie

Waarschijnlijk labocriterium

  • preliminaire laboratoriumresultaten die influenza met nieuw subtype suggereren, maar zonder confirmatie

Laboratoriumconfirmatie

  • positieve PCR voor influenza nieuw subtype

OF

  • viervoudige titerstijging van specifieke antilichamen

Gevalsdefinitie

Mogelijk

patiënt met klinische EN epidemiologische criteria

Waarschijnlijk

patiënt met klinische criteria EN waarschijnlijk labocriterium

Bevestigd

patiënt met klinische criteria EN laboratoriumconfirmatie