Hoe ventileren en verluchten tegen COVID-19

Maatregelen ventileren en verluchten tegen COVID-19

In deze coronatijden is het nodig om nog beter te ventileren en te verluchten. Dit doe je door een aantal extra maatregelen te nemen. 

Bekijk hier de extra maatregelen voor een ventilatiesysteem A 

Bekijk hier de extra maatregelen voor een ventilatiesysteem C 

Bekijk hier de extra maatregelen voor een ventilatiesysteem D 

Er is tot hiertoe geen bewijs dat mensen worden besmet met SARS-CoV-2 via lucht die wordt verdeeld door de kanalen van een ventilatiesysteem en algemeen wordt dit risico als heel laag ingeschat  (bron: European Center for disease prevention and control, Heating, ventilation and air-conditioning systems in the context of COVID-19: first update 10 November 2020). Uiteraard blijft het wel belangrijk dat de maatregelen die worden geadviseerd in de strijd tegen COVID-19 voor het gebruik en onderhoud van ventilatiesystemen worden opgevolgd en dat er 100% verse buitenlucht gebruikt wordt. 

Zorg dat je geïnformeerd bent over het ventilatiesysteem in jouw woonzorgcentrum en de werking ervan. Ondervind jij of een bewoner last van tocht- of geluidshinder door het mechanisch ventilatiesysteem van de ruimte? Schakel het systeem niet naar een lagere stand, schakel het niet uit of sluit ventilatieopeningen niet af, maar signaleer de klachten aan de verantwoordelijke voor het ventilatiesysteem (preventieadviseur of directie). Het is hier belangrijk om de oorzaak van de hinder vast te stellen en deze te herstellen.  

Maatregelen ventileren en verluchten tegen COVID-19 wanneer (mogelijke) COVID-19 bewoners

Wanneer er (mogelijke) COVID-19 bewoners zijn, zijn er naast de extra maatregelen rond ventileren en verluchten nog enkele zaken waar je op moet letten om de verspreiding van infectieuze druppels in de lucht te beperken. 

In lokalen waar bewoners met een vermoedelijke of bevestigde COVID-19 besmetting geïsoleerd worden of in lokalen waar meerdere personen met een vermoedelijke of bevestigde COVID-19 gecohorteerd worden moet de deur naar de gang zoveel mogelijk dicht blijven. Dit om verspreiding van de lucht van de geïsoleerde kamer naar de gang te beperken.  

Bij cohortzorg op afdelingsniveau, per verdieping of een deel van de afdeling/verdieping, of per beveiligde leefgroep wordt uitgegaan van een geïsoleerde zone met kamers én aangrenzende gangen die wordt gescheiden van andere zones in de voorziening. De bewoners moeten niet geïsoleerd worden op de kamer maar verblijven in de geïsoleerde zone. Het is daarom nodig om, ter hoogte van de overgang van de geïsoleerde zone naar niet geïsoleerde zone - in de meeste gevallen is dit in de gang - ook de directe luchtverspreiding vanuit de geïsoleerde zone te vermijden.   

Indien de geïsoleerde zone zich uitstrekt over de volledige bouwlaag van een gebouw zal dit probleem zich niet stellen.  

In de andere gevallen waar wel horizontaal aan elkaar grenzende zones voorkomen is het aangewezen om bij de overgang een fysieke scheiding te voorzien. Dit kan door de scheiding tussen de zones te laten samenvallen met bestaande scheidingen in de gang. Zo kunnen bijvoorbeeld de bij brand zelfsluitende deuren, die in de gang het brandwerend deelcompartiment begrenzen, permanent in gesloten stand geplaatst worden. Deze zonering zal niet noodzakelijk samenvallen met de zone die bediend wordt  door de ventilatiegroep. Op zich hoeft dit niet problematisch te zijn zolang de directe luchtverspreiding vanuit de geïsoleerde zone kan vermeden worden. De preventie-adviseur of het hoofd van de technische dienst van de voorziening is goed geplaatst om na te gaan of er nog aanvullende maatregelen nodig zijn. 

Hoe ventileer en verlucht je jouw woonzorgcentrum voldoende?

Je ventilatieroosters of ramen staan open of het mechanisch ventilatiesysteem staat aan. Maar hoe weet je nu dat er genoeg verse lucht de ruimten in komt? Soms kan een muffe geur, je minder geconcentreerd voelen of moe worden wijzen op een tekort aan verse lucht, maar dat is niet altijd zo. 

Met het stappenplan kan je de ventilatie in jouw woonzorgcentrum evalueren. CO2-meten is een belangrijk onderdeel in deze evaluatie. 

Hou de concentratie CO2 onder de 900 ppm om het risico op besmetting met COVID-19 te beperken. Deze CO2-waarde is in overeenstemming met wat de codex over het welzijn op het werk voorschrijft in functie van preventie van COVID-19 en het Vlaamse Binnenmilieubesluit. 

Merken we hier wel nog bij op dat bij een lage lokaalbezetting de CO2-concentratie ook laag kan zijn ongeacht de ventilatie. Bovendien hebben zowel het aantal besmette personen in de ruimte als de tijd die je in een ruimte doorbrengt, een sterk bepalende impact op het besmettingsrisico. 

Zorg dat de ventilatie in jouw gebouw voldoet aan de geldende wetgeving, aangepast is aan de gebruiksfunctie van de lokalen (kantoor, sportlocatie, restaurant,…) en het systeem correct onderhouden en gebruikt wordt.