Hantavirose

Hantavirose wordt veroorzaakt door het hantavirus. Het virus komt wereldwijd onder knaagdieren voor en afhankelijk van het virustype kan het leiden tot ernstige nier- of longziekte. Via besmette knaagdieren komt het in de omgeving terecht. In urine, speeksel of keutels kan het hantavirus nog ongeveer twee weken in leven blijven. Mensen besmetten zich vooral door het inademen van besmette stofdeeltjes, door opdwarrelend stof. Ook via bijtwonden kan hantavirose de mens besmetten.

De hantavirusziekte die in Noord-West Europa, met name in Scandinavië, veelvuldig voorkomt wordt veroorzaakt door het Puumalavirus. De rosse woelmoes brengt het virus over. Hantavirose lijkt in het algemeen op een vrij onschuldige griep met symptomen zoals hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid, koorts- en spierpijn als belangrijkste ziekteverschijnselen. De nieren kunnen licht ontstoken zijn, maar dit leidt in het algemeen niet tot complicaties. De ziekte gaat veelal vanzelf weer over. Ook besmetting met het Seoelvirus, waarvan de zwarte en bruine rat drager zijn, verloopt meestal zonder complicaties. Wanneer zich complicaties voordoen worden die meestal veroorzaakt door nierlijden, gepaard gaande met eiwitverlies in de urine, verhoogde bloedingsneiging en verlies van plasma, mogelijk leidend tot nierfalen en shock. In 2012 deed zich een uitbraak van het Sin Nombre hantavirus voor in het Yosemite Park in de Verenigde Staten. Van de 9 zieken die ernstige longklachten kregen, zijn er 3 overleden.

pdf bestandRichtlijn hantavirusinfectie (versie 2017) (392 kB)

Meldingsplicht

Sinds 2009 komt hantavirose niet meer voor op de lijst van meldingsplichtige infectieziekten. Elk vermoeden van een ernstige infectie die niet in de lijst is opgenomen maar die een epidemisch karakter dreigt aan te nemen of aangenomen heeft moet ook gemeld worden aan Zorg en Gezondheid.

Gevalsdefinitie

Vermoedelijk patiënt met een klinisch verdacht beeld en die epidemiologisch gelinkt is aan een bewezen geval en na exclusie van alternatieve diagnoses 
Geconfirmeerd klinisch compatibel geval met laboratoriumconfirmatie 

Laboratoriumcriteria

Laboratoriumconfirmatie:

  • Hantavirus specifieke IgM of significant stijgende titers van IgG
  • of positieve PCR
  • of voor hantavirus positieve immunohistochemie

Preventieve maatregelen

  • Zorg dat er geen etensresten in huis zijn die ongedierte lokken.
  • Als er toch muizen of ratten zijn, zet dan vallen of zet bestrijdingsmiddel uit (pas op dat daar geen kinderen of huisdieren bij kunnen!).
  • Zet van ruimtes die lang afgesloten zijn geweest en waar muizen- of rattenholen kunnen zitten eerst de ramen een tijd open alvorens er naar binnen te gaan.
  • Desinfecteer nestelplaatsen met bleekmiddel (laat minstens een kwartier intrekken).
  • Gebruik geen stofzuiger of bezem om nestresten op te ruimen; dat verstuift stof en verspreidt het  virus.
  • Raak geen dode ratten of muizen aan zonder handschoenen.

Ziekteverschijnselen bij dieren

Knaagdieren dragen het virus zonder er zelf ziek van te worden. Wel zijn er aanwijzingen dat besmette dieren minder goed overwinteren en minder nakomelingen krijgen.

Over dit onderwerp